De ellendige zelfkant van Dublin

Wat is de voorruit van een taxi toch een geweldig venster om straatverhalen door te vertellen. Zoals in Glassland, de rauwe, bijna nihilistische tweede film van de jonge Ierse filmmaker Gerard Barrett (1987), al kun je je ook afvragen of taxichauffeur John niet liever de straat op gaat om de verhalen van thuis te ontlopen. Die gaan over zijn alcoholistische moeder Jean (Toni Colette) die de ene keer in coma in een plas kots ligt en dan weer in razernij uitbarst omdat haar drankvoorraadje weg is.

Het sociaal-realistische Glassland kiest het perspectief van John; murw geslagen, apathisch, geen trucs meer in zijn toverdoos. Alsof er nog niet genoeg ellende is in die blauwkoude wereld aan de zelfkant van Dublin, flikkert er nog meer aan barrels. Jean heeft een levertransplantatie nodig, John blijkt een broer te hebben, en een dubbelleven als mensensmokkelaar. Dat klinkt ingewikkelder dan het is: de meeste scènes zijn met dialoog gevulde een-tweetjes tussen Jean en John, wat het eindresultaat toneelmatiger maakt dan nodig is.