Nu dat oranje tricot nog

Mohamed Ali Mohamed (26) vluchtte uit Somalië. Dit weekend liep hij zijn eerste grote wedstrijd als Nederlander.

Mohamed Ali Mohamed trainend in Molenhoek.

Daar staat Mohamed Ali Mohamed, Nieuwe Nederlander, op gele sloffen in de vorm van een klomp – cadeautje van de gemeente – te grijnzen in de deuropening van zijn eenkamerappartement in Cuijk, Noord-Brabant. Hij draagt een shirt met Usain Bolt op zijn borstkas, heeft zelfs wel wat weg van de snelste man op aarde als hij uit beleefdheid een glimlach veinst. Hij wilde net een broodje maken. „Appelstroop”, leest hij accentloos voor. Had hij nog nooit van gehoord. „Van de gemeente gekregen. Wil je ook?”

Het is een emotionele week geweest voor Mo Ali, de afkorting die zijn vrienden in het hardloopwereldje graag gebruiken. Twee dagen geleden had hij gekregen waar hij zes jaar lang zo zijn best voor had moeten doen: een Nederlands paspoort. Voor het eerst in 26 jaar huilde hij tranen van geluk. Het had hem totaal overvallen. Eerder waren het verborgen tranen van doffe ellende geweest, of van de pijn in zijn buik door de honger. Huilen doe je niet zomaar in Somalië, zeker niet als man. Dat staat voor zwakte en daar profiteren anderen van. Maar nu daar op de parkeerplaats van het gemeentehuis van Cuijk alle mensen op een rijtje stonden aan wie hij dat felbegeerde Nederlanderschap te danken had, zijn hele even eigenlijk, kreeg hij het te kwaad.

Via Kenia naar Europa

Even zag hij weer die soldaat voor dood liggen in de struiken vlak bij de boerderij waar hij vanaf het eerste moment dat hij zich kan herinneren moest meehelpen als er maïs of palmolie geoogst moest worden, land moest worden omgeploegd. Altijd in de hitte die zo ongenadig kan zijn in de Hoorn van Afrika. Hij herinnerde zich de angst die bij zijn leven hoorde als het water uit de put even verderop. Maar die angst kreeg pas ware betekenis toen hij zes jaar geleden ineens een vrij land binnenstapte. Hij dacht aan de vlucht die hij had gemaakt op zijn negentiende via Mogadishu naar Kenia en van daaruit met het vliegtuig naar Europa. Waar hij eerst terechtkwam kan hij niet zeggen. Dat paspoort wil hij niet meer kwijt.

Het betere leven was ook hem voorgehouden. Zijn moeder had hem op het hart gedrukt: als je maar ergens kunt studeren, en dan zorgt dat je aan een baan komt. Hij was gegaan met de belofte dat hij haar, zijn twee zusjes en zijn broertje op een goede dag zou komen redden.

Via Ter Apel kwam de toen 19-jarige Mohamed Ali terecht in asielzoekerscentrum De Orangerie in Eindhoven. Hij was er zo snel mogelijk achter de gezamenlijke computer gekropen, op zoek naar een atletiekbaan. Vanaf de dag dat hij de tien rondjes om de boerderij van al zijn vriendjes het snelst wist af te leggen en van het kleingeld dat hij daarmee had gewonnen zich tegoed kon doen aan bananen en mango’s had hij het gevoeld: hij zou best eens in de voetsporen kunnen treden van Abdi Bile, in 1987 de eerste Somalische wereldkampioen atletiek (1.500 meter), een verre neef van hem nota bene.

Acht kilometer joggen op kapotte schoenen en het balletje was gaan rollen: op de atletiekbaan in Eindhoven kwam Mo Ali in aanraking met mensen die hem uit het azc haalden en een huurhuis voor hem regelden, hem voorzagen van een sporttas vol sportkleding en hardloopschoenen, hem trainden. Een nederige glimlach bij de tandarts en hij werd er voortaan gesponsord, bij de pedicure voor zijn blaren gebeurde hetzelfde. Een Duitse dame op leeftijd stuurt hem nu en dan geld, hij kreeg onlangs een auto van de plaatselijke dealer. Iets in Mo spreekt mensen aan. Het zal iets met zijn positieve levenshouding te maken hebben.

Mohamed Ali heeft grote dromen: de Spelen van Rio, 5.000 meter, in het oranje tricot van Nederland. Maar echt doorgebroken is hij nog niet. Er waren blessures, hij bleek allergisch voor gras, en niet een beetje. Hij gokte niet op één paard, slaagde voor zijn inburgeringscursus, kwam niet met een middelbareschooldiploma maar door vastberadenheid binnen op het Johan Cruyff College en werd daar dit jaar genomineerd voor ‘Student of the Year’.

Die opeenvolging van emoties zal hem parten gespeeld hebben, gisteren bij de Warandeloop in Tilburg. Mohamed had zich er willen plaatsen voor het EK cross over twee weken in het Franse Hyères, maar zijn benen waren zwaar vanaf de start. Hij werd achttiende. Maar voor het eerst in zijn leven stond er ook een andere klassering achter zijn naam, een die veel meer betekenis had: ‘Mohamed Ali, zesde Nederlander’.