Het gaat over meer dan corruptie van de kerk

Dit huis heeft geen deuren, vertelt zuster Mónica aan de nieuwkomer. Met andere woorden: je bent vrij om te komen en te gaan. Dat zegt haar stem die de huisregels uiteenzet, terwijl haar mond ‘niets aan de hand’ glimlacht. Maar je kunt niet weg. Dat zeggen haar ogen. Wat kan religieuze empathie er kil uitzien.

Er zijn andere obstakels die de vier priesters op leeftijd, met wie ze een kleine woongemeenschap vormt in dat onooglijke Chileense kustplaatsje, gevangen houden. Ze mogen wel naar buiten, maar bij voorkeur rond zonsondergang, om interactie met de dorpsbewoners te voorkomen. Geen praatjes, geen vragen. Heel af en toe staan ze zichzelf een klein uitstapje toe, als hun hazewindhond Rayo aan wedstrijden meedoet. Een kleine zonde die het grotere kwaad in bedwang moet houden. Moreel wisselgeld. Mónica staat aan de start, de mannen verderop. Ze gluren door hun verrekijker en hopen dat de hond kan doen wat zij niet kunnen: ontsnappen.

Voor zijn vijfde speelfilm liet de Chileense regisseur Pablo Larraín zich inspireren door het netwerk van huizen dat de katholieke kerk er wereldwijd op na houdt om in ongenade gevallen geestelijken voor de wereld te verbergen. Dat kunnen mannen zijn die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik of aan andere vergrijpen. Of ze kunnen simpelweg oud zijn, of geestesziek, of om andere redenen niet meer in de gemeenschap passen. Ze zijn als het ware in stilte geëxcommuniceerd. Oorzaak van deze praktijk is de arrogantie van de kerk die als een staat in de staat is en eigen wetten boven die van de wereldlijke rechterlijke macht stelt.

Het levert nare dilemma’s op, die in El Club aan het licht komen op het moment dat de nieuweling op straat luidkeels van seksueel misbruik wordt beticht. De kerk stuurt een biechtvader annex aanklager om uit te zoeken wat er aan de hand is, en de onbarmhartige wind die over de winterse Stille Oceaan jakkert, giert door de kieren van hun fragiele kaartenhuis.

De film heeft iets van een metafysische rechtbankthriller. Van een misdaadfilm met schimmen. Je weet dat geen van deze personages zuiver op de graat is, maar ook dat geen wet, geen straf ze kan pakken. Het vagevuur van hun verbanning heeft ze ongrijpbaar gemaakt. Als ze zich gedeisd houden, hebben ze niets te vrezen. Waarschijnlijk niet eens van God zelf, in wie ze zo te zien het geloof al lang verloren zijn.

El Club is net zo onheilspellend en zwart van humor en moraal als eerdere films van Larraín, zoals Tony Manero en Post Mortem, die de Chileense dictatuur onder de loep namen en op een vergelijkbare manier laten zien hoe gesloten systemen met hun repressie en paranoia mensen van hun menselijkheid ontdoen. Het gaat over meer dan de corruptie van de katholieke kerk alleen. Het grauwe beeld, de ongewassen lenzen, het lage scheerlicht dat alles schel ontmaskert: elk shot geeft je als toeschouwer een bezoedeld gevoel. Dit is niet alleen een film die tot je gevoel voor rede en rechtvaardigheid spreekt, maar ook onder je huid kruipt. Wat is die Pablo Larraín toch een geweldige filmmaker, iemand die niet alleen belangrijke verhalen vertelt, maar er ook een vorm voor vindt die je bijna lichamelijk aangrijpt. Hij laat je voelen, en dwingt je daardoor tot het herbepalen van je eigen zekerheden.