Dat klimaatlopen naar Parijs is niet erg effectief

Mediageniek hoor, zo’n voettocht naar Parijs, maar ‘t stelt weinig voor, vindt Sebastien Valkenberg.

Energiecentrum van Volkswagen in Wolfsburg. Foto Rainer Jensen / EPA

Nog een paar dagen en Urgenda-voorztter Marjan Minnesma komt aan in Santiago de Compostella. Excuus, dat moet natuurlijk Parijs zijn, maar verschrijving komt niet uit de lucht vallen. De wandeltocht naar de Franse hoofdstad, waar vanaf 30 november de jaarlijkse klimaattop van de Verenigde Naties plaatsvindt, heeft veel weg van een pelgrimstocht.

Minnesma die wandelend een statement wil maken, is een onthullend tafereel. Het vat treffend samen waar het klimaatclubs doorgaans om te doen is. Onbedoeld, maar toch. De tocht is boetedoening en loutering ineen.

Die combinatie moest bedevaartgangers in vroeger eeuwen voorbereiden op de eeuwigheid en tegenwoordig red je op deze manier de planeet, die naar de knoppen gaat door onze onstuimige consumptie.

De auto was sneller en comfortabeler geweest, maar dit is natuurlijk geen optie. Een beetje pelgrim ziet af; lijden werkt immers statusverhogend, weten we dankzij vele eeuwen christendom.

De zelfopgelegde ascese van Minnesma heeft een dubbelfunctie. Met haar wandeling laat ze tegelijk zien hoe we ons leven kunnen beteren. Zij kiest voor het klimaatneutrale lopen waar anderen een vieze auto zouden nemen.

Het was al een hardnekkige reflex toen niet het klimaat, maar het milieu aanleiding tot kopzorgen was. Tegenwoordig moeten we onze CO2-uitstoot terugdringen via een soberder leefstijl, maar een jaar of tien terug riep onder meer Femke Halsema ludiek op tot consuminderen. Anders zouden grondstoffen opraken en we onze leefomgeving belasten.

Aldus belandde economische groei in het beklaagdenbankje. Zo ook bij Urgenda, dat in haar Visierapport 2030 uitlegt waarom. Doel is „een energiesysteem” dat over vijftien jaar geen CO2-uitstoot meer veroorzaakt, maar dat vereist een andere houding. We moeten „bouwen aan een nieuwe economie”, staat er in het voorwoord van het rapport, „waarin welzijn belangrijker is dan welvaart. Een economie waar we een rijkere invulling weten te geven aan ‘groei’ dan louter een plat ‘steeds meer’.”

Mocht het visioen van Urgenda niet gerealiseerd zijn in 2030, zo lijkt het, kan Minnesma in elk geval niets worden verweten. Toen het erop aankwam heeft zij welzijn boven welvaart gesteld. Dat ze meent hiermee helpt het klimaat te redden, berust echter op een misverstand.

Maar wel een invloedrijk misverstand, dat de aanjager is van tenenkrommend moralisme, zoals in Diergaarde Blijdorp. In Alles wordt beter! (2015) laat wetenschapsjournalist Simon Rozendaal zien hoe de bordjes bij de dieren berispen in plaats van informeren. IJsberen gaan dood, moeten bezoekers weten, als de thermostaat niet lager gaat.

Op dezelfde manier wordt kinderen geleerd in te spelen op het gemoed van hun ouders. Een jochie riep zijn vader tot de orde omdat er twee auto’s op de oprijlaan staan („misdadig”). Zo was hem immers geleerd op school.

Dat kinderen worden ingezet als agents of change (de term komt van Unicef) is pijnlijk. Dat ze aanzetten tot consuminderen misplaatst. Onze welvaart staat onterecht in een kwaad daglicht. In plaats van verketterd zou deze juist gekoesterd moeten worden. Juist door wie zich bekommert om zijn leefomgeving.

Weinig zo heilzaam als het een land dat het economisch voorspoedig gaat, leert de zogeheten Kuznets-curve. Die laat zien dat wie arm is zich amper zorgen maakt over de kwaliteit van zijn leefomgeving.

Een rokende schoorsteen duidt in de eerste plaats op werkgelegenheid in plaats van vervuiling. Dat verandert als het welvaartspeil stijgt. Ineens begint welzijn ook te tellen. Een lof der karigheid zet weinig zoden aan de dijk.

Die wandeling naar Parijs mag mediageniek zijn – zeker omdat zich verschillende BN’ers hebben aangesloten, zoals actrice Katja Schuurman en zanger Jamai Loman. Maar effectief is die niet. Eigenlijk net zoals de pelgrims van weleer hun zielenheil ook niet dichterbij brachten door die barre tochten.