Het mag niet te veel pijn doen

De klimaattop in Parijs mag niet mislukken, zeggen ook Nederlandse politici. Tegelijkertijd koesteren ze bescheiden verwachtingen.

Bij de nieuwe Oostelijke Ontsluitingsweg nabij Diemen komen twee rijbanen voor het openbaar vervoer. Bijna alle partijen dringen aan op meer elektrisch vervoer.

In bijna alle politieke partijen in Den Haag bestaat het besef dat klimaatverandering een serieus probleem is dat vraagt om een stevige aanpak. Vanmiddag gaan de fractiewoordvoerders daarover in debat met premier Rutte en Sharon Dijksma (PvdA), de nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, die dit onderwerp heeft overgenomen van de vertrokken Wilma Mansveld.

Aanleiding voor het debat is de Nederlandse inzet op de klimaattop in Parijs, die komende maandag begint en die moet resulteren in een nieuw internationaal klimaatverdrag. Ook al heeft Nederland daar weinig over te zeggen. De onderhandelingen worden op Europees niveau gevoerd.

Volgens PvdA-woordvoerder Jan Vos mág de klimaattop niet mislukken. „De mondiale opwarming van de aarde mag niet boven de 2 graden uitkomen. Want dan raken we de controle over het klimaat helemaal kwijt. De Amerikaanse president Obama, heeft recent nog gezegd dat wij misschien wel de laatste generatie zijn die dit probleem kan oplossen.”

Eric Smaling (SP) vindt dat Parijs „zicht moet bieden op een wereldwijde transformatie van een fossiele energievoorziening naar een duurzame.” En hij voegt daar wel een waarschuwing aan toe: „Dat gaat niet in één keer, want dat zou leiden tot massale werkloosheid.”

Volgens Stientje van Veldhoven (D66) hangt veel af van wat er buiten Europa gebeurt. Daar zal de uitstoot van broeikasgassen het meest groeien. „Biedt de klimaattop ook Afrika en Azië zicht op duurzaam energiebeleid en groei”, vraagt Van Veldhoven zich af.

Ook Remco Dijkstra (VVD) benadrukt „dat Nederland en zelfs Europa dit niet alleen kan. De crux wordt dat zo veel mogelijk landen meedoen”.

Een belangrijk onderwerp op de klimaattop is de vraag of er voldoende geld beschikbaar komt voor klimaatbeleid. Rijke landen hebben eerder toegezegd om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar te stellen voor arme landen om hun uitstoot van broeikasgassen te beperken en zich aan te passen aan de gevolgen van de opwarming. De fractiewoordvoerders zijn het daarmee eens. Maar, vindt Agnes Mulder (CDA), de focus moet niet alleen liggen „op een zak met geld”. Mulder wil goed onderbouwde projecten zien. „En voor het geld dat Nederland beschikbaar stelt, moet het bedrijfsleven hier wel iets terugzien in de vorm van opdrachten. Het is voor het eerst dat het bedrijfsleven ook is uitgenodigd op zo’n milieutop. En dat biedt kansen. Je ziet nu al dat het pensioenfonds ABP investeert in duurzame projecten.”

Volgens Van Veldhoven is het klimaatfonds van groot belang. „Als daardoor in Afrika en Azië de ‘fossiele fase’ kan worden overgeslagen en de economie duurzaam wordt ingericht, scheelt dat veel geld. Want klimaatverandering kost veel geld. Kijk maar naar Nederland. We trekken elk jaar een miljard euro uit om onze duinen en dijken klimaatbestendig te maken. Elk land zal naar rato aan dat klimaatfonds moeten bijdragen en ook Nederland zal dat proportioneel moeten doen. Als andere westerse landen straks besluiten om meer bij te dragen, zal Nederland daar ook bij in de pas moeten lopen.”

Wie niet aanhaakt, valt af

Wat de uitkomst van de klimaattop ook zal worden, de fractiewoordvoerders beseffen dat er ook in Nederland nog veel werk te verrichten valt. Bijna allemaal wijzen ze op de noodzaak van elektrisch vervoer. „Maar dan moet de overheid wel stimuleren dat die elektriciteit ook daadwerkelijk groen is”, zegt Van Veldhoven. „Anders vervang je benzine door kolen.”

Vos vindt dat het vervoersbeleid „met best met wat meer elan en lef mag gebeuren. Het autoverkeer moet binnen 25 jaar elektrisch en zelfrijdend zijn. Maar we denken in Nederland nog steeds in termen van meer asfalt. Terwijl het bestaande wegennet allang niet meer bestand is tegen onze mobiliteitswensen.”

Volgens Smaling moet het op korte termijn mogelijk zijn om in ieder geval het forenzenverkeer te ‘elektrificeren’. Lokaal kan dat worden afgedwongen met milieuzones. „Dan kun je gefaseerd, in een periode van tien jaar, zo’n nieuwe transportvorm invoeren.” Van Veldhoven: „We hebben het landelijk mogelijk gemaakt om die milieuzones in te stellen. De afweging hoe dat gebeurt, wordt door de steden zelf gemaakt.”

Wat opvalt aan de maatregelen die de Kamerleden voorstellen is, dat ze niet te veel pijn doen. Smaling wil geloofwaardig blijven: „De uitstotende industrie ter discussie stellen. De duurzame sector moet het gaan overnemen. Wie niet aanhaakt, valt af.” Dijkstra heeft „een positieve boodschap. We zoeken naar oplossingen samen met bedrijven.” Hij wijst op Nederlandse deskundigheid op het gebied van landbouw en waterbeheer. Hij benadrukt dat „de ontkenningsfase over klimaatverandering niet meer relevant” is. Voor Van Veldhoven is de doelstelling „CO2-neutraal in 2050”. Vanmiddag moet blijken hoe ze zich dat voorstelt.