Aanslag in Tunis op beveiligers van president: 12 doden

Bij een zelfmoordaanslag in Tunis op een bus met militairen van de presidentiële garde zijn gisteren zeker twaalf gardisten gedood. Zeventien mensen raakten gewond. Volgens ooggetuigen vloog de bus in brand na een explosie op de brede Mohammed V boulevard in het centrum van de stad. President Béji Caïd Essebsi riep ’s avonds de noodtoestand uit en stelde een avondklok in. Dit is een pijnlijk besluit, want in de Tunesische hoofdstad is een internationaal filmfestival aan de gang. De aanslag is nog niet opgeëist. De terreurgroep Islamitische Staat eiste de verantwoordelijkheid op voor de aanslagen in maart op het museum Bardo in Tunis en in juni op toeristen op een strand in Sousse. Daarbij werden zestig mensen gedood, vooral buitenlandse toeristen. Ditmaal was een elitekorps doelwit dat de president beveiligt. „Dit is een nieuw type aanval dat zich richt op het prestige van de staat”, zei Hichem Gharbi, een beveiligingsfunctionaris van de president. De wetteloosheid in buurland Libië is een belangrijke oorzaak van de toenemende terreur in Tunesië. Libië is na de val van Gaddafi een broeinest van smokkelaars, criminele bendes en moslimextremisten met tentakels in de hele regio. Duizenden Tunesiërs zijn geronseld door terreurnetwerken in Libië of doorgereisd naar Syrië. (AFP)