Wie stemt straks onze piano?

Er dreigt de komende tien jaar een tekort aan ambachtslieden. Dat kan oplopen tot een half miljoen vacatures. Oplossing: meer investeren in vakopleidingen.

Glazenier Freek van der Elk(links op de foto): „In dit vak moet je echt meters maken, dan pas leer je het.”

Managers scholen zich om tot meubelmaker, de barbier is terug en een béétje hipster produceert zijn eigen bier, worst of ijs. Er is sprake van een herwaardering van oude ambachten en specialistisch handwerk. Toch kampen veel ambachtelijke opleidingen al jaren met een teruglopend leerlingaantal en sommige beroepen worden met uitsterven bedreigd. Wie repareert er straks nog een schoen?

Vanwege vergrijzing en te weinig nieuwe instroom dreigt er een groot tekort aan ambachtsmensen in de komende tien jaar. Schattingen lopen uiteen van 250.000 tot bijna een half miljoen vacatures. Het gaat om vakkundig, handmatig en geschoold werk, dat voornamelijk in de praktijk is geleerd en waarbij de nadruk ligt op vaardigheid. Volgens onderzoek van het Centrum voor Ambachtseconomie (CvAE, het kenniscentrum voor en over ambachten) is er in 2025 een tekort van 485.000 vakmensen, van zadelmakers tot vioolbouwers en van pedicures tot banketbakkers.

Slechts 1 procent van de mbo’s leidt op tot een kleinschalig, ambachtelijk beroep. Deze specialistische vakscholen staan onder financiële druk: ze zijn vaak niet rendabel vanwege het kleine aantal studenten, maar ze moeten wel dure apparaten en materialen in huis hebben. Versnippering dreigt en een aantal opleidingen maakt zich zorgen over het voortbestaan.

Mensen blijven pianospelen

„Goede vakmensen zullen altijd nodig blijven”, zegt Elrie Bakker-Derks, voorzitter van het kenniscentrum CvAE. De consument heeft er behoefte aan. „Er zullen altijd mensen zijn die pianospelen of paardrijden. Maar denk ook aan de zorgsector: orthopedisch schoenmakers, prothesemakers. Bovendien is het absurd dat er een tekort aan vakmensen dreigt, terwijl er werkzoekenden in kaartenbakken blijven zitten.’

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) schreef begin dit jaar een brief aan de Tweede Kamer. Zij benadrukte hierin de „economische, cultureel-historische en consumentenwaarde” van de sector en kondigde een aantal maatregelen aan om kleinschalige mbo’s te ondersteunen. Er komt extra geld bij: jaarlijks structureel 75 miljoen euro om kleinschalige vakscholen te ondersteunen.

Daarnaast beloofde zij meer mogelijkheden tot samenwerking. Toekomstige hoefsmeden kunnen bijvoorbeeld vakken volgen aan de populairdere opleiding paardenhouderij. Studenten onder de achttien jaar kunnen een ov-jaarkaart krijgen zodat zij makkelijker een opleiding verder van huis kunnen volgen en specialistische, unieke vakopleidingen kunnen een licentie krijgen om zich te onderscheiden van concurrenten.

Bakker-Derks is blij met de nieuwe aandacht voor vakopleidingen, maar is van mening dat er voorwaarden aan de financiële injectie moeten worden verbonden. Een andere visie op onderwijs is hierbij nodig, vindt ze. „Een aantal opleidingen is niet toekomstbestendig of leidt op tot werk dat over een paar jaar niet meer bestaat. Daar moet je realistisch in zijn. Denk na over alternatieven, zoals een gebouwloze, meer praktijkgerichte school.”

Het Hout- en Meubileringscollege in Amsterdam is een van de weinige ambachtsscholen met een stijgend leerlingenaantal. Hoofd communicatie Fred Schouten denkt dat vooral het tegengaan van versnippering belangrijk is. „Voorkom concurrentie tussen scholen. Je kunt beter investeren in een kleiner aantal opleidingen en die de ruimte geven om te investeren en te innoveren. Verplicht ze samen te werken met de branche. Voor de opleidingen is het goed als bedrijven uit de ambachtssector bij de school worden betrokken.”

Meester-gezelsysteem

Alle betrokkenen pleiten voor meer praktijkonderwijs. „Instructies kun je via internet leren, vervolgens ga je in de leer bij een vakman, een meester. Een ambacht leer je het best door het jarenlang te oefenen”, zegt Bakker-Derks.

Een tweede voordeel van een meester-gezelsysteem ziet Bakker-Derks over de grens. In Duitsland wordt een meester gezien als de absolute top in zijn vak en geniet groot aanzien. In Nederland is volgens haar de aandacht voor de kenniseconomie doorgeschoten, ten koste van de ambachtseconomie. Wel komt er komt nu eindelijk een herwaardering op gang. „Het wordt tijd dat het onderwijssysteem zich daaraan aanpast. Maak andere talenten zichtbaar en bied vakmensen de mogelijkheid te excelleren. Want aan gestemde piano’s of orthopedische schoenen blijft behoefte. Het werk zal niet verdwijnen.”