Hollande, de oorlogspresident

Een Franse president heeft veel ruimte in het buitenlands beleid. Wil Hollande met krijgshaftige taal zijn prestige verhogen?

De Franse president Hollande (rechts) ontving gisteren de Britse premier Cameron. De week staat voor Hollande in het teken van het verwerven van politieke en vooral militaire steun.Foto Michel Euler/AP

Hij werd gezien als een president voor binnenlands gebruik. François Hollande was de man van de synthese, de man die Frankrijk na vijf jaar ‘hyperpresidentschap’ van Nicolas Sarkozy in 2012 in rustiger vaarwater zou brengen. Maar hij bleek ook de man die maar moeilijk tot beslissingen kwam, die door zijn aarzelende optreden sneller dan al zijn voorgangers aan populariteit inboette.

Die besluiteloosheid is nu even voorbij. Hollande heeft zich ontpopt tot een even doortastende als onwaarschijnlijke chef de guerre: geen andere president onder de in 1958 begonnen Vijfde Republiek schakelde zo vaak en op zo veel fronten tegelijk het leger in. Na interventies in de Sahel, de Centraal-Afrikaanse Republiek en in Irak verveelvoudigde hij na de aanslagen in Parijs het aantal bombardementen in Syrië. „Frankrijk is in oorlog”, ronkte hij. De republiek zal de terroristen „vernietigen”.

Deze week staat voor Hollande in het teken van het verwerven van diplomatieke en vooral militaire steun. Gisteren kwam de Britse premier Cameron naar Parijs. Vandaag is Hollande bij Obama, woensdag dineert hij met Merkel en donderdag probeert hij in Moskou zelfs Poetin aan boord van een brede coalitie te halen.

Dat is geen rotje

Hollande zit in het Stade de France als daar tijdens de wedstrijd tussen Frankrijk en Duitsland op 13 november om 21.20 uur een eerste knal klinkt. „Dat is geen rotje”, zou hij volgens een spannende reconstructie van de Franse publieke televisie direct hebben geconcludeerd. Als hij van beveiligers hoort dat er twee explosies zijn geweest, verlaat hij de tribune.

Enkele uren later spreekt hij de natie live toe. „C’est une horreur”, zegt hij met trillende stem. Hij kondigt de noodtoestand af. Om twee uur ’s nachts bezoekt hij de concertzaal en even later belt hij met Obama. „We moeten snel en hard in Syrië aanvallen”, zegt hij in het ongetwijfeld door zijn pr-machine ingestoken filmpje.

De omstandigheden zijn ongelukkig, maar zo zien de Fransen hun president graag: als een sterke leider die het land bij de hand neemt en Frankrijk laat meedoen in de wereld. De Franse president heeft verregaande bevoegdheden en als hij die inzet, kan dat op brede steun rekenen. Anders dan veel van zijn EU-collega’s heeft hij geen instemming van het parlement nodig om het leger in te zetten.

Prompt schoot hij deze week een beetje omhoog in de populariteitspeilingen. In een onderzoek van Odoxa zei 73 procent van de Fransen het optreden van de president sinds de aanslagen te steunen, nog meer mensen staan achter zijn pleidooi voor een ‘union nationale’, een politiek staakt-het-vuren om de aandacht bij de werkelijke strijd te houden. „Tegenover het terrorisme blijft geen partijpolitieke kloof overeind”, zei Hollande zelf.

Oorlogsvocabulaire

Dat komt hem kort voor regioverkiezingen niet slecht uit. Met zijn krijgshaftige taal neemt hij de rechtse oppositie de wind uit de zeilen. Veel noodmaatregelen, zoals het intrekken van paspoorten van jihadisten, werden al door Sarkozy voorgesteld, maar waren vooral voor de linkervleugel van de Parti Socialiste onacceptabel. „Een zwakke president heeft grote woorden nodig”, oordeelt socioloog Michel Wieviorka.

Dat de opleving in de peilingen hooguit tijdelijk is, zal Hollande zich herinneren van de weken na ‘Charlie Hebdo’ en vooral van januari 2013, na de met vergelijkbaar vocabulaire aangekondigde interventie in Mali. Toen hij een paar weken later in Timboektoe gevierd werd als bevrijder, noemde hij dat „de mooiste dag van mijn politieke leven”. Maar met de daaropvolgende werkloosheidscijfers keerde de Franse zwaarmoedigheid weer terug.

Toch was Mali voor Hollande een keerpunt, schrijft David Revault d’Allonnes van Le Monde in zijn net verschenen boek Les guerres du président. Hij spreekt van een president „met twee gezichten”. Niet eerder in zijn politieke carrière had Hollande belangstelling voor buitenlandse politiek aan de dag gelegd, maar tegen het advies van zijn naaste adviseurs in, koos de man met de bijnaam Flanby (naar een drillerig puddinkje) ervoor om het leger te sturen. Sindsdien, schreef L’Obs deze week, ziet Hollande „buitenlandse operaties als een manier om zijn prestige te verhogen en, misschien, een plek in de geschiedenis te verwerven”.

Dat is misschien wat al te cynisch. Feit is dat het Franse buitenlandse beleid sinds jaar en dag ongeacht de kleur van de president aan weinig verandering onderhevig is. De naaste militaire adviseur van Hollande, de bepaald niet met links sympathiserende generaal Benoît Puga, had dezelfde functie onder Sarkozy toen die militair intervenieerde in Libië. En anders dan bij sociaal-economische vraagstukken kunnen beslissingen van oorlog en vrede en petit comité genomen worden, benadrukte oud-minister Jack Lang.

Maar na de binnenlandse succesjes zal Hollande als oorlogspresident worden afgerekend op de mate van internationale steun. En die is vooralsnog beperkt, constateerde Le Figaro zondag in een commentaar over „de Franse eenzaamheid”.