Noem Molenbeek ‘jihadgetto’ en het zal er eentje worden

Nu we Molenbekenaars beladen met alle zonden drijven ze helemaal weg van de samenleving. Bovendien is het niet terecht, meent Molenbekenaar Bruno Struys.

Herdenking in het Brusselse Molenbeek, ter nagedachtenis van de terreurslachtoffers in Parijs. Foto Olivier Hoslet/EPA

Afgaand op de berichten in de media moet mijn woonplaats echt een oord van verderf zijn. Zelfs linkse politici zoals Groen-voorzitter Meyrem Almaci noemen de straten van Sint-Jans-Molenbeek onleefbaar. Oei. Voormalig inwoner en oorlogsfotograaf Teun Voeten noemt de Brusselse gemeente een islamofascistisch jihadgetto. Slik.

Vorige week kwamen duizenden Molenbekenaars samen op het gemeenteplein om in de eerste plaats steun te betuigen aan de slachtoffers van de aanslagen in Parijs en ten tweede om ook een ander beeld van hun gemeente te laten zien. Ik vraag me af of Voeten er dan ook was. Het zal hem als oorlogsfotograaf vermoedelijk weinig interesseren. Sinds Joris Luyendijks Het zijn net mensen weten we hoe zij naar de werkelijkheid kijken.

Enkele van de problemen die telkens over Molenbeek naar voren komen, kloppen nochtans. Dat Brussel met 19 burgemeesters geen toonbeeld is van coherent bestuur, is al decennialang een gekend probleem. Maar de problemen van Molenbeek zijn zelfs nog groter, meer nog: ze overstijgen de grenzen van de gemeente. Onderzoeker Bilal Benyaich somde ze deze week nog eens op: ‘ons onderwijs faalt, onze arbeidsmarkt faalt, justitie faalt, de politie, de imams, de ouders, we falen allemaal collectief.’ Dat zijn geen problemen die enkel in Molenbeek bestaan. De fouten enkel daar zoeken, zoals deze week keer op keer is gebeurd, is niets anders dan het viseren van een groep, die je vervolgens kan beladen met de zonden van, tja, Israël. Het is dan geen probleem van ons, maar van dat zootje daar in Molenbeek. Zo creëren we al tientallen jaren een out-group, die zich automatisch steeds verder van de in-group distantieert. Ze vervreemden. Het verklaart waarom vele Molenbekenaars tegenover journalisten de rangen sluiten: ‘Jullie zijn hier enkel als het verkeerd gaat.’ Ze hebben gelijk.

Wie met extremistische, maar helaas ook met gematigde moslimjongeren praat in Molenbeek of elders, herkent opnieuw die vervreemding en ontdekt snel hoe sterk die dynamiek van in- versus out-group kan zijn. Wij moeten bidden in verdoken garages die dienst doen als moskee, onze feestdagen mogen we niet beleven zoals we willen, wij zijn gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt, in het onderwijs. Of dat daadwerkelijk zo is, doet er in deze discussie niet toe. „Of je nu tweede of derde generatie migrant bent, je wordt nooit voor vol aanzien”, zei de perfect tweetalige internetinstallateur.

Dat gevoel drijft sommige jongens (en meisjes) in de armen van groepen die hen wél voor vol aanzien. De Syriëstrijders hebben allemaal hun eigen beweegredenen, maar het zijn stuk voor stuk zoekende jongeren, vaak met een pijnlijke voorgeschiedenis. De polarisering is soms zo sterk, dat beide groepen elkaar niet meer begrijpen. President Hollande had het na de aanslagen over een oorlogsverklaring van IS. Voor een IS-aanhanger is dat nochtans ongeloofwaardig: ‘Frankrijk heeft toch al lang geleden IS de oorlog verklaard in het Midden-Oosten?’ In Parijs zijn onschuldige slachtoffers gedood? ‘Wat dan met de Amerikaanse bombardementen op een ziekenhuis in het Afghaanse Kunduz? Waren deze mensen minder waard?’

Voor ‘hen’ is de oorlog in het Midden-Oosten, ook een oorlog in het Westen. Waarom ook niet? De staatsgrenzen zoals wij ze kennen, door koloniale mogendheden geïnstalleerd, zijn voor strijders van een kalifaat van geen betekenis meer. Laat staan de gemeentegrenzen. Of denken we echt dat jihadi’s zich niet kunnen domiciliëren in Anderlecht, Schaarbeek, Vilvoorde, of Borgerhout?

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zegt dat hij Molenbeek gaat opkuisen. Alweer polariserende taal. En hoe zal ‘onze’ overheid dat doen? Ze kunnen beginnen bij de betrokkenen van de aanslagen, maar waar eindigen? De grote groep salafisten in Molenbeek die erg conservatief denkt, maar ook tegen de gewapende jihad gekant is, zeggen we hen ook dat ze hier niet thuis horen?

Volgens Teun Voeten zijn het allemaal jihadisten. Quod non. Door dat toch te stellen, beslissen we op dat moment of we er een out-group van maken. De extremistische jeugd opkuisen, kan extremisme zo verder vergroten.

Stel nu dat we alle ‘vrije radicalen’ uit ons lichaam geweerd hebben, het radicalisme zal er niet meer overwonnen zijn. Dat zou een zware onderschatting zijn van de rijke voedingsbodem aan de basis van de honderden jongeren in ons land die IS steunen.

Het zou ‘eerst schieten en dan pas mikken’ zijn, zoals president Obama antwoordde op de vraag of hij geen grondtroepen naar Syrië stuurde.

Als we een moreel aantrekkelijk alternatief willen bieden tegenover IS, dan moet dat ook een consequent moreel alternatief zijn. En laat ons eerlijk zijn, als we het na al die Verlichting waar we zo trots op zijn, niet eens kunnen halen op moreel vlak, dan hebben we pas écht een probleem. Er is geen reden om daar een minderwaardigheidscomplex over te hebben.