Column

Sneller integreren dan het systeem toelaat

‘Eritrea Stars’ (VPRO). Foto: Bastiaan Heus.

John de Mol is niet gek, dus snapt hij dat er in zijn realityserie over een bepaald soort gelukszoekers Utopia (SBS6) vroeger of later Syrische vluchtelingen zouden moeten opduiken. Gisteren kwamen er twee kennis maken, op uitnodiging van de in Irak geboren Utopiër Ivan.

Eigenlijk was het een burenvisite, want vlak naast het tv-terrein in Crailo bevindt zich een vluchtelingenopvang van het Leger des Heils. Misschien zouden ze elkaar burenhulp kunnen bieden. De ogen van Ivan gingen glimmen bij de gedachte aan vele nieuwe handen die het landbouwproject zouden kunnen komen versterken. Maar de meeste overige bewoners zijn nog te druk met hun eigen, vermoedelijk door de redactie ingefluisterde besognes. Zijn de mannen of de vrouwen de baas in Utopia? En wie past er af en toe op de babypop van Mark en Gina?

Als het er echt van komt om de Syrische buren te integreren in het programma, dan komen er nog wel meer kwesties aan de orde. Een staalkaart van de te verwachten misverstanden viel te ontdekken in de documentaire Eritrea Stars (2DOC/VPRO), een ordentelijk zij het soms wat langdradig portret van het nationale voetbalelftal van Eritrea in ballingschap te Gorinchem.

Anderhalf jaar na te zijn overgelopen bij een uitwedstrijd in Oeganda doken de zestien spelers op in de stad aan de Merwede. Ze werden daar opgevangen door een clubloze trainer, die droomde van de Afrika Cup, en een wijkagent. Ze staken veel tijd in de jongens, die niet als club aan enige Nederlandse competitie mogen deelnemen, maar wel aan vriendschappelijke wedstrijden en toernooien.

John Appel laat eerst zien dat de vluchtelingen op geen enkele wijze willen spreken over de redenen van hun vertrek. De lange arm van het regime in Asmara reikt ver; je kunt aannemen dat minimaal een of twee van de vluchtelingen ook wel eens met de ambassade van ‘het Afrikaanse Noord-Korea’ spreekt.

Maar er zijn meer problemen. Slechts twee spelers spreken een beetje Engels, De vorderingen op Nederlandse les staan vooralsnog slechts conversatie op kleuterniveau toe. En dan komt er een aanbieding van Kozakken Boys, Topklasse zaterdagamateurs, voor de beste speler.

De trainer maakt duidelijk aan het team dat hij alleen wat voor hen betekenen kan, als ze bij elkaar blijven. „Dat weten die jongens ook best”, licht de wijkagent toe.

Toch loopt het anders. Ze willen helemaal niet de rest van hun leven gezamenlijk in hetzelfde huis blijven wonen. En bij aankomst was hun een eigen woning binnen anderhalf tot twee jaar beloofd. Het was zelfs voor ze uitgetekend.

Zowel Vluchtelingenwerk als de Gorinchemse vrijwilligers vinden dit maar ondankbaar gedrag. Wacht maar tot ze zelf zorgverzekering en huurtoeslag moeten gaan regelen.

Maar ook voor deze nieuwe Nederlandse burgers lonkt de individualisering, de vrijheid om geheel op eigen voorwaarden een carrière als fietsenmaker of IT’er te beproeven. Zij willen best integreren, sneller dan het systeem en de hulpverleners het toelaten.