40 jaar onafhankelijk: is de muziek dat ook?

Woensdag is Suriname 40 jaar onafhankelijk. Dat wordt gevierd met een festival en een boek over Surinaamse muziek.

Typhoon

De drempel ligt er nog, tropische planten overwoekeren het muurtje dat ooit de kamer was van de grootste ster die Suriname kende: Lieve Hugo. Zijn nichtje, Marit Joval, heeft het huis afgebroken. „Ik was boos. Het stond op instorten, het viel bijna in de tuin van mijn buren, maar niemand wilde helpen. Al die mensen die altijd zeiden dat het een monumentaal pand was, dat het historisch erfgoed was, opeens waren ze nergens. Toen heb ik het moeten afbreken.”

Woensdag viert Suriname zijn veertigste jaar onafhankelijkheid. Die viel in 1975 samen met de dood van Hugo Uiterloo, beter bekend als ‘Lieve Hugo’, de belangrijkste Surinaamse popmuzikant. Hij werd hier, op de Waaldijkstraat in Paramaribo, geboren in 1934. Hij overleed 15 november 1975 in Nederland, vlak voordat hij terug naar Suriname zou gaan om onder meer zijn liedje Srefidensi (‘Onafhankelijkheid’) te zingen. Zijn lichaam ging naar Paramaribo met hetzelfde vliegtuig als de regeringsdelegatie van Joop den Uyl.

Deze week verschijnt bij platenlabel Top Notch het boek Sranan Gowtu. Auteur Diederik Samwel vertelt aan de hand van biografieën het verhaal achter de Surinaamse muziek. Lieve Hugo is daarin een sleutelfiguur. En als zondag festival Brasa Dei plaatsvindt in TivoliVredenburg, een Surinaamse dag met artiesten van alle generaties, zal zijn muziek ongetwijfeld klinken in oude en nieuwe versies.

Als jongen op de Waaldijkstraat, in de volksbuurt Frimangron, heette hij nog Ruzie Hugo. Een moeilijke jongen. „Hij kon goed vechten”, zegt Joval, terwijl ze een sigaretje rookt op de stoep van haar herbouwde huis. Het is stil op straat. De houten huizen van haar buren zijn zo ongeveer de enige panden die nog herinneren aan die tijd. „Toen was het nog gezellig, er waren overal feestjes. Toen Hugo muzikant werd, werd zijn bijnaam Lieve Hugo. Hij deed het goed bij de meisjes.”

Lieve Hugo was de ‘King of Kaseko’, de muziekstijl die het geluid van de Surinaamse popmuziek nog altijd bepaalt. De mix van Caraïbische stijlen krijgt een Surinaamse draai door het gebruik van een roffelende basdrum met een bekken erbovenop. Lieve Hugo was een van de eersten die in Sranantongo zong. Ook de invloed van de winti-religie in de muziek droeg bij aan het besef dat kaseko een authentieke Surinaamse stijl was.

„Winti was bij ons een familieaangelegenheid”, zegt zijn nichtje Joval. „Als zanger kon hij die spirituele kracht vertalen voor een groot publiek.” Met een flinke dosis soul en met hulp van de band Orchestra Washboard maakte hij er popmuziek van. Het stimuleerde eind jaren zestig het ontluikende Surinaamse zelfbewustzijn.

De aanstaande onafhankelijkheid zorgde ook voor een exodus van Surinamers naar Nederland. Onder hen veel muzikanten. Nadat Lieve Hugo optrad op het Holland Festival in 1970 vestigde ook hij zich in Nederland en scoorde hits met bijvoorbeeld Een pot met bonen.

In 2011 coverde Damaru (30) dat nummer op zijn debuutalbum. De zanger die samen met Jan Smit in Nederland een grote hit scoorde met Mi rowsu (‘Tuintje in mijn hart’) behoort tot een nieuwe generatie voor wie Lieve Hugo nog altijd relevant is. Damaru groeide ook op in de Waaldijkstraat in Paramaribo, twee huizen verderop. „Het was een muzikale buurt. De muziek van Lieve Hugo was altijd aanwezig. Pas later hoorde ik dat de plek waar ik speelde zijn geboortegrond was.”

Damaru beaamt dat kaseko nog altijd dé Surinaamse muziek is en hij speelt het graag naast rap en reggae, maar heeft er kanttekeningen bij. „Veertig jaar na de onafhankelijkheid is Suriname een beetje blijven steken. Ook muzikaal. Er wordt bijvoorbeeld pas sinds twee, drie jaar echt meer hiphop gedraaid in Suriname. En nog steeds heerst het idee dat je carrière pas wat voorstelt als je het in Nederland hebt gemaakt. Het is een behoudende cultuur. Als je mee wilt doen als zelfstandig land, moet ook de muziek zich ontwikkelen.”

Die behoudzucht heeft het huis van Lieve Hugo niet kunnen te sparen. „Ik mis hem”, zucht zijn nichtje Joval als ze naar de overwoekerde stenen kijkt. Ze heeft zijn platen wel, maar geen platenspeler. „Tegenwoordig gaan alle liedjes over seks. Hugo was niet zo ordinair. Oké, hij zong ‘punta punta’ en mensen denken dat het over een kutje gaat, maar het gaat over geld. Hij zingt ‘geld maakt me gek’. Hij was poëtisch. Gelukkig kan ik hem nog dagelijks horen op de radio.”