Nederland wil molenaarschap op UNESCO-lijst

In Nederland zijn vijftig beroepsmolenaars en meer dan duizend vrijwilligers.

Foto Jerry Lampen / ANP

Nederland nomineert het molenaarschap voor de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed. Dat heeft minister Bussemaker bekendgemaakt in een molen in Amsterdam-Noord. Het is de eerste keer dat Nederland een traditie aandraagt voor de UNESCO-lijst voor immaterieel cultuur erfgoed van de mensheid.

Immaterieel erfgoed is ‘levend’ erfgoed, volgens UNESCO: sociale gewoonten en gebruiken, tradities of bijzondere vaardigheden van gemeenschappen. Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag ondertekend. Daarop bracht het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed het Nederlands erfgoed in kaart. Op die inventarisatie staan onder meer het ambacht van klompen maken, Sint-Maarten, en natuurlijk Sinterklaas.

Advies Raad voor Cultuur

De minister volgt met de keuze voor het molenaarschap een advies van de Raad voor Cultuur. Molenaars werken goed met elkaar samen en doen al veel om de traditie levendig te houden. Zo is er een molen-app, waarmee je de dichtstbijzijnde molen kunt opzoeken, en een nationale molendag. Een plek op de UNESCO-lijst levert geen geld op, maar wordt vooral gezien als erkenning van de traditie. Ook kan UNESCO bijdragen aan kennisoverdracht door bijvoorbeeld uitwisselingen te organiseren.

In Nederland zijn nog ongeveer vijftig beroepsmolenaars en meer dan duizend actieve vrijwillige molenaars. Sinds 1972 is er zelfs een opleiding tot molenaar, aangeboden door het Gilde voor Vrijwillige Molenaars, dat ruim 2.100 leden heeft. Het aantal gediplomeerde leden van het Gilde is vorig jaar zelfs met vijf procent gegroeid (pdf). De Vereniging De Hollandse Molen, opgericht in 1923, zet zich in voor het behoud van molens in Nederland en verzorgt de examens voor kandidaatmolenaars.

Bekijk hier de UNESCO-lijst met immaterieel erfgoed.