Kunnen we ons op tijd aanpassen?

De onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord gaan allang niet meer alleen over het terugdringen van broeikasgassen. Zeker zo belangrijk zijn de gesprekken over aanpassing aan de veranderingen die hoe dan ook zullen plaatsvinden (en ook nu al plaatsvinden) door de opwarming van de aarde. Een belangrijke vraag is steeds: wie gaat het betalen?

Dit is het klimaatonderwerp waarin het soms schrijnende verschil tussen rijke en arme landen het meest zichtbaar en voelbaar is. De rijke landen hebben de opwarming van de aarde veroorzaakt. Maar de arme landen worden er het sterkst door geraakt. En het is juist de ongebreidelde uitstoot van broeikasgassen die de geïndustrialiseerde wereld de welvaart en dus ook het geld heeft opgeleverd om zich tegen de klimaatverandering te wapenen.

 

Nederland besteedt jaarlijks meer dan 1 miljard euro aan het deltaplan om dijken en duinen zo hoog te maken dat ze de zeespiegelstijging kunnen weerstaan. Andere landen, zoals Vietnam en Bangladesh, liggen in soortgelijke delta’s, maar hebben niet het geld om zich te beschermen tegen het stijgende water.

Landbouw moet zich aanpassen

Voor veel ontwikkelingslanden zal vooral de landbouw, een belangrijke bron van inkomsten, zich moeten aanpassen aan een veranderend klimaat. Dat kan zijn door langdurige droogte, doordat het weer steeds onbetrouwbaarder wordt, of doordat het zilte zeewater verder het land binnendringt en gewassen aantast.

Mogelijk kunnen mensen zich in sommige gebieden op termijn niet langer aanpassen. Ze zullen dan geen andere keus hebben dan te vertrekken. Het meest direct speelt dat in kleine eilandstaatjes, vooral die in de Stille Oceaan, die maar net boven de zeespiegel uitkomen. Maar ook in Afrika, door de droogte, en in het Midden-Oosten, door extreme hitte, kunnen gebieden onleefbaar worden.

In Parijs zal worden gesproken over een klimaatfonds, waarvoor vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar moet zijn. Rijke landen willen dat geld het liefst besteden aan het terugdringen van broeikasgassen. Maar de arme landen willen het gebruiken om zich aan te passen aan klimaatverandering. Beide zijn nodig. Anders wordt de aanpassing dweilen met de kraan open.

Lees meer in 'In Bordeaux profiteren de wijnboeren nog van hitte' en bezoek klimaattop.nrc.nl