Armoedige miljardenfusie in farmaceutische industrie

Groter en groter worden ze, de reuzen van de farmaceutische industrie. Gisteren bevestigde de Amerikaanse gigant Pfizer dat hij concurrent Allergan overneemt voor een bedrag, inclusief schulden, van 160 miljard dollar – ruim 150 miljard euro. Kankermedicijnen en ontstekingsremmers, vaccinaties, viagra en botox – om maar een paar producten te noemen, zijn nu in één hand.

De megafusie kan op verschillende manieren worden beoordeeld. Allereerst is er de beoogde kostenbesparing van 2 miljard dollar in de eerste drie jaar. Gezien de geschiedenis van grote fusies moet maar worden afgewacht of die wordt gehaald. De verborgen kosten van een fusie, inclusief verwarring, inertie en de rivaliteit binnenskamers, worden nooit exact gecalculeerd, anders dan de openlijke voordelen.

Het tweede aspect is ernstiger. Grote doorbraken bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen worden schaarser, waardoor de pijplijn met nieuwe producten leger wordt. Fusies en overnames zijn dan een noodgreep om de winstontwikkeling gaande te houden, in plaats van het onderliggende ondernemerschap.

De fusiegolf in de farma-sector is hevig: dit jaar wordt verwacht dat er voor 1.000 miljard dollar wordt overgenomen en samengeklonterd. En dat is alleen in deze branche. In het gehele bedrijfsleven zal over 2015 voor 4.000 miljard worden geacquireerd en gefuseerd. Pessimisten zouden dat kunnen zien als een laat cyclisch verschijnsel – een finale inspanning voordat de door lage rentes en goedkoop geld opgestuwde beurswaarderingen bezwijken onder hun eigen gewicht.

En dan is er nog de belangrijkste reden voor de overname. Allergan zetelt in Dublin. Door na de overname in de huid te kruipen van het (formeel) Ierse bedrijf tovert het Amerikaanse Pfizer zich om tot buitenlandse maatschappij. De belastingdruk daalt daardoor van 26 procent naar tussen de 17 en 18 procent. Deze ‘inversie’ wordt met hand en tand bestreden door de Amerikaanse overheid, maar Pfizer lijkt deze deal exact zo te hebben gestructureerd dat het onder nieuwe regelgeving uitdraait, die dit had moeten voorkomen.

Wat is dit, opgeteld, dan voor een deal? Overnemen in plaats van ondernemen. Kostenbesparingen die, zelfs als ze worden gerealiseerd, in het niet vallen bij het fiscale voordeel. Beide firma’s hebben uiteraard het volste recht te doen wat zij niet laten kunnen. Het zijn de overheden die, in hun onderlinge competitie, een mondiaal fiscaal landschap hebben geschapen waar het zo voordelig grazen is. Maar het is intussen wel erg symbolisch als de grootste overname van het jaar er zo armoedig uitziet.