Column

Claude Lanzmann (2)

Nog altijd betreurt Claude Lanzmann een pijnlijk hiaat in zijn film Shoah uit 1985. Het blijkt uit zijn geschreven memoires en nu ook weer uit de aan hem gewijde documentaire Claude Lanzmann: Spectres of the Shoah, waarover ik gisteren schreef. Met de nodige bitterheid stelt hij vast dat het hem niet gelukt is interviews met leden van de beruchte Einsatzgruppen in zijn film te verwerken. Hij heeft het geprobeerd, maar het liep op een onthutsende mislukking uit.

De Einsatzgruppen volgden in de Tweede Wereldoorlog de opmars van de Wehrmacht aan het oostfront en vermoordden zonder enige vorm van proces voornamelijk burgers, zoals Joden, communisten, intellectuelen en partizanen. Een belangrijk lid was de SS-Obersturmführer Heinz Schubert. Hij kreeg na de oorlog de doodstraf, later omgezet in een 10-jarige gevangenisstraf.

In 1979 zocht Lanzmann deze man in zijn geriefelijke villa in het Noord-Duitse stadje Ahrensburg op. Hij deed dat als ‘Doktor Sorel’, werkzaam voor een fictief universitair instituut in Parijs – een dekmantel die hem eerder had geholpen in zijn contacten met ex-nazi’s. Maar bij Schubert loopt het anders, vooral door Frau Schubert die in de gaten krijgt dat het gesprek met in een tas verborgen apparatuur wordt opgenomen.

Zij pakt af en toe de tas beet en zet hem op de grond. Het gaat helemaal mis. De telefoon in de hal begint te rinkelen, kennelijk heeft Frau Schubert mensen gewaarschuwd. Opeens stormen vier sterke mannen binnen, van wie er een brult: „Doe open die tas!”

Lanzmann probeert met zijn assistente weg te komen, maar kan niet verhinderen dat ze zwaar mishandeld worden en onder het bloed naar hun auto moeten rennen. Als hij wegscheurt, slaan en spugen zijn belagers op de auto. In de documentaire – niet in zijn memoires – zegt Lanzmann verbitterd dat hij een maand lang in een ziekenhuis moest herstellen van zijn verwondingen.

Je kunt merken dat hij de hele gebeurtenis als een soort nederlaag heeft ervaren. Het was voor hem vooral een schok om nog in het naoorlogse Duitsland als Jood door nazi’s achtervolgd te worden.

Zijn belagers dienden zelfs een aanklacht tegen hem in, maar de officier van justitie van Sleeswijk-Holstein besloot hem niet te vervolgen nadat hij had uitgelegd waarom hij clandestiene opnamen had gemaakt. Wel werd hem verboden de opnamen te gebruiken. Ze zijn dan ook niet in Shoah te zien, maar wel voor een klein deel in de documentaire over Lanzmann.

Wie de gehele opname wil zien (zonder de klopjacht), kan op internet terecht bij het Steven Spielberg Film and Video Archive. Het is de moeite waard: een uiterst vriendelijk, maar vasthoudend doorvragende Lanzmann tegenover een ogenschijnlijk ontspannen Schubert, die de gebruikelijke uitvluchtroute voor oorlogsmisdadigers volgt: veel indirecte antwoorden en afschuiven van schuld op anderen. Waarom hij toch altijd als kroongetuige bij processen moest opdraven? Hij begreep het niet, anderen hadden zoveel meer gezien dan hij.

„Lanzmann riskeerde hier zijn leven”, zegt een van zijn vrienden in de documentaire. Zo moet Lanzmann het ook zelf ervaren hebben, want hij was hierna een tijd lang van slag. Misschien had hij zichzelf ook wel iets te verwijten. Hij toonde zich tegenover Schubert al meteen zó goed geïnformeerd, dat het de man verbaasde en diens vrouw mogelijk tot actie aanzette.