China worstelt met Oeigoers ‘terroristen’

De Chinese 'oorlog tegen terreur' wordt steeds bloediger, waarschuwt mensenrechtenorganisatie Human Right Watch. Het aantal doden loopt op.
Een Oeigoerse man drinkt thee voor zijn huis in de stad Kashgar, in Xinjiang Uighur. Foto Hwee Young/EPA

Na maandenlang zwijgen hebben de Chinese autoriteiten toegegeven dat bij een Oeigoerse aanslag in september in de olie- en gasrijke provincie Xinjiang bij Aksu zeker 50 mijnwerkers zijn opgekomen. Bij de daarop volgende klopjacht, waarbij 100.000 soldaten en paramilitaire agenten betrokken waren, zijn vorige week 28 Oeigoeren gedood. Volgens de Chinese autoriteiten ging het om terroristen, om „geboefte”, dat wordt gemanipuleerd door „buitenlandse terroristische organisaties”.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft dinsdag om een onpartijdig onderzoek gevraagd. Volgens Radio Free Asia zouden zich onder de gedode ‘terroristen’ drie kinderen bevinden. Volgens HRW wordt de Chinese ‘oorlog tegen terreur’ steeds bloediger. Dit jaar zijn er bij verschillende grote en kleinere aanslagen en botsingen 197 Oeigoeren en 95 Han-Chinezen omgekomen. De bloedigste jaren in de decennia lange strijd tussen Han-Chinezen en de aan de Turken verwante Oeigoeren waren 2013 en 2014 toen er 715 doden vielen: 629 Oeigoeren en 86 Han-Chinezen.

Hoe harder leger en politie optreden tegen de sunnitische Oeigoeren, die verwant zijn aan de Turken, hoe harder zij zich lijken te verzetten. Het toezicht op moskeeën, imams en scholen is dit jaar nog verder uitgebreid en er zijn ook tal van beperkende leefregels ingevoerd, zoals het verbod op het dragen van salafistisch-lange baarden en gezichtsbedekkende sluiers in het openbaar vervoer. Volgens de Chinese autoriteiten gaat het om goed georganiseerde „buitenlandse extremisten”.

Opmerkelijk is dat steeds pertinenter wordt gesuggereerd dat het ook om Oeigoeren gaat die banden hebben met IS of hebben deelgenomen aan de IS-strijd in Irak. Er zouden volgens Chinese media „enkele honderden” Chinese Oeigoeren in Syrië en Irak zijn. Dat er zich in een van de IS-bataljons Oeigoeren bevinden staat vast, maar het zou om niet meer dan „enkele dozijnen” gaan.

Meten met twee maten

De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi en de Chinese media beklaagden zich in de afgelopen dagen luidkeels over „het meten met twee maten” van het Westen. De aanslagen in Parijs werden in het Westen wél hartgrondig veroordeeld, terwijl Oeigoerse aanslagen op Han-Chinezen worden gerelativeerd en in verband gebracht met president Xi Jinpings „politiek van de harde vuist” in Xinjiang.

De Chinese media trachten door vergelijkingen te trekken tussen „onschuldige Parijse restaurantbezoekers” en bijvoorbeeld de aanslagen op wachtende trein- en buspassagiers in Kunming begrip te kweken voor hun eigen harde aanpak.

Tegelijkertijd - en nogal paradoxaal - werd het nieuws over de moord, vorige week, op de door IS gegijzelde Chinese zakenman Fan Jinghui en de drie gedode Chinezen in Mali gecensureerd. De Chinese autoriteiten willen niet de indruk wekken dat zij niet in staat zijn de vijf miljoen Chinezen in Afrika en het Midden-Oosten te beschermen.

De Chinese president Xi Jinping heeft daarom in telefoongesprekken met de presidenten Obama, Hollande en Poetin alle Chinese hulp toegezegd bij de strijd tegen IS. Dat bleek ook bij de stemming in de VN-veiligheidsraad over de anti-IS-resolutie. Maar de kans dat China militair in actie komt is klein.