Eerherstel voor partijleider die Mao bekritiseerde

Tot afgelopen weekeinde werd liberale hervormer doodgezwegen. President Xi gunt hem eerherstel.

Hu Yaobang, partijleider van 1982 tot 1987, was populair onder studenten en intellectuelen. Hij tolereerde in 1986 de eerste grote demonstraties. Foto AP

Miljoenen families die tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) in China familieleden verloren of diep werden vernederd, dragen tot op de dag van vandaag de in het Westen nagenoeg onbekende Chinese partijleider Hu Yaobang (1915-1989) in hun hart. Hu, de eerste en enige naoorlogse partijleider die openlijk de maoïstische veren afschudde en mede daardoor in 1987 in ongenade raakte, is dit weekend door partijleider Xi Jinping in ere hersteld.

Hu Yaobang, een revolutionair van het eerste uur, was van 1982 tot 1987 de hoogste leider van de Communistische Partij van China (CPC). Kort na zijn aantreden rehabiliteerde hij de miljoenen Chinezen die tijdens Mao Zedongs grote politieke experiment waren ontslagen uit hun functies, uit de partij werden gezet of anderszins waren gezuiverd. Onder hen de door de rode gardisten gemartelde ouders van president Xi Jinping, die zijn tienerjaren doorbracht in een grot.

Wegens zijn „bourgeois liberalisme” en zijn liberale hervormingsplannen werd Hu in 1987 door toenmalig leider Deng Xiaoping ter zijde geschoven. Daarna, tot dit weekend, werd Hu genegeerd, in tegenstelling tot de vijf andere postrevolutionaire partijleiders.

Nog steeds ligt zijn rehabilitatie, die gepaard gaat met speciale bijlages in de kranten, een achtdelige tv-serie en een speciaal fotoboek, gevoelig. Hu was als criticaster van Mao en als liberale hervormer zeer populair onder studenten en intellectuelen, en is dat nog steeds. De eerste grote demonstraties, in 1986, tolereerde hij, tot groot ongenoegen van communistische diehards en het leger. Zijn dood, in april 1989, na een hartaanval tijdens een politbureauvergadering, was aanleiding voor de bijna drie maanden durende demonstraties op het Tiananmenplein.

Volgens zijn zoon, Hu Dehua, ging met de dood van zijn vader een „grote kans op politieke veranderingen” verloren. Hu Yaobang was voorstander van het aanhalen van de banden met Japan en van Tibetaanse autonomie. Hij bood de Tibetanen excuses aan voor Han-Chinees wanbeleid. Hij trad ook als eerste partijleider op tegen de toen al wijdverbreide corruptie in partijgelederen. Toen Deng Xiaoping, die geen officiële functie had maar de machtigste man van het land was, politieke en economische hervorming blokkeerde uit vrees de partij te splijten, noemde Hu hem „ouderwets” en „besluiteloos”. Dat kostte hem uiteindelijk zijn functie.

Verreweg de meeste politieke hervormingen die Hu en zijn eveneens ter zijde geschoven premier Zhao Zhiyang bepleitten, zijn nooit uitgevoerd. Over zijn politieke ideeën, zoals geleidelijke democratisering van partij en land, wordt bij zijn rehabilitatie oorverdovend gezwegen. Partijleider Xi legt het accent vooral op Hu’s „nobele karakter, zijn loyaliteit aan het proletariaat en de partij”.

Waarom Xi, die zelf politieke hervormingen heeft uitgesloten, Hu heeft gerehabiliteerd, is een open vraag. Volgens het liberale maandblad Yanhuang Chunqiu roept Hu nog steeds veel warme gevoelens op. Tegen de achtergrond van een afzwakkende economie en de stagnerende strijd tegen de corruptie zou Xi een mooi gebaar hebben willen maken. Maar misschien heeft hij op deze wijze de partijleider die zijn vader van een ontijdige dood redde, willen eren.