Column

Europeanen zijn dom

Ik ontmoette de jonge Syrische leraar en zijn vrouw drie weken geleden op de boulevard van Samos-stad. Ze waren onderweg naar Nederland. Inmiddels bivakkeren ze met vijfhonderd andere asielzoekers in een oud schoolgebouw in de migrantenwijk Kanaleneiland, Utrecht. Sjaal om, wintermuts op, laarzen aan.

„Voor de oorlog droeg ik hakken”, zegt de vrouw. „Maar sinds de school waar ik les gaf gebombardeerd werd, wil ik kunnen wegrennen.”

Comfort over style”, zegt de leraar droog.

Hij drinkt een dubbele espresso met een toefje melk, zij cappuccino. Ze hebben net hun aanmeldgesprek achter de rug. Paspoorten, identiteitskaarten, trouwboekje en zijn militaire getuigschrift zijn voor onderzoek ingeleverd. „Op Samos waren we doodsbang dat onze papieren gestolen zouden worden”, zegt zij. „De meeste vluchtelingen hadden geen papieren.”

„De meeste Syriërs hebben juist wel papieren”, verduidelijkt hij. „We kregen daar 5.000 euro aangeboden voor ons paspoort.”

De afgelopen weken heeft de Syrische leraar aan iedereen onderweg gevraagd waar hij of zij vandaan kwam. Syriërs herkende hij in een oogopslag, zoals wij Nederlanders overal herkennen. De rest gaf altijd twee antwoorden. Het eerste: uit Iran of Libanon of Afghanistan of Jordanië of Albanië of zelfs Servië. Het tweede: „Maar ik meld me aan als Syriër.” „En dus”, zegt de Syrische leraar, „hadden ze hun papieren weggegooid. ‘Denk je dat ze daar intrappen’, vroeg ik. ‘Europeanen zijn dom’, was het antwoord.”

„Ik heb liever nep-Syriërs zónder papieren”, zegt zijn vrouw, „dan nep-Syriërs met nep-papieren. Die hebben geld en kopen een nieuwe identiteit. Als je tot zo’n leugen in staat bent, ben je tot alles in staat.”

„Wij kennen die geluiden ook”, zegt de woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie. „Als er twijfel is, komt die in het eerste gehoor ter sprake.”

De Syrische leraar en zijn vrouw doden hun dagen wachttijd met observeren – als een spel. Hij stelt me voor aan de Koran-guy, zoals hij een lange Irakees noemt. Hij spreekt Arabisch, maar dan het Arabisch van de profeet. „Archaïsch”, zegt de leraar, „met een moralistische intonatie. Ik dacht eerst dat hij geradicaliseerd was, maar hij is oké.”

En daar is de man uit Damascus met de kapotte bril. De leraar had hem meegenomen naar het winkelcentrum voor een nieuwe – betaald door de Nederlandse overheid. Daar had de verkoopster geduldig uitgelegd wat een Varilux-bril was. „Door de bovenkant van de glazen kunt u ver zien, door de onderkant kunt u lezen.” Toen had de man in het Arabisch tegen de leraar gezegd: „Wat een domkoppen, die Nederlanders. In Damascus verenigen we beide functies in één brillenglas.”