Hoe bestrijden we de terrorist?

Vier antwoorden: Maurits Berger waarschuwt tegen drastisch optreden. Mounir Samuel vindt het huidige optreden juist niet drastisch genoeg. Rik Smits schrijft dat we IS anders moeten begrijpen, namelijk als bende. En volgens Christiaan Weijts begint dat begrijpen bij seks.

Brussel op slot door dreiging met aanslagen. Foto Marcel van Hoorn / ANP

Maurits Berger: Laat nood geen wet breken

Maurits Berger

Om ons heen klinkt een letterlijke herhaling van Amerikaanse zetten na de aanslagen van 11 september 2001: „Dit is een aanval op onze vrijheden”, „we zijn in oorlog met het terrorisme”. Dat was veertien jaar geleden. Is Amerika ermee opgeschoten? Maar we kunnen nog verder terug gaan in de tijd, naar Syrië en Egypte in de tachtiger en negentiger jaren.

Daarvóór waren dat heel seculiere, en heel socialistische landen. Er was gratis onderwijs, gratis gezondheidszorg, er werd hard gewerkt aan een moderne samenleving. Maar de regimes waren iets te hardhandig in het opleggen van deze paradijselijke belofte, en de weerstand groeide. Onder de oppositie waren ook wat nu ‘islamisten’ worden genoemd. En zij werden het hardst aangepakt.

Dit conflict escaleerde en mondde uit in de eerste terroristische aanslagen. President Sadat van Egypte werd in 1980 vermoord door een islamistisch radicale groepering. Twee jaar later riep de Moslim Broederschap in de Syrische stad Hama op tot de revolutie. Al eerder hadden zij Syrische militairen vermoord.

Het antwoord was keihard: met militaire middelen werd iedere vorm van oppositie uitgeroeid. In Egypte werd iedereen die er ook maar islamitisch uitzag opgepakt. In Syrië werd Hama platgegooid. De wereld reageerde verontwaardigd. Maar onze reacties van nu zijn niet veel anders. Mensen met een ‘islamitisch’ profiel worden door politie en douane extra gescreend. En als antwoord op 9/11 bombardeerde Amerika Afghanistan, net zoals Frankrijk nu Raqqa bombardeert.

Heeft het allemaal geholpen? Egypte en Syrië werden de politiestaten die wij nu kennen, met een permanente noodtoestand, geheime diensten met verstrekkende bevoegdheden en overvolle gevangenissen. Na nieuwe aanslagen in Egypte in de negentiger jaren vielen terroristen niet meer onder het strafrecht – zij werden te vaak vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs – maar onder het militaire recht, dat het minder nauw nam met het bewijsrecht.

Ook hierop volgde kritiek van het Westen, dat dikke rapporten schreef over de misstanden in de mensenrechten in Egypte en Syrië. Maar deze landen zagen hun gelijk bevestigd door de maatregelen die de Amerikanen na 9/11 namen: uitbreiding van de bevoegdheden van geheime diensten, de instelling van militaire tribunalen en Guantanamo Bay, nieuwe ondervragingstechnieken. Alles om terroristen aan te pakken.

Het lijkt er op dat je zelf terroristische aanslagen ervaren moet hebben om alle waarden overboord te gooien in de strijd om veiligheid. Nood breekt wet. Al sinds de aanslagen in Madrid en Londen is sprake van hetzelfde patroon: in reactie op een terroristische aanslag voelen bestuurders zich verplicht om met spierballen te rollen zodat de bevolking het gevoel heeft dat er iets wordt gedaan. Maar het wordt steeds moeilijker om na iedere nieuwe aanslag met maatregelen te komen die nóg zwaarder zijn dan die al getroffen waren. Vandaar de noodtoestanden, en de oorlogsverklaring.

Ik kan niet inschatten of nu genomen maatregelen in de gegeven omstandigheden onterecht zijn. Maar ik vraag mij af of zij wel effectief zijn. Zij lijken namelijk vooral het belang te dienen van geruststelling. En ik maak mij grote zorgen dat in de toenemende druk om ‘op te treden’ steeds gemakkelijker omgesprongen wordt met de vrijheden en waarden die wij juist zeggen te beschermen. Want natuurlijk zijn wij anders dan Egypte en Syrië. Maar is dat straks ook echt zo?
Maurits Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden

 

Mounir Samuel: Code Rood, ook in Nederland

Mounir Samuel. Fotograaf: Ernst Coppejans

Een thriller, die Brusselse lockdown. Ondanks de stilte op sociale media, waartoe de politie verzocht, behielden de Belgen gelukkig hun humor. Kattenfoto’s domineerden de timelines. Maar het lachen zal ze snel vergaan, de stad is nog steeds niet de oude.

En dat vanwege één man, Salah Abdeslam. Maar ook als hij gepakt wordt, haastte minister Jambon te zeggen, dan nog is de dreiging niet geweken. Allicht. Brussel is al vijftien jaar een terroristische broedplaats. Des te opvallender is het drastische handelen nu.

De angst zit er goed in. Na de aanslagen in New York, Madrid, Londen en Parijs ging het leven gewoon door. Maar het openbare leven in het hart van Europa raakt ontregeld zonder dat er een schot is gelost. Uit angst om verweten te worden niet genoeg te hebben gedaan, kiest de Belgische overheid voor een koers die maar één winnaar overlaat: IS. Is dit de prijs die we voor onze ‘veiligheid’ willen betalen?

Hier niet de dooddoener life goes on. Ik zie terreur niet als een hedendaags fenomeen dat wij maar moeten accepteren. De Belgische overheid is jarenlang in gebreke gebleven. Ze bezuinigde op inlichtingendiensten, liet Molenbeek verharden en het populisme hoogtij vieren.

En de EU? Die zag werkloos toe hoe in Irak en Syrië een grondgebied veroverd werd ter grootte van Italië en liet de vluchtelingen geen andere keus dan gevaarlijke smokkelroutes. Europese overheden keken weg toen jongeren afreisden naar conflictgebieden en faalden in deradicalisering. Terwijl Brussel gesloten werd, bleef in Nederland het dreigingsniveau onveranderd. Onvoorstelbaar. Er is geen acute aanleiding, zeggen de experts. Maar welke reden is er om aan te nemen dat IS niet toeslaat in Rotterdam? Ik vrees dat we niet alert genoeg zijn. Als de recente ontwikkelingen ons iets leren is het dat snel, flexibel, daadkrachtig en internationaal optreden wenselijk is. IS wil zich op zoveel mogelijk plekken tegelijk laten gelden om de verwarring en angst compleet te maken, maar heeft speciale voorkeur voor Frankrijk, Nederland, België, Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië. De harde kern van zijn Europese aanhang verblijft hier evenals zijn grootste vijanden: populistische politici, rechtse media, anti-islamitisch electoraat. Voor heel Noordwest-Europa zou een code ‘rood’ moeten gelden. Niet in de vorm van noodtoestandachtige maatregelen die het publieke leven ontzetten en etnische profilering in de hand werken, nee. Geef liever de veiligheidsdiensten vergaande bevoegdheden terreurverdachten te volgen en op te pakken.

IS moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Infiltreer, doorzoek, arresteer, pas de wet aan, jaag ze op – maar voorkom dat het publieke leven stil komt te liggen of burgers tegen elkaar worden opgezet. Daarmee ontnemen we IS gelijk zijn belangrijkste voedingsbodem en daadkrachtige wapen: verdeeldheid en angst.
Mounir Samuel is politicoloog

 

Rik Smits: Besef dat het eigenlijk bendes zijn

Rik Smits

IS leek een nieuwe fase in te luiden. Een terreurbeweging die zich ‘staat’ noemde en serieus territorium verwierf, brak met het gebruikelijke hit and run-karakter van terrorisme. Maar ze doet niets om een geregelde samenleving op te bouwen. Wat uit het zogenaamde kalifaat naar buiten komt, wijst op een gezagsvacuüm waarbinnen het recht van de sterkste heerst, en ongebreidelde maar stiekeme lustbevrediging van losgeslagen jonge mannen: seks, sadisme, drank en sigaretten in een orgie van moord, roof, marteling en verkrachting.

Daarmee lijkt IS precies op de roversbenden die eeuwen geleden in en buiten Europa huishielden. Los-vaste groepen van misfits en misdadigers, met eigen wetten en gebruiken, die leefden van roof, plundering en afpersing. Benden als de Caraïbische piraten, die er op afgelegen eilandjes soms complete vrijstaten op na hielden.

Toen in Europa na 1790 massale conscriptielegers de oude huurlingenkorpsen vervingen, gleden veel getraumatiseerde, berooide ex-soldaten af naar de criminaliteit. Tegelijkertijd werden staten sterker en hechter en werd het platteland verder ontsloten, zodat het speelveld voor struikroverbendes snel kromp.

Na 1820 kwam er bovendien concurrentie van organisaties als het Nederlandse KNIL en het Franse vreemdelingenlegioen, die werkten als gestructureerde opvang voor ontsporende veteranen en ongezeglijke avontuurlijke jongens.

In het nauwelijks ontsloten, wetteloze westen van Amerika vond massale bendevorming plaats na het einde van de Burgeroorlog in 1865. Aan de hellevaart van tienduizenden soldaten die getraumatiseerd uit die geweldsorgie kwamen, dankt de wereld het later door Hollywood geromantiseerde Wilde Westen.

IS is zo’n ouderwetse bende met een eigen, apocalyptisch gedachtegoed, die floreert in een gedesorganiseerde regio. Gekrenkte officieren van Saddam maken de dienst uit. Zij willen hun positie terug, en wraak op wie hun carrière hielp fnuiken. Het voetvolk zijn jonge psychopaten en maatschappelijke misfits, ontwortelde veteranen, avonturiers en wat door oprechte godsdienstwaanzin gedreven dwaallichten. Men wil geen lid worden van de gemeenschap van staten, maar schermt met de ondergang van Rome, het uitroeien van de ongelovigen en wereldheerschappij. Onzin natuurlijk, maar een mooie worst om volgelingen mee zoet te houden. Daartoe dienen ook de wrede executies en het schokkende vernietigen van religieuze symbolen.

IS zal de weg gaan van de zeventiende-eeuwse piratennesten. De beweging zal bij gebrek aan perspectief uiteindelijk verlopen zoals ook een sprinkhanenplaag uiteindelijk verwaait en wegsterft. Maar in de tussentijd kan zij nog enorm veel onheil stichten.

Het is ieders plicht, uitdrukkelijk óók die van de clerus en exegeten van de islam, om daar actief tegenwicht aan te bieden en zich nadrukkelijk bij de moderne wereld te scharen, ook al doet dat nog zo veel pijn.
Rik Smits is taalkundige, schrijver en wetenschapsjournalist
(dit is een sterk bekorte versie, lees hier de originele versie)

 

Christiaan Weijts: Terreur begrijpen begint bij seks

Christiaan Weijts

Deze krant plaatste dinsdag een schokkend interview met Sjef van Gennip, directeur van de Reclassering, die tientallen terrorismeverdachten ‘begeleidt’. Schokkend was vooral dat men bij justitie blijkbaar nog precies hetzelfde over jihadisten denkt als na de moord op Van Gogh: ze zijn vooral erg eenzaam en hebben psychologische behandeling nodig. Volgens toenmalig justitieminister Piet Hein Donner gold dat ook voor de ‘eenzame gek’ Mohammed B., hoe stellig die zelf ook verklaarde dat hij maar één beweegreden had: ‘Geloof.’

Zelfs als je radicalisme als ziekte wilt zien, blijft het óók een wereldbeeld, en daar hoor je nog te weinig over, terwijl de wereldbeelden van uiteenlopende terroristen, van Anders Breivik tot radicale Syriëgangers, juist veelzeggende overeenkomsten vertonen. Wie terroristen wil begrijpen, moet denk ik beginnen bij seks. In zijn manifest ‘2083’ raakt Breivik niet uitgepraat over dit onderwerp. Zijn halfzus zou het met vijftien Chippendalestrippers gedaan hebben, zijn moeder was een slet, zijn naaste vrienden neukten er maar op los… iedereen was ten prooi aan: ‘the complete breakdown of our once great ethical standards’.

Ook bij de islamitische terreur zie je die afschuw van promiscuïteit, en een hang naar extreem hoge zedelijkheid en zuiverheid. Zowel Breivik als de jihadist keert zich tegen de vrijheid, de decadentie – zie de doelwitten in Parijs – en plaatst daar een radicale onvrijheid tegenover, namelijk een toestand waarin hij zijn vrije wil opgeeft en alleen nog maar executeur en strijder is in handen van grotere machten, die uiteindelijk, ooit, een zuivere, paradijselijke wereld zullen stichten of terugbrengen.

Je zou meer kunnen kijken naar wat terroristen van alle groeperingen met elkaar delen dan je blind te staren op de tegenstelling tussen de gematigde en de radicale islam. Wat alle ideologisch-geïnspireerde terroristen delen is die afkeer van vrijheid. Misschien willen ze de bijkomende verantwoordelijkheid niet nemen, voor hun eigen levens en voor de wereld om hen heen. Als de vrijheid en de vrije wil verdwijnen, heeft niemand immers meer ergens schuld aan.

Zo menen die terroristen tot een paradijselijk soort onschuld terug te keren: ‘our once great ethical standards’. Ze verlangen naar een archaïsche, bijna dierlijk onschuldige toestand, die voor het Animal Liberation Front immers ook een vanzelfsprekende legitimatie zijn om bommen te leggen.

Laten we onder ogen zien dat terrorisme in de kern om ethiek draait. Daarover zullen we in gesprek moeten. Wat is toch die obsessie met maagdelijkheid in de islamitische cultuur? Vinden ze westerse vrouwen werkelijk stuk voor stuk sletten? Ik hoorde dat veel Nederlandse moslimastudentes het alcoholgebruik van hun medestudenten extreem schokkend vinden, alsof ze elk weekend heroïne spuiten. Dat is beeldvorming waar je het over moet hebben. Het liefst vóórdat iemand uit naam van hun Allah het vuur opent op een bunker vol sletten en junks.
Christiaan Weijts is columnist van nrc.next.