Korngolds liedkunst biedt ook echte parels

Korngold (1897-1957) viel lang buiten de boot, met gebrek aan een baanbrekend eigen geluid als hoofdoorzaak. Zijn Vioolconcert geniet faam, Die tote Stadt was bij de Nat. Opera een ontdekking (2005), maar écht vlotten wil het niet met de reputatie van het joodse ex-wonderkind dat in exil naar Hollywood ging en daar succesvol werd als filmcomponist. Het maakt de door pianiste Reinild Mees geïnitieerde dubbel-cd met Korngolds liederen des te interessanter. Zijn lieddebuut, Der Knabe und das Veilchen (voor het eerst op cd) bevat al harmonische vernuften en zwier. En toen was Korngold vijf (!) De souplesse van zijn talent klinkt 2,5 uur door; in het modulatierijke Sterbelied, de dronken romantiek van Mond. Hoogtepunt van ontheemde melancholie is de Shakespeare-zetting Come Away, Death. De uitvoeringen door bariton Konrad Jarnot en sopraan Adrianne Pieczonka zijn uitstekend. Van de zestig liederen zijn er misschien tien parels. Maar die hoor je wel voor het eerst.