Column

Besmet woord

Radicalisering – ik heb sterk de indruk dat de gevoelswaarde van dat woord aan het veranderen is. Dat komt natuurlijk doordat we de laatste tijd zoveel horen over geradicaliseerde moslims. En over geradicaliseerde islamitische jongeren.

Bij een geradicaliseerde moslim denken we niet aan iemand die zijn religieuze of politieke opvattingen heeft aangescherpt, maar aan een gehersenspoelde bomvestdrager met een kalasjnikov. Het lijkt erop dat woorden als radicaal, radicalisme en radicalisering een dreigende klank hebben gekregen in de nabijheid van zo’n beetje alles wat met de islam te maken heeft. Radicaal halal, een radicale moskeeganger, radicaliserende boerkavrouw, geradicaliseerde Korangeleerde: het klinkt allemaal niet pluis.

Die verandering in de gevoelswaarde van radicaal/geradicaliseerd heeft zich in relatief korte tijd voltrokken. In 2011, nog geen vier jaar geleden, lanceerde het CDA, om zich te positioneren in het politieke spectrum, de aanduiding het radicale midden. Daar werd onmiddellijk de spot mee gedreven, mede omdat het radicale midden wat betekenis betreft zo’n misbaksel is. Radicalen bevinden zich uiterst links of uiterst rechts in het politieke spectrum en dus is de middenpositie per definitie niet radicaal. Je presenteert je ook niet als een radicale mediator of als een krant die radicaal de nuance zoekt. Anderhalf jaar later verwees het CDA deze aanduiding dan ook naar de prullenbak.

In het Latijn betekent radicalis ‘betrekking hebbend op de wortel, fundamenteel’. Het Nederlands leende radicaal in de tweede helft van de achttiende eeuw uit het Frans. Aanvankelijk werd het vooral gebruikt in de betekenissen ‘grondig, geheel en al’. Nogal wat artsen en kwakzalvers beloofden indertijd radicale oplossingen voor allerlei kwalen. Zo lezen we in een advertentie uit 1783: „De Heer Hooffman maakt bekent, dat hy een zeker Water heeft uitgevonden, waar door (...) alle Maagkwalen binnen korten tyd radicaal geneezen worden.”

In navolging van het Frans kreeg radicaal er in het begin van de negentiende eeuw een betekenis bij, namelijk ‘geneigd tot ingrijpende politieke hervormingen’. Er kwam meteen een discussie op gang of politiek radicalisme een positieve dan wel een negatieve kwalificatie was. In 1840 werd die discussie onder meer gevoerd in de Arnhemsche Courant, indertijd een zeer invloedrijke, liberale krant die de nuance meed.

Volgens een minister bestond de toenmalige redactie zelfs uit dolle radicalen. Op 24 juni 1840 wijdde de Arnhemsche Courant een halve voorpagina aan de betekenis van het woord radicaal. „Een radicaal mensch, of eene radicale partij, in het staatkundige, zou beteekenen: een mensch of eene partij die de politische gebreken in den wortel uitroeijen, in den grond tegengaan wil. Maar moet dit, in den regel, niet altijd geschieden? Kan daaromtrent twijfel bestaan? In den regel dus is slechts de radicale politicus een waar staatsman; gelijk in den regel de radicale medicus de ware geneesheer is.”

Een verre voorloper van de VVD noemde zich in 1892: De Radicale Bond. In 1968 werd de Politieke Partij Radikalen (PPR) opgericht. Het voorbereidend werk was gedaan door de ‘Werkgroep Christen-Radicalen’. Radicaal stond lange tijd voor ferm, stevig, fel voor je mening durven uitkomen. Maar nu radicaal en geradicaliseerd worden geassocieerd met kogels en bomvesten, denk ik dat nog maar weinig mensen zich als zodanig zullen presenteren.