Mbo krijgt plicht om kleiner te worden

Instellingen van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) met meer dan 5.000 leerlingen moeten zichzelf vanaf komend jaar „in principe” opsplitsen in kleinere mbo-colleges. Dat schrijft minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) aan de Tweede Kamer.

Onderwijsinstellingen met meer dan 5.000 leerlingen moeten worden omgevormd tot „gemeenschappen” van kleinere colleges met een eigen schoolleiding die verantwoordelijk is voor de onderwijskwaliteit. De colleges vallen nog wel samen onder één college van bestuur.

Alleen als er „duidelijke onderwijskundige argumenten” zijn en er steun is uit zowel ondernemings- als studentenraad, mag een instelling groter blijven. De plannen worden komend jaar ingevoerd, vanaf 2017 telt de omvang mee in de kwaliteitsbeoordeling van de mbo-scholen. Met de maatregel wil Bussemaker tegengaan dat mbo’s onpersoonlijke „onderwijsfabrieken” worden, van in sommige gevallen meer dan twintigduizend leerlingen.

Jan van Zijl, voorzitter van de mbo-raad, noemt het voorstel „populistisch beleid. Uit onderzoek blijkt dat er nauwelijks kwaliteitsverlies optreedt naarmate instellingen groter worden.” Volgens hem leidt het plan tot „jarenlange reorganisaties”.