Big Pharma zoekt klappers bij de kleintjes

Grote Amerikaanse farmaceut sluit aan bij Nederlandse durfinvesteerder in biotechnologiebedrijfjes.

René Kuijten

Het is crisis bij Big Pharma, zoals de grote farmaceuten worden genoemd. Big Pharma behaalt weliswaar jaarlijks nog miljarden dollars winst, maar maakt zelden meer een revolutionair geneesmiddel.

De oplossing zoeken de grote bedrijven in de overname van kleinere biotechbedrijven, die wél baanbrekende pillen produceren. Zo deed Pfizer (omzet 49 miljard dollar in 2014) deze week een definitief bod op zijn concurrent Allergan (omzet 13 miljard), dat al het resultaat was van een reeks fusies en overnames.

Deze week werd ook bekend dat de Amerikaanse farmaceut Bristol-Myers Squibb (BMS, omzet 16 miljard) een „significant bedrag” stort in een fonds van Life Sciences Partners (LSP), dat zo’n 200 miljoen investeert in innovatieve biotechnologie en kantoor houdt in Amsterdam.

LSP investeert met zogeheten durfkapitaal in biotechbedrijfjes vanaf het moment dat die positieve resultaten laten zien bij het testen van medicijnen op dieren. Het LSP-fonds blijft meestal in die bedrijfjes investeren tot en met de eerste testen met patiënten (fase 2). „Dat is onze sweet spot”, aldus René Kuijten, mede-eigenaar van LSP. „Daarna proberen we bedrijven te verkopen aan Big Pharma.”

Is de investering van BMS in uw fonds een teken van de crisis bij Big Pharma?

„Ja, heel duidelijk. De biotechbedrijfjes zijn een reddingsboei voor Big Pharma om nieuwe ideeën op te pikken, want hun patenten op medicijnen lopen af en hun pijplijn met medicijnen in ontwikkeling is leeg. Ze ontwikkelen zelf nog wel wat, maar ze kiezen steeds vaker voor investering in en overname van anderen.”

Hoe komt het dat die kleinere bedrijven beter zijn in het ontwikkelen van revolutionaire geneesmiddelen dan de grote?

„Als je een jonge wetenschapper bent, en je bent hartstikke goed, dan ga je niet naar Big Pharma. Dan word je postdoc in Amerika en kom je terug en krijg je hier je eigen onderzoeksgroep aan de universiteit. Bij de universiteiten komen de grote doorbraken vandaan. Want daar is academische vrijheid om een onderwerp uit te diepen en je hart te volgen. Bij Big Pharma zit je toch in een keurslijf.”

Dus Big Pharma heeft een personeelsprobleem?

„Dat is één. Verder kunnen universiteiten in de heel vroege fase van onderzoek gebruikmaken van belastinggeld. Een geneesmiddel op de markt brengen kost voor grote farmaceuten 2 miljard dollar, omdat ze alle mislukkingen ook moeten meerekenen. Als ze een bedrijf overnemen, stappen ze veel later in en hoeven ze maar een paar jaar ontwikkeling te financieren. Van de medicijnen die nu op de markt komen, komt 60 tot 70 procent tegenwoordig van kleinere biotechbedrijven.”

Hoe probeert Big Pharma de biotechbedrijfjes bij te benen?

„Grote farmaceuten nemen heel veel over. Dat is de truc. Daarbij hebben ze vaak hun eigen investeringsfonds. BMS heeft als een van de weinige grote farmaceuten nog geen eigen fonds. Ze hadden het gevoel dat ze de vroege kansen niet zagen en steeds te laat kwamen. Dus hebben wij die opdracht gekregen.”

Hoeveel geld investeert BMS in jullie fonds?

„Dat mag ik niet vertellen. Maar het is voor ons een groot bedrag. In de tientallen miljoenen. Dat is voor ons significant, want ons fonds heeft tot 200 miljoen euro. We investeren dat in vijftien tot twintig bedrijven, het gros in Europa; 20 tot 30 procent daarvan zijn Nederlandse bedrijven.”

Dat is veel.

„Ja. Nederland, maar ook Vlaanderen en Duitsland, zijn landen waar heel goede wetenschap is, maar weinig durfkapitaal. Het is heel lastig voor fondsen als de onze om geld op te halen. Maar doordat er veel minder geld is, hebben we wel heel veel keuze. We zien achthonderd investeringskansen per jaar en doen er maar drie.”

Dat is bijna voor God spelen.

„Ja, dat is natuurlijk hartstikke lastig. En in Europa zijn er maar drie of vier groepen als wij. LSP richt zich vooral op Nederland, Vlaanderen, Duitsland en Zwitserland. Omdat daar heel goede wetenschap is, en nog veel minder durfkapitaal dan in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld.”

Hoe selecteer je die drie bedrijven uit de achthonderd?

„We kijken eerst of het echt doorbraakwetenschap is. Ten tweede kijken we naar het medische: is het ook in de kliniek interessant? Gaat de dokter het gebruiken? En zijn er ook genoeg patiënten? Heel vaak is er fantastische wetenschap, maar dan is het het verkeerde antwoord op een niet gestelde vraag. En ten derde: de markt. Is Big Pharma geïnteresseerd? Want we moeten het uiteindelijk aan hen verkopen. Daarom is deze samenwerking met BMS voor ons ook zo belangrijk – zo zien we waar zij naar kijken en weten we hoe ze hun pijplijn willen opbouwen.”

Heeft u contact met alle grote farmaceuten?

„We hebben vroeger ook investeringen van GSK en Pfizer gekregen, maar dit is by far de grootste. Tien jaar geleden zaten de grote farmaceuten in hun ivoren toren, tegenwoordig komen ze hier om onze portefeuille te bekijken, bedrijven te bezoeken. Ze zijn echt wakker.”

Wat wil Big Pharma het liefst kopen?

„Immuno-oncologie [waarbij het eigen afweersysteem wordt gestimuleerd om kankercellen aan te vallen, red.] is nu heel hot. Maar eigenlijk alle grote indicatiegebieden, diabetes, hart- en vaatziekten, monogenetische afwijkingen, auto-immuunziekten. Wij kijken echter niet zozeer naar grote patiëntengroepen. Uiteindelijk gaat het Big Pharma natuurlijk om geld verdienen. Dat is heel duidelijk. Maar het zou best kunnen dat, als je focust op een kleine ziekte, je een mechanisme ontrafelt waarmee je voor veel meer ziektes iets bedenkt. In het stadium waar wij instappen, is vaak nog niet duidelijk of het voor een grote of een kleine markt is.”

Maar BMS heeft toch wel een focus?

„Ja, immuno-oncologie en immunotherapie. Daarin is BMS de grootste ter wereld en dat willen ze graag blijven. Maar wij investeren zonder rekening te houden met hun focus. Wel wijzen we erop als we bedrijven tegenkomen die interessant voor BMS kunnen zijn om over te nemen. Dat houdt deze samenwerking in. Vervolgens moeten ze zelf met dat bedrijf in contact komen. Daar hebben wij niks mee te maken. Maar wij leren zo wel wat Big Pharma interessant vindt.”

Is de Nederlandse biotechnologie erg in trek bij internationale investeerders?

„Ja. Maar we hebben in Nederland bijvoorbeeld niet zoveel beursgenoteerde biotech, vergeleken met Brussel. Dat komt vooral doordat de technology transfer, de vertaling van wetenschap naar de markt, in België heel erg goed is opgezet. Daar zit één instituut, het Vlaamse Instituut voor Biotechnologie, dat die tech-transfer voor vier universiteiten doet. Dat is in Nederland veel minder goed geregeld. Het gaat hier nog per universiteit, er zijn vaak te weinig mensen waardoor ze niet alle kwaliteiten aan boord hebben en ze krijgen onvoldoende mandaat van de raad van bestuur om te doen wat ze moeten doen. Die techtransfer moet in Nederland echt enorm verbeteren.”

Bent u bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen? Kijkt u ook naar prijzen?

„Jazeker, we hebben zelfs een speciaal fonds dat alleen investeert in medische technologie en diagnostiek die de kosten van de zorg kunnen verlagen, omdat dat natuurlijk een van de allergrootste problemen is. Dus dat zit zeker in onze filosofie. Maar het is niet alleen idealisme, dure producten zijn ook veel moeilijker op de markt te brengen.”

Is het huidige systeem van de farmaceutische industrie houdbaar, met het oog op de stijgende zorgkosten?

„Er zijn steeds meer mensen die oud worden en chronische ziekten hebben, maar er zijn ook steeds meer mensen die zorg kunnen betalen. De rijkdom in de wereld, kijk naar China, is enorm aan het toenemen. En de wil om voor zorg te betalen is er ook. Je ziet dus een enorme vraag naar gezondheidszorg, aan de andere kant zie je ook dat Big Pharma dat niet kan oplossen. Grote farmaceuten hebben veel hogere kosten, niet de beste kwaliteit en zijn bureaucratisch. En bij de kleinere bedrijven, een markt op zich, komen de beste bovendrijven en die pikt Big Pharma dan op. Het is heel efficiënt.”

Dus het werkt?

„Ja. Maar er komt natuurlijk steeds meer druk op prijzen. Ik denk dat overheden gezamenlijk moeten gaan onderhandelen om de prijzen naar beneden te halen. Er zijn eigenlijk twee grote uitdagingen: de kosten, en dat er nog heel veel ziektes zijn waar niks voor is.”

Merkt u wat van de maatschappelijke druk wat de zorgkosten betreft?

„Ja, als Hillary Clinton [kandidaat van de Democraten] zegt dat ze, als ze president wordt, iets aan de prijs gaat doen, gaan alle beursgenoteerde bedrijven naar beneden. Maar er zit nog zoveel rek in. Als Big Pharma 2 miljard dollar nodig heeft voor ontwikkeling van een geneesmiddel maar een biotechbedrijf kan kopen voor 800 miljoen, en daarmee een hele pijplijn, is er ruimte om kosten te drukken.”

U ziet geen systeemcrisis?

„Nee. Misschien wel het grootste knelpunt op het gebied van medische technologie is om, als er iets nieuws is, het ook geïmplementeerd te krijgen. Dat dokters het ook gebruiken. Daar is nog zo ontzettend veel te halen. Dat komt doordat de prikkels in de gezondheidszorg vaak niet goed werken. Omdat men zo op de eigen productie is gericht. Er wordt heel vaak gewezen naar de farmaceutische industrie. Maar in de ziekenhuizen wordt zoveel geld verspild. Het is niet zo dat de problemen alleen zitten bij de hoge prijzen van de farmaceutische industrie. Het is ook een probleem om nieuwe dingen geaccepteerd te krijgen, en snel.”