Speelgoedgeweer

Wij hadden het thuis liever nergens over. Het ging dan ook weinig over de tijd dat mijn vader als dienstplichtig militair meedeed aan de politionele acties in wat toen Nederlands-Indië heette. Hij was 19 toen hij ging en kwam, in tegenstelling tot een schoolvriend, weer terug.

Vlak voor zijn dood dook er een fotoalbum op van een voormalig soldaat uit Enschede die daar ook diende. Er stonden foto’s in van Nederlandse militairen die bij een greppel mensen executeerden. Het was voorpaginanieuws.

„Moet dat?” vroeg mijn vader toen ik met de krant aan zijn bed kwam zitten.

Nee natuurlijk moest dat niet. Ik zag me zelf niet graag in de rol van moreel superieure zoon die zijn vader op het sterfbed de maat kwam nemen. Liever hielp ik hem met het leeglepelen van de bakjes vanillevla die mijn moeder onvermoeibaar op het nachtkastje bleef zetten. „Als ze me straks opensnijden komt er vla uit”, zei hij.

Na zijn dood vond ik vrolijke foto’s, brieven naar zijn zus en een adressenlijst met vrienden van toen en daar, waarvan hij er met potlood en liniaal steeds meer had doorgestreept omdat ze waren overleden en dus niet meer naar de veteranendagen kwamen.

In een poging zijn leven te reconstrueren bezocht ik vorige week een van hen in een verzorgingshuis. Een Limburger met de haren in een scheiding, de broek te hoog opgetrokken en een defect koffiezetapparaat.

De dag ervoor was de stad Raqqa gebombardeerd door de Fransen, hetgeen op zijn goedkeuring kon rekenen. „De islam heeft een veel te grote broek aangetrokken. De zweep erover, dat zou uw vader ook gevonden hebben.”

Je kon de doden natuurlijk alles in de mond leggen, maar dit. Mijn vader had IS niet meer meegemaakt. Hij stierf nog voor de stichting van het Kalifaat, had Raqqa niet kunnen aanwijzen op een kaart en ik had hem nooit op uitspraken over moslims kunnen betrappen.

„Die anderen daar, de vijand dus, dat waren ook radicale moslims”, zei mijn gastheer over die tijd in Nederlands-Indië. „Als die je te pakken kregen was je niet jarig. Die jongens waren van het zwaard, je kwam in stukjes terug. Dan waren we allemaal woedend, je probeerde die lui ook te pakken.”

Werden hier tussen de thee met chocoladekoekjes alsnog een paar rare bladzijden aan leven van mijn vader geschreven? Dat dan toch niet. Hij bleek dusdanig slecht te kunnen mikken bij het schieten dat ze van hem een hulpverpleger maakten. Bij exercities kreeg hij voor de zekerheid een houten geweer.

„Ik denk dat hij daardoor zo weinig met u over die tijd sprak.”

Ik had graag uit zijn mond gehoord hoe hij met een speelgoedgeweer ten oorlog trok.