Stalle

Ellen Deckwitz kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Een man zit op het trapje voor zijn huis

met zijn hoofd in de wind.

Hij ziet auto’s bewegen in de wind

en de mensen die hem passeren

houden tassen in de wind en

dragen brillen, praten in hun telefoons

vouwen vliegtuigjes van keelklanken

en van vliegtuigjes sombere krantenberichten.

Golven spoelen door de straat

en dwars door de moeders met kinderen

door de vaders met voetbalwonden.

Het kan de wind niets schelen. Het zijn

langzame seconden waar de wind

doorheen waait

en waar de man met de wind praat

praten de bussen met de rest van de straat.