Column

De Thuiskok: Biefstukreepjes en witlof

illustratie jet peters

Het maken van de ansjovisdressing is een handeling extra, maar is het waard. Vier eetlepels zijn volgens Russell Norman al genoeg. Daar kun je je aan houden, maar hij is zo lekker dat dit lastig is; mijn maaltijd eindigde met het dippen van de overgebleven biefstuk in de dressing.

Maak eerst de ansjovisdressing. Gebruik een staafmixer of keukenmachine. Doe de eidooier, mosterd, azijn, ansjovis en knoflook in een keukenmachine. Voeg wat scheuten tabasco toe en een flinke snuf zout en peper. Maal door elkaar. Voeg met lopende motor langzaam de resterende ansjovisolie toe, gevolgd door de zonnebloemolie en als laatste het water en citroensap. Halveer de witlof in de lengte en snijd de harde kern eruit. Snijd de witlof diagonaal in reepjes. Snijd de sjalot zeer dun. Doe deze ingrediënten met de rucola in een grote mengkom en zet die apart. Snijd het vlees in dunne repen. Doe ze in een kom, bestrooi ze met zout en peper en schep ze om met een beetje olijfolie. Verhit een grillpan tot hij heet is en bak de repen 1 minuut per kant, tot ze net bruin zijn en grillstrepen hebben. Voeg de rodewijnazijn toe. Dit resulteert in flink gesis en een stoomwolk. Haal de pan van het vuur en laat het vlees rusten. Giet de dressing over de salade en schep alles goed om. Leg de warme biefstukreepjes erop.

Sam de Voogt