Column

Een facelift voor het zwarte geld

Is het mooi, het nieuwe bankbiljet van 20 euro dat woensdag werd gelanceerd? Verkeerde vraag. Belangrijker is: ligt het een beetje comfortabel? Dat geldt voor de hele nieuwe serie eurobiljetten waarvan de 5 en 10 al in omloop zijn en de rest spoedig volgt – tot en met het voor de meesten volslagen onbekende biljet van 500. Want de bestemming van al dat nieuwe papier is wel zo’n beetje duidelijk.

Het matras.

Ja, we betalen steeds meer digitaal, met bankpas en smartphone. Het aantal winkels dat cash accepteert loopt al jaren terug. Collectanten en terrassen zijn over op het mobiele pinapparaat. En de digitale portemonnee haalt binnen een paar jaar de bankpas en de creditcard in, voorspelde betaalbedrijf WorldPay woensdag nog.

Maar opmerkelijk genoeg explodeert ook het aantal bankbiljetten in omloop, zowel in absolute waarde als ten opzichte van de omvang van de economie. In 2002 was er voor 339 miljard euro aan biljetten in omloop, 4,5 procent van de omvang van de economie. Eind vorig jaar was dat 1.016 miljard, 10 procent van de economie. En eind dit jaar zal dat percentage waarschijnlijk zijn gestegen naar 10,4. Zelfs ten opzichte van de totale hoeveelheid ‘geld’ (bankbiljetten, betaalrekeningen, deposito’s en dergelijke) is de hoeveelheid cash verdubbeld.

Hoezo digitalisering?

De explosie van het aantal bankbiljetten verdraagt zich moeilijk met de alledaagse waarneming dat cash er in het betaalverkeer steeds minder toe doet. Maar de twee fenomenen zijn te verenigen. Kijk maar eens naar de krachtige prikkels die er zijn geweest om bankbiljetten aan te houden. Allereerst: de straf is steeds lager. Cash geeft geen rente. Maar die gemiste rente doet steeds minder ter zake, want hij is genaderd tot nul.

Geen straf dus, maar is er wel een voordeel? Het vertrouwen in banken is nog steeds niet over zijn dieptepunt heen en de eurocrisis zal de voorliefde voor contant geld extra hebben aangewakkerd. De fiscus jaagt, nationaal en internationaal (Zwitserland, Luxemburg), hardnekkiger op zwart geld. Overheden in de eurozone hebben geprobeerd hun begroting op orde te krijgen door vooral meer belasting te heffen, dus de prikkel om zaken zwart te doen kan zijn toegenomen. Cash is een van de weinige fenomenen in de digitale samenleving die nog anonimiteit geven.

Is de vraag naar cash dus een teken dat er méér ondergronds gaat in de economie? Als de geldhoeveelheid stijgt zonder dat daar inflatie van komt, dan is de enige verklaring dat de omloopsnelheid van dat geld sterk is afgenomen. In normaal Nederlands: het maakt geen deel uit van het betalingsverkeer, maar het wordt opgepot.

Kijk naar de coupures. Lange tijd maakte het briefje van 500 euro de dienst uit – het domein van de spreekwoordelijke drugs- en tweedehandsautosector.

Maar het vijfhonderdje is sinds eind 2011 ingehaald door het vijftigje. De recente stijging van de hoeveelheid cash in de eurozone komt geheel voor rekening van biljetten van 100 en vooral van 50 euro. Die zijn couranter: zwart contant geld lijkt meer mainstream te worden. Van dat vijftigje komt eind volgend jaar de nieuwe versie in omloop. Enthousiast? Slaap er eens een nachtje op.