Kunnen we zonder fossiele brandstoffen?

We blijven afhankelijk van kolen, olie en gas. Maar de ommekeer is aanstaande.

Zeshonderd zonnepanelen weerkaatsen vlakbij het Spaanse Sevilla zonnestralen richting een centrale toren waar middels stoom energie wordt opgewekt. Foto Markel Redondo/Bloomberg News

Valt de verbrandingsmotor straks alleen nog maar in het museum te bewonderen? Komt er binnen afzienbare tijd alleen nog maar duurzaam opgewekte stroom uit het stopcontact?

Het tijdperk van fossiele brandstoffen loopt op zijn eind. Steenkool, olie en ook gas stoten broeikasgassen uit die het klimaat aantasten. Christiana Figueres, hoofd van het VN-klimaatbureau, neemt in een verklaring aan de vooravond van de klimaatconferentie in Parijs alvast afscheid van ‘fossiel’. Zonder steenkool, olie en gas had de moderne maatschappij zich nooit kunnen ontwikkelen, schrijft ze, maar nu lopen we tegen een grens op. „Fossiele brandstoffen hebben onze mooie tijden gebracht, maar nu moet het roer om, de planeet staat onder druk.”

Dat de toekomst duurzaam is, beaamt zelfs Shell-topman Ben van Beurden. „Ik aarzel niet om te voorspellen dat zonne-energie in de toekomst de ruggengraat zal vormen van ons energiesysteem, in ieder geval van ons elektriciteitssysteem”, zei hij onlangs voor de BBC radio. Maar, waarschuwde Van Beurden, dat gaat niet ineens. „Het zal tientallen jaren duren voor zonne-energie die nu nog maar 1 procent van de stroom levert, de leiding over kan nemen van fossiele brandstoffen.”

Ook de voorman van de Nederlandse olie- en gasindustrie, Jo Peters van Nogepa, maakt zich geen illusies. „Zonder fossiel is voor ons geen vraag maar een gegeven.” Hij hanteert een rangorde: „Eerst zoek je naar bespaarmogelijkheden. Dan stoot je per definitie minder CO2 uit. Daarna kijk je naar wat je kan voorzien met hernieuwbare energie. Dan naar wat je kunt invullen met biogas bijvoorbeeld. Daarna komt, in het midden van de ladder, Nederlands gas. Kom je er daar nog niet mee, dan kun je gas uit het buitenland importeren. Onderaan staan kolen en olie. Zij stoten de meeste CO2 per eenheid energie uit.”

De industrie ziet het einde van fossiele brandstoffen naderen, grote investeerders als pensioenfondsen verlaten hun fossiele posities en brengen hun geld onder in duurzame ondernemingen. Kunnen we wel zonder steenkool, olie en gas?

Uiteindelijk wel, maar voorlopig niet.

Volgens Greenpeace en anderen zouden we in 2050 zonder kunnen. Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) blijven we voorlopig verslaafd aan de fossiele brandstoffen voor de opwekking van energie. En dat is ernstig, omdat de energieproductie debet is aan tweederde van de uitstoot van broeikasgassen.

Windmolens

In de pas verschenen World Energy Outlook 2015 schrijft het IEA dat fossiele brandstoffen in het gunstigste scenario in 2040 nog zeker 60 procent van de behoefte uitmaken. Als we het bestaande beleid uitvoeren en geen extra maatregelen nemen, zal dat bijna 80 procent zijn.En wat doen die windmolens in de polder en die eindeloze velden met zonnepanelen in de Sahara, of die elektrische auto’s die we steeds vaker op straat zien?

Veel, maar lang niet genoeg, stelt het IEA. De vraag groeit veel harder dan het aanbod uit duurzame bronnen, zelfs als je waterkracht en kernenergie meetelt. Het grootste deel van de nieuwe vraag komt uit China en India. Ook Afrika, Zuid-Oost Azië en Latijns-Amerika groeien flink. In Europa en de VS zal de energiebehoefte afvlakken en afnemen.

 

Bij de opwekking van elektriciteit spelen duurzame bronnen een steeds grotere rol, maar ook hier voorspelt het IEA een moeizaam proces. In 2013 werd 41 procent van de elektriciteit opgewekt uit steenkool – veruit de vervuilendste brandstof – in 2040 zal dat nog steeds 30 procent zijn (zie grafiek). Het veel minder vervuilende gas zal slechts een procent groeien van 22 naar 23 procent. Wind, zon en bio-energie maken, als we al het voorgenomen beleid uitvoeren, niet meer dan 17 procent uit.

Duurzaam kan de vraag niet bijhouden die veroorzaakt wordt door bevolkingsgroei – naar verwachting zijn we in 2050 met 9 miljard mensen op aarde – en de economische groei in grote delen van de wereld. Het IEA verwacht dat er tot 2040 minstens 64.000 miljard euro geïnvesteerd zal worden in energie. Daarvan gaat 37 procent naar olie en gas, 29 procent naar de opwekking van elektriciteit en 32 procent naar energie-efficiëntie.

Een belangrijke factor in de vraag hoe snel fossiel plaatsmaakt voor duurzaam, is die van subsidies. In 2014 ging er ruim 460 miljard euro naar diverse vormen van overheidssteun aan fossiele brandstoffen. China, India en Indonesië doen kleine stapjes terug maar blijven fossiel flink subsidiëren. Net als Iran, Rusland en Saoedi-Arabië. Goedkope stroom en benzine zijn nou eenmaal cruciaal voor het bewaren van de maatschappelijke rust.

Greenpeace

In het rapport Energy Revolution 2015, waarop Diederik Samsom (PvdA) en Jesse Klaver (Groenlinks) hun initiatief klimaatwet baseren, berekent Greenpeace dat een volledige breuk met fossiele brandstoffen vanaf 2050 echt mogelijk is. Hoewel er nog twee keer zoveel subsidie naar fossiele brandstoffen gaat als naar duurzame energie, komt de groei bij stroomopwekking vooral uit duurzame bronnen, stelt het rapport. In 2014 kwam 60 procent van de nieuwe stroomproductie hieruit.

Door te schuiven met investeringen en subsidies zou het volgens Greenpeace mogelijk moeten zijn tot 2050 een bedrag van 60.000 miljard euro te investeren in de benodigde elektriciteitsproductie.

Elektrificatie wordt het sleutelwoord. In het vervoer, in de industrie en deels ook in de verwarming. Nu nog is slechts 1 procent van het vervoer elektrisch, dat is volgens Greenpeace in 2030 14 procent en in 2050 de helft van alle vervoer behelzen. De benodigde stroom komt uit wind, zon en de werking van getijden. De rest van het transport wordt aangedreven door waterstof en synthetische brandstoffen.

De richting is helder, maar het gaat veel te langzaam de opwarming van de aarde te laten stoppen bij 2 graden. De transitie naar duurzame energie is uiterst complex met oneindig veel belanghebbenden. Toch stelt de Energy Transitions Commission in Colorado dat het mogelijk is de uitstoot van CO2 te stoppen. Sterker nog, het kan veel sneller dan iedereen denkt, zegt deze organisatie waarin een breed internationaal gezelschap is samengebracht uit alle takken van de energiewereld.

Digitalisering en globalisering bieden de kans innovaties snel te verspreiden. Verstedelijking leidt tot nieuwe sociale patronen, zoals deeleconomie van energiesystemen en vervoer. Slimme meters, slimme steden, nieuwe geldstromen: de transitie ligt binnen handbereik. „In principe weten we wat ons te doen staat” zegt de commissie.

„Politieke verlamming, bureaucratische onzekerheid en gebrek aan leiderschap zijn het grootste risico.”

Lees meer op klimaattop.nrc.nl