Column

Parijs als feest

In Frankrijk is het boek A Moveable Feast van Ernest Hemingway (1899-1961) weer heel populair. Het staat hoog op de bestsellerlijsten en duikt in Parijs op tussen de rouwkaarsen voor de slachtoffers van de aanslagen. Daaraan zal de titel van de Franse vertaling niet vreemd zijn: Paris est une fête. De oorspronkelijke titel was ook voor de Nederlandse uitgave lastig. Een verplaatsbaar feest? Dat werkt niet. De (anonieme) vertaler maakte ervan: Amerikaan in Parijs.

Het opmerkelijke aan deze revival is dat het boek eigenlijk niet zo erg over Parijs gaat. Hemingway heeft meer aandacht voor zijn vriendschappen en andere contacten in Parijs met illustere collega’s als Gertrude Stein, Ezra Pound, Ford Madox Ford en F. Scott Fitzgerald. Van sommigen schetst hij scherpe, soms uitgesproken boosaardige portretten.

Niet zij zijn de voorbijgangers, maar de stad Parijs waarvan hij vluchtige, sfeervolle indrukken geeft in zijn ritmische, soms zo lastig vertaalbare, zintuiglijke stijl. „The leaves lay sudden in the rain and the wind drove the rain against the big green autobus at the terminal and the Café des Amateurs was crowded and the windows misted over from the heat and the smoke inside.”

Het boek speelt zich af tussen 1921 en 1926, toen Hemingway zich als aankomend schrijver met zijn (eerste) vrouw Hadley in Parijs had gevestigd. Hij schreef het veel later, in de laatste jaren van zijn door alcoholisme en depressies geruïneerde leven, waaraan hij in 1961 met zelfmoord een einde maakte. Je zou van zo’n geteisterde schrijver een ander, somberder boek verwacht hebben, maar dat is A Moveable Feast juist niet. De toon is vitaal en optimistisch.

Hemingway beschrijft zichzelf als een jonge schrijver die overtuigd is van zijn talent en geen reden heeft zijn toekomst te vrezen, ook al is hij bij tijden arm en hongerig. Honger was zelfs een goede leermeester, schrijft hij ergens. „Je kon dan altijd het museum ingaan en als je een lege buik had en je voelde je hol van de honger, dan kwamen alle schilderijen scherper en duidelijker en mooier uit.”

Hij doet in A Moveable Feast zelfs luchtig over een voor hem als schrijver traumatische gebeurtenis. Zijn vrouw had in december 1922 een koffer vol met zijn nog niet gepubliceerde manuscripten en doorslagen onbeheerd laten staan in de trein van Parijs naar Lausanne, waar hij een skivakantie vierde. De koffer werd nooit teruggevonden. Tegen een vriend vertelde hij jaren later dat „hij bijna zijn toevlucht had genomen tot de chirurgie om het te vergeten”.

Hij was razend op de stamelende en huilende Hadley geweest, kon het haar niet vergeven.

Ezra Pound hitste dat Hadley de koffer opzettelijk ‘vergeten’ was – uit jaloezie jegens Hemingways grootste liefde, het schrijverschap, waar zijn meeste aandacht naar uitging. Ook Hemingway zelf zou vergelijkingen hebben gemaakt met seksuele ontrouw en verloren liefde. Hoe het ook zij, vier jaar later verruilde hij Hadley voor een ander.

Maar in A Moveable Feast doet hij, bijna veertig jaar, later alsof hij er zich vrij gemakkelijk overheen had gezet: „Chink [een vriend] had me geleerd nooit over je verlies te praten.”

Je zou kunnen concluderen: herinneringen aan de stad Parijs doen je op den duur het ergste vergeten. In dat opzicht hebben de Parijzenaars dit boek terecht weer in hun hart gesloten.