Column

Brussel lamleggen is ook een overwinning voor de terreur

Brussel beleeft naar verwachting een hele week waarin het openbare leven door terreurdreiging is lamgelegd. De scholen gaan mondjesmaat weer open, net als de metro, de universiteiten geven geen college, bankpersoneel zal thuisblijven, de kinderopvang, winkels en markten zijn gesloten, evenals de musea. Overheidsinstellingen functioneren, maar niet-essentiële bijeenkomsten zijn afgelast. De 300.000 forenzen uit Vlaanderen moeten zich iedere dag afvragen of de treinen wel rijden.

Precedenten van een dergelijke openbare stagnatie zijn er in het naoorlogse Europa niet, of het moesten de autoloze zondagen zijn tijdens de oliecrisis die in 1973 in Nederland, België en Duitsland voor lege autowegen zorgden.

De ‘lockdown’ in Brussel heeft echter een ander karakter. De Belgische autoriteiten waarschuwen voor een acute terreurdreiging en willen zo min mogelijk mensen op straat. Dat is de meest radicale preventieve maatregel die een overheid kan nemen, los van avondklokken, verduistering en samenscholingsverboden.

De sluiting van Brussel staat intussen mijlen af van de boodschap die (andere) overheden in Europa na de aanslagen in Parijs verspreidden: wees waakzaam maar leef uw dagelijkse leven, volg uw routine. Daarin zat ook een morele lading: we laten ons niet kisten. Keep calm and carry on – zo werd ook tijdens de luchtaanvallen op Londen in WO II het publiek wel gemotiveerd het hoofd koel te houden. Voor Brussel geldt nu het tegenovergestelde. Blijf bij voorkeur binnen. Dat draagt bij aan de sfeer van angst en belegering. Precies het effect dat terreurplegers voor ogen staat.

Dat dit de hoofdstad van Europa treft is symbolisch – de schade moet in de miljoenen euro’s lopen en is politiek al even kostbaar. In de psychologische oorlog tussen terreur en status quo is dit ‘kassa’ voor de terroristen. Het leven van de 1,8 miljoen bewoners van de regio is vergaand beïnvloed. Zij leven nu onder dreiging. Maar ook in de veronderstelling dat de overheid er een einde aan kan maken. Drastische ingrepen scheppen toch verwachtingen; de Belgische minister Jambon (Binnenlandse Zaken) zei „door te gaan tot de hele bende is opgerold”. Zover is het nog lang niet. De meeste arrestanten bij huiszoekingen zijn weer op vrije voeten. Wie zulke beloften doet, loopt politieke risico’s. Toegegeven, escaleren is bestuurlijk makkelijker dan het sein ‘alles onder controle’ geven. Dat is bovendien een belofte die na Parijs sowieso niet makkelijk meer gegeven kan worden. In die zin bieden de militairen op straat schijnveiligheid.

Voor andere Europese burgers is de Brusselse ervaring een waarschuwing. Ook hier moeten steden als Rotterdam, Amsterdam en Den Haag naar een ‘veilige stand’ kunnen schakelen.