Hou vooral de slimme terrorist in de gaten

Terroristen zouden losers zijn. Onderzoek laat zien dat we eerder op radicaliserende hoger opgeleiden moeten letten, aldus Jan Bouwens.

In een poging te begrijpen wie terrorist wordt, buitelen commentatoren over elkaar heen om ons ervan te overtuigen dat geradicaliseerde moslims zich met name bevinden onder kansarmen. Terroristische organisaties hebben echter een voorkeur voor beter opgeleide terroristen en vinden die ook. De reden is deze: aanslagen mogen niet mislukken en de kans op mislukking neemt af met de intelligentie van de terrorist. We moeten dan ook juist oog hebben voor goed opgeleiden die radicaliseren.

Zo hangt het succes van een aanval af van de mate waarin de aanvaller de discipline kan opbrengen om te wachten op het juiste moment. Een aanslag in een voetbalstadion maakt immers veel meer slachtoffers dan een aanslag in een restaurant. Dat betekent dat de aanvaller zich onopvallend moet kunnen gedragen onder voetbalsupporters en dat hij zich op het juiste moment gereed kan maken voor de aanval. Naarmate de terrorist intelligenter is, kan worden verwacht dat hij het juiste moment beter kan kiezen om bijvoorbeeld de kans te verkleinen om te worden gefouilleerd of de bewaker uit te kiezen die het onzorgvuldigst te werk lijkt te gaan. Om de slagingskans en de omvang van het beoogde effect van de aanslag te maximaliseren zal de terroristische organisatie bij voorkeur kiezen voor competente zelfmoordenaars.

Omdat gekwalificeerder personeel nodig is, zal ook het aanbod afgestemd zijn op de vraag. Mensen die goed zijn, kunnen selectiever zijn dan de minder getalenteerde terrorist. Omdat belangrijke doelen meer schade toebrengen aan de vijand ligt het voor de hand dat de besten ook de belangrijkste aanslagen kunnen opeisen. Onderzoek van Efriam Benmelech en Claude Berrebi in The Journal of Economic Perspectives naar Arabische aanslagen op Israëlische doelen laat zien dat terroristische organisaties een expliciet personeelsbeleid voeren. Als we het belang van een doel afmeten aan de omvang van de stad waar de terrorist zijn aanslag pleegt dan zien we dat oudere terroristen worden ingezet in grote steden. De kans dat een aanslagpleger in een grote stad ouder is dan 25 jaar bedraagt 28 procent. De gemiddelde leeftijd van de aanslagpleger is 21. Dit leeftijdsverschil duidt op een bewust personeelsbeleid. Het aantal doden zowel als het aantal verwonde mensen neemt toe in het gekozen doel (grote/kleine stad), leeftijd en opleiding van de terrorist. Zo waren er 29 doden te betreuren bij een Hamasaanslag in 2002 in de grote stad Netanya, tegenover gemiddeld iets meer dan één dode per aanslag in steden met minder dan 50.000 inwoners.

De onderzoekers vinden ook dat aanslagpogingen van ouderen ‘effectiever’ zijn. Jonge slecht opgeleide terroristen worden sneller opgepakt dan oudere goed opgeleide zelfmoordenaars. Van de aanvallers van 9/11 genoot tweederde een academische opleiding terwijl minstens zeven van de negentien kapers een officiële vliegopleiding hadden gevolgd. De kapers waren gemiddeld 24 jaar oud – drie jaar ouder dan de gemiddelde zelfmoordenaar. Als we nadenken over de impact van mogelijke aanslagen, dan doen we er goed aan juist de radicaliserende slimme groepen in het vizier te nemen en te houden.