Met ons praat de jihadist nog wel

directeur van Reclassering Nederland

Jihadverdachten, vaak eenzaam en vervreemd van de maatschappij, praten met de reclassering. Hoe dring je tot ze door?

Protest in Den Haag tegen het strenge regime op de terroristenafdeling van de gevangenissen in Vught en Rotterdam.

Of je nou een overvaller bent, of een geradicaliseerde moslim: het werk van de reclassering blijft hetzelfde. „Wij proberen erachter te komen waarom iemand tot een bepaald gedrag komt”, zegt Sjef van Gennip, de algemeen directeur van Reclassering Nederland, „en vervolgens bekijken wij waar we aan kunnen sleutelen zodat dat gedrag niet meer voorkomt.”

Reclassering Nederland houdt toezicht op een groeiende groep terrorismeverdachten. De instantie begeleidde de afgelopen twee jaar tientallen vermeende Syriëgangers, ronselaars, opruiers en jihadfinanciers. Met veertig van hen heeft de reclassering nu nog bemoeienis. De rest is vrijgesproken, veroordeeld of alsnog uitgereisd. De meeste cliënten zijn verdachten die hun proces in vrijheid afwachten.

Het toezicht bestaat onder andere uit een wekelijks gesprek met een reclasseringswerker, soms in combinatie met een enkelband. Het moet ervoor zorgen dat de verdachten in de tussentijd niet in de fout gaan, bijvoorbeeld door naar Syrië te vertrekken of, in het ergste geval, een aanslag plegen zoals onlangs in Parijs.

Het begeleiden van deze cliënten is niet eenvoudig, zegt Sjef van Gennip. Terrorismeverdachten staan zeer wantrouwig tegenover autoriteiten. Bovendien blijkt uit onderzoeken dat het uiterst moeilijk is een radicaal op andere gedachten te brengen.

Tegen die achtergrond is Van Gennip positief over de gesprekken die de reclassering voert met jihadverdachten. Zijn medewerkers hebben de indruk dat het merendeel „open staat voor contact” met de reclassering.

Een deel van hen – hoeveel kan Van Gennip niet precies zeggen – wil weer onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving waar zij zich eerder van afkeerden. Ze willen een „rol vervullen” in de maatschappij en accepteren de Nederlandse democratische rechtsstaat. „Een direct resultaat van onze interventie”, zegt Van Gennip.

Zijn er overeenkomsten tussen de jihadverdachten met wie de reclassering spreekt?

Van Gennip: „Je ziet dat zij zich vooral afzetten tegen de samenleving. Zij vinden dat ze in Nederland onheus worden behandeld, dat ze geen kansen krijgen en op een zijspoor worden gezet. Daardoor zoeken ze hun toevlucht in verhalen die ze op internet lezen en van vrienden horen over de Islamitische Staat. Dat het daar allemaal veel beter is dan in Nederland.”

Bent u het eens met hun klachten over de samenleving?

„Ik kan me voorstellen dat er onvrede is, gezien de toenemende onverdraagzaamheid in de samenleving. Als jij ongelofelijk wordt opgejaagd – iedereen let op je, je hebt geen kansen op werk – vind je het dan raar dat mensen die samenleving de rug toekeren? Ik vind dat niet zo vreemd. Desondanks mag dat geen excuus zijn om geweld te gebruiken.

„Het gevoel van niet meetellen komt bij deze groep harder aan. In tegenstelling tot andere cliënten van de reclassering is deze groep redelijk hoog opgeleid. De meesten hebben een havo- of vwo-diploma, een beroepsopleiding en soms zelfs een universitaire studie. Dat maakt het wellicht extra kwetsend wanneer je geen werk kunt vinden. Of geen stageplaats, terwijl je blanke klasgenootje die wel krijgt. Ook komt het voor dat zij onder hun niveau werken en niet in aanmerking komen voor promotie. Het voedt allemaal het gevoel: wij horen er niet bij.”

Hoe ziet hun sociale leven er uit?

„Over het algemeen zijn dit mensen met weinig contacten. Ze praten niet meer met mensen of dragen hun gedachtengoed op zo’n manier uit dat ze zichzelf daarmee in een isolement brengen. Wat opvalt, is dat ze vaak uit gebroken gezinnen komen. En de rest van hun omgeving heeft het met ze gehad. Vaak zijn reclasseringswerkers nog de enigen die contact met ze hebben.”

Jihadverdachten zijn eenzaam?

„Die indruk hebben wij wel. Op het moment dat iemand geen aansluiting meer heeft met de samenleving, wordt je wereldbeeld heel smal. Dan ben je niet meer in staat goede afwegingen te maken, omdat daar sociale interactie voor nodig is.

„Voor ons is het de kunst hun vertrouwen te winnen. Alleen dan kun je contact maken en proberen perspectief te bieden. Soms lukt het, soms niet – dan weet je bij God niet wat iemand denkt.”

Praten met de reclassering is een verplichting. Kun je iemand wel onder dwang resocialiseren?

„In het begin vormt die verplichting een drempel. Het probleem met deze cliënten is dat zij vinden dat ze het bij het rechte eind hebben, dat het allemaal de schuld is van de samenleving. Een stok achter de deur is uiteindelijk een goed instrument mensen te bewegen intrinsiek iets aan hun gedrag te veranderen.

„Als je lang genoeg doorvraagt, krijg je te horen wat hen werkelijk dwars zit. Dat ze die stageplek maar niet krijgen. Dat ze zich niet gewaardeerd voelen.”

Met welke argumenten probeert de reclassering radicalen te overtuigen van hun ongelijk?

„Wij proberen deze cliënten duidelijk te maken dat er andere manieren zijn om wat van je leven te maken dan een vertrek naar Syrië. En dat ze hier echt niet alleen maar worden uitgekotst. We zijn níét bezig mensen af te laten stappen van de radicale islam. Welk geloof jij aanhangt, is jouw vrijheid en jouw keuze. Maar als dat leidt tot strafbaar gedrag, is de grens bereikt.

„Je houdt mensen een spiegel voor: is een vertrek naar Syrië nou de oplossing? Denk je dat je dan wel gelukkig wordt? Dat je dan wel geld kunt gaan verdienen? Dat je dan wel werk krijgt? Hoe zie jij je rol in deze samenleving? Zo ontstaan gesprekken, waaruit onze medewerkers opmaken dat een aanzienlijk percentage vatbaar is voor de Nederlandse normen en waarden. Als ze maar enigszins positief worden bejegend.”

Wat heeft de reclassering een ex-jihadist te bieden die verder wil met zijn leven in Nederland?

„Als duidelijk is dat zij deel willen uitmaken van deze samenleving, gaan we praten over hoe ze hun leven kunnen oppakken, en hoe wij ze daarbij kunnen helpen. Dan kom je soms uit op een psychologische behandeling. Het kan ook heel praktisch zijn. Door contact te leggen met een mentor zorg je dat iemand weer een studie gaat oppakken. We hebben geen banen op de plank liggen – we zijn geen arbeidsbemiddelingsbureau – maar geven wel tips waar ze kunnen solliciteren. Waar mogelijk helpen wij het contact met de familie te herstellen, zodat ze weer een veilige basis hebben van waaruit zij kunnen participeren in de samenleving.”

Het klinkt eigenlijk als een nogal softe aanpak.

„Tegelijk stellen we duidelijke kaders en zijn streng. De enkelband helpt daarbij door structuur aan te brengen in hun leven. Dat houdt in: ’s nachts in bed, overdag naar school of werk. In sommige gevallen heeft iemand een locatieverbod, bijvoorbeeld voor Schiphol. De gps-enkelband controleert dat dan. Het werpt een drempel op. De ervaring leert dat het iemands gedrag kan reguleren, maar dat je er geen recidive mee kunt voorkomen. Als iemand vastberaden is te vertrekken naar Syrië, hebben wij niet de illusie dat een enkelband dit kan verhinderen.”