Er waart een spook door de stad

Wie is het spook in Brussel, de stad die zowel Vlamingen als Franstaligen jarenlang lieten verslonzen?

Bezorgde ouders in een belegerde stad:

„Zet jij je dochter morgen gewoon weer op de metro naar school? Je bent gék.”

„Maar wat moet ik anders? Haar handje vasthouden? Er samen naartoe lopen? Ze is víjftien!”

Het is zondagmiddag, en niemand in Brussel weet nog waar hij aan toe is. De premier moet zijn persconferentie nog geven en pas dan weten we welk terreurdreigingsniveau maandag geldt. Blijft het op niveau 4, het allerhoogste? Blijft de metro gesloten? Gaan de scholen wel open?

Op het moment dat ik de website van de school van mijn zoon check, komen tweets met het laatste nieuws binnen. De klopjacht richt zich niet alleen op Salah Abdeslam, de voortvluchtige ‘Parijs’-terrorist uit Molenbeek.

Volgens de burgemeester van een andere Brusselse gemeente, Schaarbeek, „lopen er nu twéé terroristen door Brussel rond”. Verderop, aan de Brusselse rand, ontruimt de commerciële omroep VTM zijn gebouwen vanwege een ‘mogelijke dreiging’.

„Heeft het zin als ik mijn huiswerk afmaak?”, roept mijn zoon vanuit zijn kamer boven mijn bureau.

„Ik weet het niet jongen, even afwachten nog.”

Oorlogsgebied, zeggen de media

Absurde gesprekken tegen een macaber decor.

„Oorlogsgebied”, luiden vette koppen op nieuwssites wereldwijd. City on High Alert. Terror Zone.

Op de bijna uitgestorven Anspachlaan in hartje Brussel vragen toeristen aan twee gewapende soldaten of ze een foto mogen nemen. „Van de legervoertuigen wel, maar níét van ons.”

Brusselaars hebben felle maatschappelijke strijd geleverd om van dit stuk van de Anspach een autovrije zone te maken – het was een glorieuze overwinning op Koning Auto, die hier de baas is. Maar vandaag patrouilleren er legergroene pantserwagens.

Brussel is nu een „kerkhof van levende wezens”, schrijft commentator Béatrice Delvaux van de krant Le Soir. Brussel is veranderd in een „spookstad”, volgens haar.

Maar gelukkig komt plots een rijdende wafelkraam de hoek om. En bij mijn favoriete garnalenkrokettenbakker worden aan de buitenbar rond lunchtijd de eerste flessen witte wijn ontkurkt. „Het leven gaat door, hè”, zegt mijn vriend, de ober van brasserie Paon Royal, de Koninklijke Pauw aan de Oude Graanmarkt.

Militairen en tanks in je stad en honden die zoeken naar explosieven – ja, dat is spooky. Maar wie is het échte spook in deze stad?

Is het Salah de terrorist? Brussel – hoofdstad van Europa, waar de kloof tussen arm en rijk in snel tempo groeit – heeft Salah gebaard. Maar een spook is hij niet. De Salahs lopen al jaren door Brussel, zichtbaar en vogelvrij.

Ze praten Vlaams!

Het echte spook is ‘de regie’. Het centrale bestuur is de grote afwezige. Liefdeloos en zonder enige interesse liet men Brussel verslonzen. En in plaats van gezamenlijk de problemen aan te pakken, verloren Frans- en Nederlandstalige politici zich liever in hun competentiestrijd. Het onderlinge wantrouwen is groot, de anekdotes daarover zijn legio.

„Waarom staren we op het Brusselse Schumanplein al bijna tien jaar in een walgelijke bouwput die de stad ontsiert en verlamt?”, vroeg een Franstalige Brusselaar me onlangs in een café. „Al die bouwvakkers praten Vlaams! Ze traineren de boel, ze tergen ons, ze pesten ons!” Een Vlaams complot, hij wist het heel zeker.

Andersom weten de Nederlandstaligen heel zeker dat de problemen in migrantengemeente Molenbeek de schuld zijn van de Franstaligen.

In een stad waar iedereen de verantwoordelijkheid afschuift op een ander en waar ‘verrotting’ de enige gezamenlijke strategie is – daar gaat het op een dag vanzelf spoken.

Na een dag van onzekerheid neemt zondagavond de Belgische premier Michel; een beslissing. Scholen en metro blijven dicht. De terreurdreiging blijft.

Vanochtend bots ik in de gang op mijn slaperige zoon. „Hebben ze die terroristen al opgepakt? Nee? Dan duik ik m’n bed weer in.”

Zijn huiswerk kan ook aan de kant – voor onbepaalde tijd.