Onheldere ontwikkelingshulp

De vraag of het geld voor ontwikkelingshulp goed wordt besteed, is verre van nieuw. Integendeel, weinig posten op de rijksbegroting zijn door de jaren heen zo uitvoerig bediscussieerd als die van Ontwikkelingssamenwerking. De kritische bezinning leidde bijvoorbeeld in 2010 tot een baanbrekend rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarin een meer nuchtere benadering werd bepleit. ‘Minder pretentie, meer ambitie’, luidde de veelzeggende titel.

Veel van wat de WRR vijf jaar geleden voorstelde, is inmiddels aanvaard beleid geworden. De fixatie op de aan het nationaal inkomen gekoppelde uitgavennorm is minder sterk en de directe Nederlandse hulp wordt meer gericht gegeven aan minder landen. Ondanks de bezuinigingen bedraagt de begroting volgend jaar nog altijd 4,1 miljard euro.

Het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven van de Tweede Kamer heeft de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking van minister Ploumen (PvdA) onderzocht. Daarbij ging het nadrukkelijk niet om de daarin gemaakte keuzes, maar om de inzichtelijkheid van de begroting. Conform een idee van het Tweede Kamerlid Duisenberg (VVD) werden vervolgens twee Kamerleden als rapporteur aangewezen – één uit de coalitie en één uit de oppositie – die met een niet-politieke blik naar de cijfers keken.

Dit duo, de Kamerleden Taverne (VVD) en Smaling (SP), kwam deze week tijdens een overleg met minister Ploumen met de nodige kritiek. Hun belangrijkste bezwaar: de begroting biedt onvoldoende inzicht om de Tweede Kamer goed te kunnen laten beoordelen of beloofde prestaties zijn geleverd, doelen gerealiseerd, streefwaarden gehaald en veronderstelde effecten bereikt.

Zeker, het meten van resultaat van ontwikkelingshulp is vaak moeilijker dan in andere sectoren. Het is vanwege zijn aard nu eenmaal een risicovolle en onvoorspelbare ‘bedrijfstak’. De roep om volledige verantwoording kan leiden tot administratieve neveneffecten die in geen verhouding meer staan tot het hulpproject. Maar dat wil niet zeggen dat niet tot het uiterste gepoogd moet worden om een helder overzicht te geven van kosten en baten. Daar ontbreekt het aan in de begroting van minister Ploumen.

Het is dan ook begrijpelijk dat een ruime meerderheid in de Tweede Kamer de minister in twee moties heeft opgeroepen die helderheid in de begroting te verschaffen. Des te onbegrijpelijker is het dat de PvdA die moties niet heeft willen steunen. Juist het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking vereist transparantie. Dat is geen cijferfetisjisme zoals de PvdA stelt, maar fatsoenlijk bestuur.