Van alle leningen bij Europese banken is 5,6 procent ‘slecht’

Met 3 procent scoren banken in Nederland goed, vergeleken bij andere Europese landen. In de VS is het percentage ook 3.

Europese banken hebben nog steeds veel slechte leningen op hun balans staan. Van 5,6 procent van alle leningen is het de vraag of ze ooit worden terugbetaald. Ook zijn de rente-inkomsten op deze leningen onzeker. De optelsom van al deze leningen is ruim 1.000 miljard euro.

Dat schrijft de Europese Bankenautoriteit (EBA) in een gisteren gepubliceerd rapport. De EBA gebruikte data van 105 banken in 21 Europese landen – 20 EU-landen en Noorwegen – uit juni dit jaar.

Het percentage is wel een half procentpunt lager dan een half jaar daarvoor, toen was nog 6,1 procent van alle leningen slecht. Het is de eerste keer dat de EBA gedetailleerde data vrijgeeft over deze zogenoemde ‘niet-presterende leningen’.

Het percentage van 5,6 procent is relatief hoog. In de Verenigde staten is maar 3 procent van alle leningen van zulke slechte kwaliteit, schrijft de Britse zakenkrant Financial Times.

Nederlandse banken scoren goed in vergelijking met andere Europese banken: 3 procent van alle leningen is slecht. Daarmee staat Nederland op de vijfde plaats. Topscoorder is Zweden met 1 procent. Daarna volgen Noorwegen, Finland en het Verenigd Koninkrijk.

De landen met de meeste slechte leningen zijn Cyprus (46 procent), Slovenië (28 procent) en Ierland (22 procent).

Hoewel er wel verbetering in zit, zijn de slechte leningen een „groot probleem”, schrijft de bankenautoriteit in het rapport. Europese banken moeten hun slechte leningen „blijven adresseren”, zegt directeur Piers Haben van de EBA in een verklaring. Deze leningen zijn een „rem op de winstgevendheid”.

Wel zijn de banken sterker geworden doordat hun kapitaalposities verbeterd zijn. Dat hebben ze voor elkaar gekregen door meer eigen vermogen aan te trekken en winst aan de reserves toe te voegen.