De waarheid achter het zwijgen

De Chileense filmmaker Pablo Larraín staat bekend als chroniqueur van de dictatuur en terreur van Pinochet.

Pablo Larraín maakt films over het grote zwijgen. Hij omschreef die oorverdovende stilte ten tijde van zijn doorbraakfilm Tony Manero (2008) als het belangrijkste symptoom van het land waarin hij opgroeide: het Chili van de nasleep van de militaire dictatuur van Pinochet.

Larraín werd in 1976 geboren als zoon van een rechtse politicus en de dochter van een van de rijkste landeigenaren van het land. Tegen de tijd dat hij oud genoeg werd om vragen te stellen, had niemand het meer over die tijd, thuis al helemaal niet. Dus ging hij er maar films over maken.

Zijn onderwerpen vindt hij tijdens eindeloos googelen: het trekt zijn aandacht, en hij vraagt: waarom weet ik daar niets van. Het levert zwarte, nietsontziende films op als Tony Manero, over een discodansende, seriemoordende John Travolta-lookalike die model staat voor de veramerikaniseerde massa van stille meelopers van de dictatuur. Daarna kwam Post Mortem (2010), een naargeestig portret van een van de drie patholoog-anatomen die sectie op de vermoorde Salvador Allende deden in 1973. Gevolgd door het meer lichtvoetige NO (2012) over het referendum dat een einde aan het Pinochet-tijdperk maakte, met Gael García Bernal als ster in de hoofdrol en een Oscarnominatie op de koop toe.

Het grote zwijgen is ook een van de thema’s van El Club, een film over de Katholieke Kerk, die Larraín nadrukkelijk niet als een film over Chili ziet. Maar de machinaties zijn hetzelfde: de repressie en de corruptie, de geheimzinnigheid. Larraín laat zien dat nieuwsgierigheid, goed kijken en luisteren en tot slot transparantie daartegen de enige wapens zijn.