Een vader vraagt: Wat is dat, Snapchat?

Veel ouders maken zich zorgen: wat doe je met je constant filmpjes kijkende, surfende en whatsappende tieners? 

Foto Peter de Krom

Sanne (13) zit de hele dag op haar mobiel. Alleen als ze onder de douche staat heeft ze de telefoon niet bij zich. Haar moeder maakt zich grote zorgen, vertelt ze. Dat kan toch nooit goed zijn, al dat gewhatsapp. Haar vader komt thuis met een cadeautje voor Sanne: een waterdicht telefoonhoesje.

De ouders van Sanne worden gespeeld door twee acteurs in de Haagse bibliotheek. Specialist mediaopvoeding Justine Pardoen vertelt daar aan een zaal met ouders en docenten over multimediagebruik van kinderen. Veel ouders van tienerkinderen maken zich daar zorgen over. Wat doe je met je constant filmpjes kijkende, surfende en whatsappende tieners? Moet je dat verbieden? Wat verbied je dan precies, en wat sta je toe? En kún je het eigenlijk nog wel verbieden?

Sociale media zijn onlosmakelijk verbonden met het leven van onze kinderen, dus wen er maar aan, zegt Pardoen. Bestaat er voor volwassenen nog een ‘echte wereld’ én een internetwereld; voor onze kinderen loopt dat door elkaar heen. Het internet ligt als een filter over het gewone leven heen. „Onze kinderen zijn mediamakers. Ze zenden de hele dag op Instagram, Facebook, WhatsApp en Snapchat.”

„Wat is dat, Snapchat?” vraagt een vader.

„Vraag uw kind, die laat het u zien”, zegt Pardoen.

Dat vindt ze de belangrijkste stap naar wat zij ‘mediawijsheid’ noemt: ouders moeten interesse tonen in wat hun kinderen doen. Je hoeft daarvoor als ouder geen eindeloze WhatsApp-gesprekken door te pluizen. Of zelf ook grijnzend kijken hoe Enzo Knol een ei bakt op YouTube. Ze bedoelt: práát met je kinderen over wat ze doen, en stel vragen.

De ouders kijken om zich heen. Welke vragen? „Vragen waarvan je het antwoord zelf ook niet weet”, zegt Pardoen. „En waar je het antwoord niet op kan googlen. Waaróm vind je Enzo Knol zo leuk? In welke WhatsApp-groepen zit je? Waar praten jullie over?”

Het internet lijkt wel gemaakt voor pubers, zegt Pardoen. Een selfie met getuite lippen omdat iedereen dat doet. Flaporen en kleine borsten kunnen makkelijk worden verbloemd. „Je kan jezelf maken tot wat je wil. Dat geeft zekerheid.”

En online zijn is lekker. Je krijgt steeds berichtjes, je weet waar iedereen is in het weekend. Het geeft het gevoel van controle. Pak je de telefoon van een puber af, dan snij je een levensader door. Dan ga ik dood, schreeuwen pubers tegen hun ouders.

De acteurs spelen de volgende scène. De vader van Lucette (15) wil even met zijn dochter spreken. De moeder van Kim (15) heeft hem gebeld. Lucette heeft in de WhatsApp-groep gezegd: ‘We krijgen je nog wel, bitch!’

Lees ook: De zeven angsten van ouders over social media, en of ze terecht zijn.

Jongeren leren door grenzen te verkennen en daar reacties op te krijgen, zegt Pardoen. „Van ouders en leerkrachten, maar veel belangrijker zijn de reacties van de mensen waar hij bij wil horen, de leeftijdgenoten. Die grenzen verkennen ze nu steeds vaker via social media.”

 

Natuurlijk gaat er weleens wat mis met al dat geoefen met beelden en tekst. Vaak is het onhandigheid. Of worden de consequenties niet overzien. Een foto die wordt doorgestuurd van dat meisje uit havo 2, die voor haar vriendje naakt poseerde – maar toen ging het uit. Justine Pardoen: „Kinderen zien dit soort foto’s aan de lopende band. Harde porno ook. Onthoofdingsfilmpjes ook.” Gezucht in de zaal. „Ze worden soms al rondgestuurd in groep 7.” Een deel van de ouders kijkt ongelovig rond.

Ouders moeten kinderen leren daarmee om te gaan. „Dat geldt ook voor online communicatie: je zegt dingen die je in het echte leven nooit zou zeggen, omdat je de ander niet ziet. Vergelijk het met je gevloek als iemand je afsnijdt in het verkeer. Stel vragen waar ze over na moeten denken. ‘Hoe wil jij dat anderen jou zien?’ En: ‘Wat zou jij nou nooit doen?’ En: ‘Welke regels zou jij nuttig vinden op school?’”

Beschikking over sociale media betekent niet perse ongelimiteerd gebruik. Als Pardoen aan ouders op een Rotterdamse middelbare school vraagt er kinderen heeft met een smartphone, steekt zowat iedereen een hand op. Bij de vraag erna – ‘Wie stelt regels aan het gebruik?’ – is dat eenderde. De ouders die geen regels stellen, kijken om zich heen: Hé, dat kán dus kennelijk wel.

Kinderen gebruiken sociale media omdat het kan, zegt Pardoen. „Pubers leven in het nu. Over grenzen denken ze niet zo na. Wij voeden de meest afgeleide generatie ooit op. Het internet staat altijd aan. Kinderen hebben steeds minder ‘stille’ tijd, waarin ze kunnen denken of dromen. Eigenlijk kan dat alleen tijdens het sporten of onder de douche.”

Huiswerk maken met je telefoon naast je boeken kost veel extra tijd, blijkt uit onderzoek. Al denken de kinderen van niet. „Sommigen kunnen dat hebben. Maar kinderen die vijfjes en zesjes halen, kan het de das om doen. Dus we moeten ze helpen”, zegt Pardoen. „Niet door alles te verbieden, maar door leren te doseren. Zeg tegen je veertienjarige: ‘Als je je school klaar hebt, dan kan je over je eigen leven beslissen. En ik ga je helpen dat doel te bereiken’.”

Soms is grenzen stellen het beste. Een telefoon hóeft niet mee naar bed. Het licht van het telefoontje zo dicht bij je gezicht zorgt ervoor dat kinderen slecht in slaap kunnen komen. Kinderen doen wedstrijdjes: wie het laatst na 12 uur ’s nachts nog een berichtje stuurt, is het stoerst. Tegen hun ouders zeggen ze dat de telefoon wel naast het bed móet liggen, want het alarm wekt ze de volgende ochtend. Pardoen: „Koop een wekker.”

In de Haagse bibliotheek komen de acteurs weer het toneel op. Justin surft een beetje op internet en komt op een pornosite. De zaal ziet alleen zijn gezicht. Hij fluit tussen z’n tanden. „Wow.” Dan komt zijn moeder binnen. „Ben je met geschiedenis bezig?” vraagt ze en kijkt naar het scherm. Ze schrikt zich dood en begint Justin uit te foeteren.

Omdat het toneel is, kan de scène opnieuw. Dit keer gaat Justins moeder naast hem zitten en kijkt ze samen met hem naar het scherm. Een derde keer doet ze als of ze niets gezien heeft en de afstandsbediening zoekt.

In de zaal wordt gediscussieerd. De eerste reactie vindt niemand goed, maar samen naar porno kijken vinden de meesten ook ongemakkelijk. Pardoen raadt weer aan om te praten. „Vertel dat porno toneel is. Zeg desnoods dat er een emmer sperma om de hoek staat, zodat er altijd genoeg is. En dat echte seks er anders uitziet en anders voelt. Tegen pubers moet je altijd alles tien keer zeggen. Dit hoef je maar één keer te zeggen. Dat scheelt.”