Wildernis wordt publiekspark

Het was een omstreden gebied, de Oostvaardersplassen, door de beelden van stervende dieren. Maar nu lijkt het tij te keren.

De Oostvaardersplassen moeten als Nationaal Park meer bezoekers trekken. Foto Pim Ras / Hollandse Hoogte

De provincie Flevoland en Staatsbosbeheer willen van de Oostvaardersplassen een Nationaal Park maken. Dubbel zo veel mensen moeten straks kunnen genieten van burlende edelherten, woeste konikpaarden, imposante zeearenden en grootse aantallen ganzen. En: zonder dat bezoekers de kwetsbare natuur tussen Almere en Lelystad verstoren. „Hier kan niemand tegen zijn”, zegt IJsbrand Zwart, ambtelijk projectleider van de provincie.

Binnenkort wordt een masterplan gemaakt. Ondernemers denken mee over plannen die de recreatieve functie van het gebied versterken, of, zoals dat heet, „de beleefbaarheid vergroten”. Over een jaar of drie moet de status van Nationaal Park verkregen zijn. Weer een aantal jaren later zijn delen van het gebied opnieuw ingericht.

Er zullen vier verschillende toegangen gebouwd zijn. Bijna twee miljoen bezoekers kunnen dan aan de randen picknicken en een pannekoek eten, overnachten in „autarkische” hutjes, maar ook de dieren van dichtbij aanschouwen.

De Oostvaardersplassen zijn lange tijd een omstreden natuurgebied geweest. Ooit aangelegd in een gebied dat, na de drooglegging van dit deel van het IJsselmeer, gereserveerd was voor zware industrie, is een wildernis ontstaan die weliswaar door de mens is ingericht, maar waar „natuurlijke processen” de boventoon voeren. Het resultaat is een gebied vol verrassende ecologische ontwikkelingen, een ideale plek voor onderzoekers.

Maar óók een gebied waar dieren tijdens strenge winters met elkaar in dodelijke concurrentie verwikkeld raken in de strijd om voedsel. Beelden van stervende dieren schokten het publiek, en politici toonden hun verontwaardiging. Argumenten van Staatsbosbeheer, beheerder van het gebied, dat dieren in het wild nu eenmaal sterven, en dat stervende dieren zo veel mogelijk leed werd bespaard door ze af te schieten, overtuigden niet iedereen.

De nieuwe wildernis

Inmiddels lijkt een kentering gaande. De avondvullende film De nieuwe wildernis van twee jaar geleden heeft de Oostvaardersplassen de sympathie van het grote publiek bezorgd, en op dat succes bouwen de plannenmakers voor het Nationaal Park nu voort. „De tijd is rijp”, zegt gedeputeerde Michiel Rijsberman (D66) van Flevoland.

De grootste „uitdaging” in de plannen, zo meldt een onlangs voltooide eerste haalbaarheidsstudie, is een „balans te vinden” tussen recreatie en natuur. Het hart van het natuurgebied bestaat uit moeras, open plassen en riet. Daar broeden veel vogels en daar kun je als bezoeker maar beter niet komen. „Ook nu al zijn er soms felle reacties van recreanten op de aanwezigheid van mensen in het grazige gebied”, zo staat in de studie. Maar aan de randen van het gebied, de „schil” om de delicate kern, liggen bosachtige terreinen die nu nog wat saai zijn, maar voor een deel zijn ze al opnieuw ingericht. Straks zullen ze allemaal zijn omgevormd tot gevarieerde landschappen, en kun je er een uitkijktoren beklimmen, rondstruinen en af en toe een edelhert of een konikpaard zult treffen. „De strategie is om niet de recreant het kerngebied van de Oostvaarderplassen in te brengen, maar de wildernisnatuur naar de randen te halen”, aldus het plan.

Voor ‘avontuurlijke’ toeristen

Het nieuwe Nationale Park mikt op bezoekers die „avontuurlijk” zijn ingesteld. Energieke dagjesmensen die niet te beroerd zijn om, bijvoorbeeld tijdens een verblijf in Amsterdam, een dagtrip te maken naar dit internationaal vermaarde natuurgebied.

Het Nationale Park, een status waarover het rijk uiteindelijk een besluit moet nemen, moet ook het woon- en vestigingsklimaat in de Randstad versterken. Nog niet eens zo heel lang geleden keken Flevoland en Staatsbosbeheer vooral naar het oosten. Er lagen uitgewerkte plannen om de Oostvaardersplassen uit te breiden met het Oostvaarderwold, een kilometers brede strook land met als ultiem doel dat edelherten vanuit Duitsland heen en weer zouden kunnen rennen. Maar met name het uitkopen van boeren verliep moeizaam, en drie jaar geleden struikelde het college van Gedeputeerde Staten over het plan. Daarover wordt nu gezwegen. Het huidige plan richt zich westwaarts, op Amsterdam en omgeving.