Law and order in vier landen in beeld

Luchtplaats van een Franse gevangenis in de buurt van Lille, met achterin een lid van een Corsicaanse bende, veroordeeld voor moord en afpersing.

‘Ik heb ooit zelf iets gedaan waarvoor ik in de bak had kunnen komen. Nee, ik zeg niet wat. Is niet gebeurd, maar het had ook net anders kunnen lopen.” Misschien, zegt fotograaf Jan Banning, heeft hij daarom een verhoogde interesse voor de impact van straf en vergelding op de maatschappij.

Daarover gaat zijn nieuwste boek waar hij vijf jaar aan heeft gewerkt, Law & Order, dat zaterdag is gepresenteerd in De Balie in Amsterdam. Banning kreeg al brede bekendheid met fotoprojecten als Bureaucratics, een reeks portretten van papierschuivers in een groot aantal landen, Down and Out in the South, over daklozen in het zuiden van Amerika, en Troostmeisjes, portretten van Indonesische vrouwen die in de oorlog tot prostitutie werden gedwongen.

Voor Law & Order heeft hij zich verdiept in het strafrecht in vier verschillende landen: de Verenigde Staten, Frankrijk, Colombia en Oeganda. Hij heeft gefotografeerd in rechtbanken, politiebureaus en gevangenissen. Het kostte jaren om toegang tot de Franse gevangenissen te krijgen; Oeganda daarentegen was heel transparant en toegankelijk.

Het boek is een mengeling van wetenschap, journalistiek en kunst, in dit geval het „emotionele medium” van fotografie. „Ik wil je als kijker in verwarring brengen en je daardoor aan het nadenken zetten.” Bijvoorbeeld over wat hij noemt de ‘lulkoek’ van strenger straffen. „Ik heb in 25 gevangenissen gefotografeerd en me verdiept in de criminologie. Het is me steeds duidelijker geworden dat bestraffing en vergelding op gespannen voet staan met correctie .” De Amerikaanse gevangenissen zijn steeds meer tot strafkampen verworden, zegt hij, dichtbevolkte vestingen van beton en roestvrij staal. Die van Colombia zijn uitpuilende varkensstallen waar de doorgewinterde misdaadbendes tot ver buiten de muren hun cultuur van geweld verspreiden.

Banning is door dit project erg in de war geraakt over de rol van de staat, zegt hij. „Ik ben milder gaan denken over het bestaansrecht van de staat in abstracto, maar over de manier waarop daar invulling aan wordt gegeven, voel ik grote scepsis. Zo worden in Amerika aanklagers gekozen, maar daardoor zijn ze erg gevoelig voor de publieke opinie, ze moeten wel tough on crime zijn. In de jaren dat er verkiezingen zijn worden er ook meer doodstraffen uitgesproken.”

Onthutsend vond hij de rol van internet in het proces van maatschappelijke vergelding. „Over het strafrecht kun je je twijfels hebben, maar het is tenminste het resultaat van democratische wetgeving. Maar daarna worden mensen die hun straf al hebben uitgezeten, nóg een keer gestraft doordat hun gezicht en vaak hun hele verhaal op het volstrekt niet-democratische internet staat. Ze krijgen geen huis, geen baan.”

Banning (61) is alweer bezig met een volgend veelomvattend project: de erfenis van de communistische droom. „Na 1989 is het in de meeste landen, ook in Oost-Europa, als sneeuw voor de zon van het neoliberalisme verdwenen, maar in landen als Portugal, Nepal, Italië vind je er nog sporen van. Mijn werk heeft altijd een politieke dimensie gehad, maar die wordt met de jaren steeds uitgesprokener.”