Iran eert zijn oude en zijn nieuwe martelaren

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt elke week de feiten van de hypes.

Een Iraanse vrouw bidt voor de beeltenis van de 7de-eeuwse imam Hussein.

Het eerste wat me opviel: de fonteinen zijn weer bloedrood gekleurd op Beheshte Zahra, de grote uitgestrekte begraafplaats vlak ten zuiden van de Iraanse hoofdstad Teheran. Net als tijdens de Iraans-Iraakse oorlog van 1980 tot 1988. Toen kleurde het bloed van de martelaren het water rood: de Iraanse oorlogsdoden van wie duizenden op Beheshte Zahra begraven liggen.

Maar nu eren de fonteinen Hussein, zoon van Ali, de eerste shi’itische imam, en zelf de derde imam, die in 680 bij het nu Iraakse Kerbala de martelaarsdood stierf in de strijd tegen de valse kalief Yazid. Ik ben hier tijdens de veertig dagen durende periode van rouw om Hussein, die dit jaar op 2 december afloopt. Miljoenen Iraniërs maken zich op om dan in Kerbala te zijn. Iraniërs zijn meer gesteld op Hussein dan dat ze bang zijn voor het gevaar van sunnitische extremisten. Die hebben de afgelopen jaren al herhaaldelijk pelgrims opgeblazen op deze grootste bedevaart in de wereld.

Overal op bruggen en langs wegen in Iran hangen in deze rouwperiode portretten van martelaren uit de Iraans-Iraakse oorlog: heel jonge jongens, krijgshaftige snorren, en een enkele vrouw. 27 jaar na het eind van die oorlog blijft het regime erop hameren dat zo’n 200.000 Iraniërs toen hun leven hebben gegeven voor hun land en – belangrijker – de islamitische revolutie. Dat is ook de boodschap die het nieuwe, enorme Museum van de Heilige Verdediging uitdraagt: de martelaren stierven voor land en revolutie, vergeet dat nooit! Lezer, ga naar dit museum over de Iraanse oorlog tegen de wereld als u een bezoek aan Teheran brengt. Het zegt veel over het regime.

Maar er zijn nieuwe martelaren. Op Beheshte Zahra kwam ik toevallig het graf tegen van generaal Hossein Hamadani, die 7 oktober bij de Syrische stad Aleppo sneuvelde bij een aanval van de Islamitische Staat. Hamadani is een van verscheidene hoge Iraanse officieren van de Revolutionaire Garde die het afgelopen jaar in Syrië zijn gesneuveld. De Iraniërs adviseren het Syrische leger en de geallieerde shi’itische milities uit diverse landen die tegen president Assads talrijke vijanden vechten. De internetkrant BuzzFeed News meldde vorige week dat sinds 30 september veertig Iraanse militairen in Syrië zijn gesneuveld.

Dat zijn er te weinig om in een land van tachtigmiljoen inwoners opschudding of verzet te wekken. Bij Hamadani’s graf stond een enthousiaste lerares haar giebelende middelbareschoolklasje te onderrichten over de roots (zei ze) van de revolutie: de islam. Opperste leider ayatollah Ali Khamenei en de zijnen zijn Syrië nog steeds dankbaar dat het in de oorlog tegen Irak als enige Arabische land Iran steunde. Bovendien zien zij Syrië als voorste front tegen Amerika en Israël, die volgens hen nog steeds uit zijn op regimewijziging in Teheran – wat tot op zekere hoogte ook wel waar is. Maar is dat voor de bevolking voldoende rechtvaardiging voor een verre oorlog als straks veel meer Iraniërs als martelaren gaan terugkeren? Ik ben er niet zo zeker van.