Hollande, de oorlogspresident

Franse president zoekt na de aanslagen in Parijs steun bij Obama, Merkel en Poetin.

De Britse premier David Cameron bracht gisteren een bezoek aan het Elysee. Hij sprak met François Hollande over samenwerking bij de terreurbestrijding. Hollande bezoekt vandaag Obama. Foto STEPHANE DE SAKUTIN / AFP

Hij werd gezien als een president voor binnenlands gebruik. François Hollande was de man van de synthese, de man die Frankrijk na vijf jaar ‘hyperpresidentschap’ van Sarkozy in 2012 in rustiger vaarwater zou brengen. Maar hij bleek ook de man die maar moeilijk tot beslissingen kwam, die door zijn aarzelende optreden snel aan populariteit inboette.

Hollande heeft zich nu ontpopt tot een even doortastende als onwaarschijnlijke chef de guerre. Deze week staat voor hem in het teken van het verwerven van diplomatieke en vooral militaire steun. Nadat gisteren de Britse premier Cameron naar Parijs kwam is Hollande vandaag bij Barack Obama in Washington. Woensdag volgt Merkel, donderdag Poetin.

Geen andere president onder de in 1958 begonnen Vijfde Republiek schakelde zo vaak en op zo veel fronten tegelijk het leger in. Na interventies in de Sahel, de Centraal-Afrikaanse Republiek en in Irak verveelvoudigde hij na de aanslagen vorige week het aantal bombardementen in Syrië.

Hollande zit in het Stade de France als daar op 13 november om 21.20 uur een eerste knal klinkt. „Dat is geen rotje”, zou hij volgens een reconstructie van de Franse televisie hebben geconcludeerd. Enkele uren later spreekt hij de natie live toe. „C’est une horreur”, zegt hij met trillende stem. Hij kondigt de noodtoestand af. Om twee uur ’s nachts bezoekt hij concertzaal Bataclan en even later belt hij met Obama. „We moeten snel en hard in Syrië aanvallen”, zou hij hebben gezegd.

De omstandigheden zijn ongelukkig, maar zo zien de Fransen hun president graag: als een sterke leider die het land bij de hand neemt en Frankrijk laat meedoen in de wereld. De Franse president heeft verregaande bevoegdheden en als hij die inzet, kan dat op brede steun rekenen. Anders dan veel van zijn EU-collega’s heeft hij geen instemming van het parlement nodig om het leger in te zetten.

Prompt schoot hij deze week een beetje omhoog in de populariteitspeilingen. In een onderzoek van Odoxa zei 73 procent van de Fransen het optreden van de president sinds de aanslagen te steunen, nog meer mensen staan achter zijn pleidooi voor een ‘union nationale’, een politiek staakt-het-vuren. „Tegenover het terrorisme blijft geen partijpolitieke kloof overeind”, zei Hollande daar zelf over.

Dat komt hem kort voor regioverkiezingen niet slecht uit. Met zijn krijgshaftige taal neemt hij de rechtse oppositie de wind uit de zeilen. Veel noodmaatregelen, zoals het intrekken van paspoorten van jihadisten, waren vooral voor de linkervleugel van de Parti Socialiste tot nu onacceptabel. „Een zwakke president heeft grote woorden nodig”, oordeelt socioloog Michel Wieviorka kritisch.

Dat de opleving in de peilingen hooguit tijdelijk is, zal Hollande zich herinneren van de weken na ‘Charlie’ en vooral van januari 2013, na de interventie in Mali. Toen hij een paar weken later in Timboektoe gevierd werd als bevrijder, noemde hij dat „de mooiste dag van mijn politieke leven”. Maar met de daaropvolgende werkloosheidscijfers keerde de Franse zwaarmoedigheid weer terug.

Toch was Mali voor Hollande een keerpunt, schrijft David Revault d’Allonnes van Le Monde in zijn net verschenen boek Les guerres du président. Hij spreekt van een president „met twee gezichten”: niet eerder had Hollande belangstelling voor buitenlandse politiek aan de dag gelegd, maar tegen het advies van zijn naaste adviseurs in, koos hij ervoor om het leger te sturen. Sindsdien, schreef L’Obs deze week, ziet Hollande „buitenlandse operaties als een manier om zijn prestige te verhogen en, misschien, een plek in de geschiedenis te verwerven”.

Dat is misschien wat al te cynisch. Feit is dat het Franse buitenlandse beleid sinds jaar en dag ongeacht de kleur van de president aan weinig verandering onderhevig is. De naaste militaire adviseur van Hollande, de bepaald niet met links sympathiserende generaal Benoît Puga, had dezelfde functie onder Sarkozy. Anders dan bij sociaal-economische kwesties kunnen beslissingen van oorlog en vrede en petit comité genomen worden, benadrukte oud-minister Jack Lang.

Maar na de binnenlandse succesjes zal Hollande als oorlogspresident worden afgerekend op de mate van internationale steun. En die is nog beperkt, kopte Le Figaro in een commentaar over „de Franse eenzaamheid”.