London Philharmonic toont zich bronstig in Brahms

Het leek wel of er na de pauze een ander orkest op het podium zat, zaterdag in het Concertgebouw. Het London Philharmonic en gastdirigent Christoph Eschenbach waren naar Amsterdam gekomen voor Wolfgang Rihms Verwandlung 3, Beethovens Vioolconcert en de Eerste symfonie van Brahms. Het was vooral in Brahms dat het orkest indruk maakte.

Violist Christian Tetzlaff tekende voor de solopartij in Beethoven. Hij geldt als een karaktervol en intelligent vertolker, maar liet hij hier zich niet van zijn beste kant zien. Niet dat er niets te genieten viel: fluisterzachte legatolijnen boven strijkersgepluk en een furieuze cadenza (sterk samenspel met de paukenist) waren bijzonder, maar zijn vocale spel was ook onrustig en ging ten onder aan overmatige versiering. Waar de violist alle aandacht naar zich toe zoog, klonk het orkest flets.

Maar toen kwam Brahms. Zou Eschenbach de Londenaren in de rust op een donderpreek hebben getrakteerd? Hier zat een bronstig ensemble dat alert reageerde op de aanwijzingen van zijn maestro. Onder Eschenbach klonk Brahms’ eersteling niet als een ‘tiende van Beethoven’, maar als het werk van een visionair die meer verwant is aan Dvorák. Met sterke ritmische accenten en acceleraties zocht hij naar de dans in de symfonie, waarin het orkest toonde ouderwets-romantisch te kunnen zwelgen.