Chinees offensief in Oost-Europa

Via investeringen in Oost-Europa probeert China zijn status als wereldmacht verder te verstevigen. Het financiert bruggen, spoorwegen en zelfs een kerncentrale.

Bouwvakkers bij het nucleaire complex in het Roemeense Cernavoda, waar de Chinese overheid nu de aanleg van een derde en vierde reactor financiert. Foto Bogdan Cristel / Reuters

Wat zijn armetierige stad nodig heeft, daar hoeft Lorenciu Tudor niet lang over na te denken. Net als veel anderen in Cernavoda deelt de 21-jarige barman de onvervulde droom van voormalig dictator Nicolae Ceausescu. Liever dan werken in deze verduisterde kroeg vol gokautomaten, wil hij zijn opleiding Energiestudies benutten en een bijdrage leveren aan de uitbreiding van de half afgebouwde kerncentrale aan de rand van de stad.

Daar, aan een zijtak van de Donau, staan twee werkende reactoren tussen de dorre Zuid-Roemeense heuvels. Ernaast twee lege betonnen hulzen en een roestende metalen cilinder – stille getuigen van Ceausescu’s grote ambitie om zijn land aan vijf reactoren te helpen.

Ook jaren na de dood van de ‘Conducator’ blijft die wens overeind: voor het benodigde geld keek Roemenië tot voor kort naar het Westen. Maar sinds een groep Europese energiegiganten afhaakte, komt de hoop uit andere windrichting. Energieproducent Nuclearelectrica, eigendom van de overheid, tekende twee weken geleden een overeenkomst met de China General Nuclear Power Group (CGN), eveneens een staatsbedrijf, voor de bouw en de exploitatie van een derde en vierde reactor.

Invloed vergroten via Oost-Europa

De vierde top tussen de Chinese premier Li Keqiang en zestien Oost-Europese staatsleiders, die vandaag begint in het Oost-Chinese Suzhou, onderstreept het: de Roemeense deal staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een offensief van China om zowel de handel met als de investeringen in de regio op te voeren. Het initiatief ontstond in 2012 in de Poolse hoofdstad Warschau, met aankondiging van een eerste Chinese kredietlijn voor de regio ter waarde van 10 miljard dollar (9,4 miljard euro).

China wilde zijn enorme reserves in buitenlandse valuta aanwenden. Chinese bedrijven stonden klaar om te exporteren. Via de Oost-Europese markt, die de Chinezen als minder competitief beschouwen, hoopten ze hun economische invloed binnen de Europese Unie te vergroten – een ambitie die samenvalt met een project dat Beijing na aan het hart ligt: de Nieuwe Zijderoute.

De uitbouw van dat immense net van wegen en sporen tussen China en Europa zien sommige experts als de „Chinese versie van het Marshallplan”. In Europa behelst het onder meer de aanleg van grote spoorlijnen. Het Poolse Lódz en de Chinese industriemetropool Chengdu hebben sinds kort een vrachttreinverbinding, die de reistijd heeft verkort tot minder dan twee weken. Transport over zee kost meer dan een maand.

Een ander plan is de ontsluiting van het Midden-Europese achterland vanuit de haven van het Griekse Piraeus, waar het Chinese staatsbedrijf Cosco twee containerkades bezit en een van de kandidaten is om het hele havenbedrijf over te nemen. De landen in de regio kunnen daarvan volop profiteren, is de boodschap: zo zal China een hogesnelheidslijn aanleggen tussen Belgrado en Boedapest, ter vervanging van de huidige, amechtig puffende ‘snelle trein’ die stopt in talloze gehuchten. Hier zou de reistijd verkort worden van acht naar tweeënhalf uur.

Wat barman Tudor betreft, „zijn de Chinezen welkom”. Oost-Europese landen zagen in de jaren na 2008 investeringen uit het Westen, en daarna ook uit Rusland, opdrogen. Hun bevolking trok ondertussen naar West-Europa op zoek naar banen. „Mensen vinden geen jobs, hebben geen geld om iets te kopen”, zegt Radika Socol, eigenares van het winkeltje naast het café van Tudor. „We moeten de meeste groenten weggooien. Als de inwoners hier niet in Spanje en Italië konden gaan werken, zouden we allemaal verhongeren.”

Volgens het Chinese persbureau Xinhua werpt de samenwerking „rijke vruchten op uiteenlopende terreinen” af. Vooral de Oost-Europese voedselsector heeft baat bij het neerhalen van handelsbarrières. Na een reeks schandalen rond besmet voedsel bestaat in China veel vraag naar onder meer babymelkpoeder, vlees en wijn. Dat de Oost-Europese prijzen lager liggen dan de West-Europese is een bijkomende troef. Tussen 2011 en 2014 nam de verkoop van Oost-Europese landbouwproducten aan China toe met 164 procent en afgewerkte voedingsproducten met 204 procent.

Het Chinese aandeel in buitenlandse investeringen is bescheiden – Hongarije scoort voorlopig het best met bijna 0,5 percent van het totaal (in 2013) – maar het groeit. Bovendien lijken Chinese bedrijven wel bereid om flink wat kapitaal te pompen in sectoren waarin Beijing een mondiale status wil opbouwen, zoals grote infrastructuurwerken en energievoorziening. De vorig jaar geopende anderhalve kilometer lange Mihajlo Poepin-brug over de Donau in Belgrado, net zoals de spoorlijn grotendeels gefinancierd door de Chinese Export-Import Bank, geldt als visitekaartje van de China Road and Bridge Corporation.

„De vlag planten in elk land van de regio en een bruggenhoofd vormen”, zo omschrijft Rafal Andrzejewski de opdracht die zijn participatiemaatschappij CEE Equity Partners kreeg van de Export-Importbank. Zij vertrouwde Andrzejewski en zijn collega’s 1,5 miljard euro toe. Opdracht: jagen op beloftevolle investeringen, van Oostzee tot Zwarte Zee. Tot nu toe kocht deze maatschappij zich bijvoorbeeld in in Poolse windmolenboerderijen, een particuliere universiteit in Boedapest en de Bulgaarse wereldmarktleider in klimmuren.

Ook al is er vraag naar meer Chinees geld: als ontluikende grootmacht moet het land ook flink wat argwaan overwinnen. Achterliggende geopolitieke motieven baren vooralsnog nauwelijks zorgen, zegt Marcin Kaczmarski van het Centrum voor Oostelijke Studies in Warschau. „De Chinese invloed in Europa is nog steeds beperkt. Bovendien is Europa noch een dreiging voor China, noch een politieke actor die hetzelfde gewicht in de schaal kan leggen als de VS of Rusland.”

Een groter obstakel is de tweeslachtige reputatie die Chinese producten en hun handelaren in het verleden opbouwden. Zo is de Rode Draak, een reusachtig winkelcomplex aan de rand van Boekarest waar Chinese handelaren alle mogelijke goederen verkopen tegen afbraakprijzen, al jaren een trekpleister voor bussen vol koopjesjagers. Maar Roemenen associëren het tegelijkertijd met omvangrijke fraude en politierazzia’s.

Slechte arbeidsvoorwaarden

Ook de werkwijze van Chinese bedrijven in Afrika en Latijns-Amerika – met dumpprijzen, het invliegen van Chinese werknemers en slechte arbeidsvoorwaarden voor de lokale werknemers – maakt sommigen argwanend. De recente aanpak van zulke praktijken in Polen liep slecht af voor de China Overseas Engineering Group (COVEC).

Dit bedrijf haalde in 2009 de opdracht binnen voor de aanleg van een deel van de snelweg tussen Warschau en Lódz met een bod dat ver onder de prijs van zijn concurrenten lag. Gebrekkige planning, spanningen met Poolse onderaannemers over de import van Chinese werknemers en te krappe budgetten, maar ook onbekendheid met de Europese regelgeving stuwden de kosten omhoog en leidden ertoe dat deadlines stelselmatig niet werden gehaald. In 2011 verbrak de Poolse regering het contract en eiste zij 200 miljoen euro schadevergoeding van COVEC.

„Geld is geld, COVEC was COVEC”, zegt fondsbeheerder Andrzejewski. „Dat is achter de rug. Ons fonds is ook niet zoals het China-Afrikafonds dat deelname van Chinese bedrijven vereist of de inbreng van Chinese kennis. Het gaat erom om te tonen dat Chinese investeringen goed kunnen zijn, niet om buit terug mee te nemen naar China.”

Ook aan Chinese zijde bestaat reden voor terughoudendheid. Een gegeven woord blijkt niet altijd betrouwbaar in Oost-Europa, ook niet op het hoogste niveau. Corruptie blijft een probleem. En, zegt Kaczmarski: „Er is een immense diversiteit in de regio en een gebrek aan wil om binnen de regio zelf samen te werken.”

Bovendien hebben onderhandelende partijen vaak uiteenlopende verwachtingen. Kaczmarski: „Wij willen doorgaans greenfield-investeringen, Chinezen willen geen risico nemen en beleggen liever in gevestigde firma’s.” In sommige sectoren, zoals telecommunicatie, is het bovendien nog steeds erg moeilijk opboksen tegen de genereuze Europese subsidies die naar Oost-Europa blijven stromen.

Beide zijden groeien dus wel naar elkaar toe, maar veel ambitieuze projecten blijven voorlopig toch vooral op papier bestaan, aldus Kaczmarski: „Het is nog wachten op stappen die duidelijk tonen hoe reëel de Chinese interesse is.”