Oeroeg, hoe beste vrienden vreemden kunnen worden

Ga weg. Jullie horen hier niet thuis.” Acteur Leopold Witte zet de slotpassage van de novelle Oeroeg (1948) van Hella Haasse fel aan. Medespeler Helge Slikker treedt vooral op als muzikant die met rauw gitaarspel en zang de toneelversie begeleidt, bewerkt door Madeleine Matzer en geregisseerd door Michiel de Regt.

Indische sferen en exotische geluiden zijn ver weg in deze bewogen vertolking. Over een witte achterwand vliegt een uil voorbij, stroomt lava voort en zien we tegen het einde filmbeelden van de Indonesische vrijheidsstrijders. Oeroeg en de vertellende ik-figuur leven aanvankelijk als hechte vrienden, toch groeien ze uiteen. Met prachtige dictie verhaalt Witte over zijn vanzelfsprekende verbondenheid met het land, maar door politieke veranderingen moet hij inzien dat hij er als Nederlands kind niet thuishoort. Dit drama van ontworteling draagt de voorstelling. Het muzikale aandeel van Slikker is eerder Amerikaanse roadmovie te noemen, dan Indisch. Voor buitenstaanders en toeschouwers met Indisch heimwee zal de voorstelling niet even aansprekend of toegankelijk zijn.

Niet nostalgisch, maar hedendaags, gedurfd. De Regt haalt Oeroeg weg uit de Indonesische wereld en geeft de vervreemding tussen de vrienden een universele betekenis. Luisterend naar de vertellende trant van Witte groeit de bewondering voor de moed die óók Haasse in 1948 had om deze novelle te schrijven.