Column

Onze samenleving is geen oorlogseenheid

Europa is in paniek. Eerst werden we overvallen door de vluchtelingencrisis, de honderdduizenden die zich hier willen vestigen, steeds minder op onze barmhartigheid kunnen rekenen, meer wantrouwen wekken en in toenemende mate de oorzaak zijn van politieke polarisatie. In die toestand zijn we getroffen door de aanslagen in Parijs. We zijn in oorlog, verklaren de staatshoofden en regeringsleiders. Het openbare leven vertoont daarvan al duidelijk de bewijzen. Massaal optreden van de politie, afgelaste feestelijke bijeenkomsten, scherpere bewaking van stations en openbare gebouwen. Dit alles hoort tot de nieuwe omgeving van ons dagelijks leven. En voorzover we het niet aan den lijve merken, wordt het ons via de media ingepeperd.

We weten wel hoe het is ontstaan. De vluchtelingenstroom wordt veroorzaakt door de oorlogen, de chaos en de armoede in het Midden-Oosten en Afrika met als hoogtepunt van alle ellende Syrië dat het vijfde jaar van zijn burgeroorlog ingaat. Afghanistan blijft na de oorlog tussen Amerika en de Taliban een failed state en een bron van vluchtelingen. Voor Irak geldt hetzelfde en bovendien is daar waarschijnlijk onze doodsvijand IS ontstaan. De rest van de regio is min of meer van dezelfde orde.

De periode waarin het Westen probeerde met een legermacht orde op zaken te stellen, is voorbij. No boots on the ground is sinds Obama president werd het nieuwe militaire adagium. In plaats daarvan wordt er gebombardeerd, vooral op doelen in Syrië en Irak. Na de terreur in Parijs zijn onze regeringen van plan die campagnes nog te verhevigen. Zal dat helpen? Zeker is dat er meer verwoestingen zullen worden aangericht in gebieden die al min of meer verwoest zijn. Dat betekent: meer vluchtelingen. Maar zal IS erdoor worden verslagen?

De terreurorganisatie is een jaar of vijf geleden in Syrië ontstaan. In 2012 werd de Amerikaanse regering voor het gevaar gewaarschuwd maar er werd nauwelijks aandacht aan besteed. In Washington was men van mening dat die extremisten zichzelf wel zouden vernietigen. Amerika heeft al meer dan 8.000 aanvalsvluchten op IS uitgevoerd en er komen er meer. Maar geen grondtroepen. De New York Times vindt het in een vroom commentaar wenselijk dat er nog betere grensbewaking voor alle landen komt. En Amerika en Rusland moeten het eens worden.

De Verenigde Staten raken langzamerhand verstrikt in de laatste voorbereidingen tot de verkiezingsstrijd waarin de Democraten in het buitenlands beleid zoveel mogelijk aan de diplomatie vasthouden terwijl de Republikeinen als vanouds de politiek van de harde hand verdedigen. Laten we hopen dat er weer een Democraat president wordt.

Maar dat is een Amerikaanse zaak. Wat zal er in Europa gebeuren nadat we IS de oorlog hebben verklaard terwijl de vluchtelingenstroom niet ophoudt en de terreur voortduurt? Zal onze samenleving tegen de druk bestand zijn? Terrorisme hoeft geen onafgebroken aanval te zijn om effect te hebben. Het is een vorm van guerrilla waarbij van tijd tot tijd op de gevoeligste plaatsen wordt toegeslagen, zoals dit jaar in Parijs nu al twee keer is gebeurd.

We zijn in oorlog, hebben president Hollande en premier Rutte verzekerd. Maar onze samenleving is geen oorlogseenheid. Na de Koude Oorlog is de depolitisering begonnen en daardoor is de kwaliteit van de politieke elite aangetast. Intussen hebben het consumentisme en het vermaak aan betekenis gewonnen. De westerse samenleving is niet meer de weerbare formatie die het ooit was. Daarom gaan we door deze terreur een periode van grote onzekerheid tegemoet.

Misschien zijn we in oorlog – maar dan wel een oorlog waarvan we de routine nog moeten leren.