Adolf Hitlers reïncarnatie als tv-komiek

Der Führer blijkt een instant succes in het Duitse talkshowcircuit.

Hoe werd Adolf Hitler toch zo’n grappenmaker? Iets komisch kleefde er altijd al aan zijn hysterische retoriek en theatergebaartjes: Charlie Chaplin en Walt Disney deden daar hun voordeel mee. Maar achteraf, toen de omvang van de nazimisdaden inzonk, verging ons het lachen.

Tot Monty Python. En Der Untergang, de speelfilm uit 2004 over zijn laatste dagen in Berlijn. Acteur Bruno Ganz speelde Hitler daar als knoop van tics en tremors, zwalkend tussen razernij, zinsbegoocheling en wanhoop. Ene DReaperF4 veranderde op YouTube Ganz’ schuimbek-monoloog over een mislukte tegenaanval in snedig commentaar op Microsofts Flight Simulator X, en de rest is geschiedenis: Hitler werd de hardnekkigste internet-meme ooit.

Goed dat we nu om Hitler kunnen lachen, toch? Humor maakt alles ongevaarlijk, toch? Of niet dan? Die aarzeling vormt de kern van Er ist wieder da, de knappe Duitse hitkomedie naar de roman van Timur Vermes. Hitler zien we anno 2014 in de kracht van zijn leven op de plek waar de SS in april 1945 zijn lijk met benzine overgoot en verbrandde. Na wat aanpassingsproblemen – Der Führer spreekt een jochie in voetbalshirt aan als ‘Hitlerjunge Ronaldo’ – zet hij zich aan de herovering van Duitsland. Eerst zuigt Hitler het actuele ongenoegen op tijdens een luistertournee, dan geeft hij dat een stem als briljant Hitler-imitator die altijd ‘in karakter’ blijft. De kijkers absorberen het ironisch en kunnen het zo stiekem eens zijn met zijn foute uitspraken over buitenlanders en bureaucraten en de elite die niet luistert.

Argeloze Heil Hitlers

De humor van Er ist wieder da werkt op twee manieren. Ten eerste is er Hitlers verbazing en onbegrip over het nieuwe Duitsland, ten tweede is er het straattheater à la Sacha Baron Cohen, die met Ali G of Borat politiek volstrekt incorrecte figuren in het wild losliet en de reacties filmde. Waarbij de lol deels schuilt in zijn schandalige uitspraken, deels in geschokte reactie en onthullende bijval. Zo ook hier: voorbijgangers brengen monkelend de Hitlergroet, voetbalsupporters vallen hem bij, toeristen laten hun portret door Hitler tekenen.

Die argeloze Heil Hitlers moet je niet tot iets heel sinisters opblazen: Er ist wieder da doet dat gelukkig ook niet. Als de film halverwege dreigt in te zakken in Borat-sjablonen, herpakt hij zich met Hitlers tweede ondergang in tabloidstijl en volgt een Charlie Kaufmaneske doolhof van boek in film in realiteit.

Regisseur David Wnendt, die in 2013 al uit het vunzige shockfeminisme van Feuchtgebiete een soort romkom sleepte, laveert in Er ist wieder da zeer lichtvoetig door het Duitse mijnenveld rond Adolf Hitler en komt zo tot een film die tot nadenken stemt. Want zo vergezocht is Hitlers reïncarnatie als televisiekomiek niet nu alles in de vorm van infotainment, grap en oneliner moet, politiek vooral performance is, stand-up comedians de invloedrijkste opiniemakers zijn en clowns als Beppe Grillo of Donald Trump als serieuze belagers van het grauwe midden gelden. Wat kan Hitler dan anders zijn dan een komiek? De mini-führers van nu – Geert Wilders heeft een mooie cameo in de aftiteling – gebruiken geen grime en flapschoenen om zich van de burgerpolitiek te onderscheiden, maar van een koddig peroxideblond Mozartpruikje kijkt niemand op. Karl Marx wist het al: de geschiedenis herhaalt zich. Eerst als tragedie, dan als farce.