‘Het is fijn een bruinvis te zijn’

Zo talrijk is de bruinvis dat hij gerust ‘de ree van de Noordzee’ mag heten. Maar zijn leven is hard, ontdekte bioloog Mardik Leopold.

Verminkte bruinvis die in september 2012 aanspoelde op het strand bij Ouddorp.

De rode winterjas van Mardik Leopold is al vanaf de veerboot zichtbaar. Even later stuiven we in een groene BMW Z3 naar zijn huis in Oosterend, een voormalig vissersdorp aan de oostkant van Texel, waar de bioloog met zijn vrouw en twee kinderen woont.

Leopold (58) vaart al 25 jaar de Noordzee over om het leefgebied van zeevogels en zeezoogdieren in kaart te brengen. Zijn favoriete werkterrein is de maag. Leopold snijdt zeedieren open om te kijken waarvan ze leven. „Ik heb al veel dieren van binnen gezien, van ijsvogels tot vinvissen”, zegt hij aan de houten tafel in de keuken.

Door de jaren heen heeft Leopold een reputatie opgebouwd als walviskenner. In 2012 boog hij zich over het lot van de aangespoelde bultrug Johanna. En in 2010 gaf hij het Dolfinarium in Harderwijk advies over Morgan, een verdwaalde orka die in de Waddenzee terecht was gekomen.

Leopold kent het Noordzeeleven door en door. Toch promoveerde hij pas vorige week vrijdag aan de Wageningen Universiteit. Voor zijn promotieonderzoek bestudeerde hij de maaginhoud van 829 aangespoelde bruinvissen, een kleine dolfijn uit de Noordzee. Dat werk had een mooie bijvangst: Leopold ontmaskerde de grijze zeehond als bruinviskiller.

U bent al wat ouder. Waarom promoveert u nu pas?

„Die druk om te promoveren is er altijd wel geweest, maar het ontbrak steeds aan een concrete onderzoeksvraag. Aan bruinvissen werkte ik in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. De bruinvis is een beschermde diersoort, Nederland heeft de plicht om ze te beschermen. Het ministerie wil daarom weten hoeveel er zijn, wat ze eten en waaraan ze dood gaan.

„Het idee om te promoveren kwam in een stroomversnelling toen mijn collega’s en ik vorig jaar drie artikelen publiceerden. Drie artikelen, dacht ik toen, dat is al een half proefschrift. Ik heb de rest van het proefschrift toen in een jaar geschreven.

„Mijn gepromoveerde vrouw is het daar trouwens niet mee eens”, zegt hij lachend. „Volgens haar heb ik 30 jaar over mijn promotie gedaan.”

Wat is er bekend over Nederlandse bruinvissen?

„Toen ik in 2006 aan mijn onderzoek begon nog bijna niets. De bruinvis werd toen gezien als een relatief zeldzame dolfijn. Inmiddels weten we dat er voor de Nederlandse kust alleen al 50.000 bruinvissen zitten. Het is een van de meest voorkomende zoogdieren van Nederland, even talrijk als de ree, maar mensen zien ze niet.”

Wat vond u in hun magen?

„Negentig procent van hun dieet bestaat uit grondels, wijting, haring of sprot en zandspieringen. De schijf van vier, zeg ik wel eens.

„Die grondels waren echt een enigma. In sommige magen vonden we resten van duizenden grondels. Maar de voedingswaarde is bijna nul: grondels zijn magere bodemvisjes van nog geen gram.”

Heeft een bruinvis daar wel genoeg aan?

„Dat hangt ervan af. Een jonge bruinvis weegt 20 kilo en moet dagelijks 10 procent van zijn lichaamsgewicht aan vis eten. Reken maar mee: dat zijn 2.000 grondels per dag. Er zitten 1.440 minuten in een etmaal. Dus een jonge bruinvis moet meer dan één grondel per minuut vangen, dag én nacht. Alsof wij rijstkorreltjes een voor een van de grond af rapen. Een volwassen bruinvis weegt 50 kilo, dat is dus niet meer vol te houden. Die moet zijn dieet aanvullen met wijting en vette vis zoals haring.”

Zit er in de Noordzee genoeg vis voor 50.000 bruinvissen?

„Dat is de vraag. Grondels zijn er genoeg en er wordt niet op gevist. Maar de wijting staat onder druk. Bruinvissen eten de jonge wijting, vissers vangen volwassen wijting van 27 centimeter of meer. Dat zijn de wijtingen die zich eigenlijk zouden moeten voortplanten.

„Van de overleden bruinvissen blijkt zo’n twintig procent uiteindelijk verhongerd. Dat zit een beetje in de aard van het beestje. Zeker in de zomer hebben ze een dunne speklaag. Als ze dan een paar dagen niet eten, is het met ze gedaan.”

Bruinvis eet vis, maar u ontdekte ook dat de bruinvissen zélf gegeten worden. Hoe zit dat?

„Het begon in 2006, toen er bij Ouddorp in Zuid-Holland verminkte bruinvissen op het strand werden gevonden met grote zigzagwonden over het hele lijf. Mijn eerste gedachte was: hier is een psychopaat aan de gang. Een man met een mes.

„Toen er ook op andere plekken in Nederland bruinvissen aanspoelden, verschoof mijn verdenking naar vissers. Die schreeuwden moord en brand natuurlijk. Ze zouden bruinvissen nooit zo toetakelen. Scheepsschroeven, dacht ik toen nog even. Maar er zaten geen metaaldeeltjes in de wonden. En bruinvissen blijven liever weg van het lawaai van een scheepsmotor.”

De zaak zat vast?

„De doorbraak kwam uit België. Op het strand vonden onderzoekers een vers opengereten bruinvis. In de verte zagen ze nog een nieuwsgierige grijze zeehond zwemmen. Ze gingen meten en inderdaad: de afstand tussen de trekwonden kwamen overeen met de afstand tussen de hoektanden van een grijze zeehond.

„Ik stelde voor om DNA-onderzoek te doen, om aan te tonen dat het inderdaad om zeehonden ging. Pathologen zeiden dat dat niet kon, dat het DNA al lang uit de wond zou zijn gespoeld. Maar ik ging zoeken en vond een publicatie over het lichaam van een Amerikaanse vrouw die in het water was gevonden, een verkrachtingszaak. Er stond een gebitsafdruk van op haar borst, waaruit nog DNA-sporen van de dader werden gevonden. Het kán dus wel. Collega’s van het NIOZ hebben toen een DNA-test gedaan en ja hoor: in de wonden zat DNA van grijze zeehonden. Case closed.”

Dat schattige imago van zeehonden is dus onterecht?

„Vergis je niet. Een volwassen grijze zeehond weegt 300 kilo en heeft een kop zo groot als een ijsbeer. Die laat een hap bruinvisspek echt niet zwemmen.”

Magere bruinvissen verhongeren en de vette worden opgegeten. Is het wel leuk om een bruinvis te zijn?

„Dat zijn zeker geen leuke manieren om te sterven. Maar dan zie ik ze door het water scheren en dan denk ik: ja, het is leuk om een bruinvis te zijn.”

Aanspoelen is ook geen pretje. Hoe kijkt u terug om pogingen om de gestrande bultrug Johanna te redden?

„Een bultrug op een zandplaat, dat is 16 ton dierenleed. Een walvis op het droge krijgt al na een paar uur doorligproblemen. Zijn eigen massa drukt alle organen kapot.

„Maar in plaats van dat we zo’n dier rustig laten sterven, ontstaat er een compleet circus omheen. Helikopters, sleepboten. Voor mij als bioloog is het simpel. Dit is geen dierenprobleem, maar een mensenprobleem: blijkbaar is het het moeilijk om te accepteren dat dieren doodgaan.”