Kemphaan met gedraaid DNA

Er zijn drie soorten kemphaanmannen: één vechter en twee minder agressieve typen. Ze verschillen in één stuk DNA.

Kemphanen met zwarte kraag zijn het agressiefst. Die met witte kraag vecht eigenlijk niet graag. Hun genetische verschillen zijn ontrafeld. Foto Winfried Wisniewski/Corbis

Kemphanen strijden tijdens de balts om vrouwtjes, maar het gaat niet alleen om het recht van de sterkste. Het gaat ook om slimheid en camouflage.

Er zijn namelijk drie soorten kemphanenmannetjes. De opvallende ‘honkmannen’ met hun zwarte of bruine verenkleed delen de baltsplaats met twee concurrenten. Er zijn ook mannetjes met een witte kraag – de minder agressieve ‘satellietmannan’. Die proberen ook vrouwtjes te imponeren en met hen te paren – als de ‘honkman’ niet oplet.

En tenslotte is er de zeldzame ‘faar’, een man die sprekend op een kemphaanvrouw lijkt. Kemphanen (Philomachus pugnax) broeden nauwelijks meer in Nederland. Toch was het in 2006 de Nederlandse boer en amateurbioloog Joop Jukema die, met vogelbioloog Theunis Piersma, het derde mantype ontdekte. De ‘faar’ (Fries voor ‘geestelijk vader’) wacht op het juiste moment en springt tijdens copulaties tussen andere mannetjes en vrouwtjes in.

Die drie mantypen hebben ieder een eigen genetische basis, beschreven twee groepen biologen, waaronder onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen, vorige week in Nature Genetics. De satelliet en de faar ontwikkelden zich uit de honkmannen, toen een groot stuk DNA met circa 125 genen omkeerde in het genoom. De genen op de inversie beïnvloeden de hormoonhuishouding, de verenkleur en de lichaamsgrootte. De faar draagt de hele inversie; bij de satellietman is een deel ervan gemengd geraakt met de oorspronkelijke DNA-volgorde. De vondst ontkracht de naam van de faar. Die werd zo genoemd vanuit het idee dat ooit alle kemphaanmannetjes er zo uitzagen.