Een bric-à-brac voor dure spullen

De Amsterdamse kunst- en antiekbeurs PAN is zaterdag van start gegaan in de RAI. Het aanbod moderne schilderkunst is dit jaar zeer sterk, de hedendaagse kunst blijft wat behoudend.

Jan Sluijters, Bij de Couturier, 1934-1953. Olieverf op doek, 72 x 93 cm. foto theo daatselaar

Twee zijdezachte perziken en een trosje druiven. Meer had Willem van Aelst in 1679 niet nodig om een verrukkelijk schilderijtje te maken dat ruim drie eeuwen later nog bewondering afdwingt. Een druppel die van de rechterperzik glijdt, zou je er bijna af willen vegen, zo natuurgetrouw is die geschilderd. Er hangen dit jaar meer fraaie zeventiende-eeuwse stillevens op de PAN, de kunst- en antiekbeurs in Amsterdam. Maar dit kleine doekje, direct na de entree uitgestald bij Kunsthandel P. de Boer, maakt je meteen een beetje hebberig.

Iets verderop, bij Galerie Mokum, hangen nog meer stillevens met fruit waar je zo je tanden in zou willen zetten. Ze zijn geschilderd in de stijl van zeventiende-eeuwse Hollandse meesters als Pieter Claesz en Adriaen Coorte, alleen is van deze doeken de verf net pas droog. De Oezbeekse fijnschilder Erkin en zijn Chinese collega Qiangli Liang maakten ze in de afgelopen maanden – alsof er in 350 jaar kunstgeschiedenis niets is veranderd.

De twee uitersten zijn kenmerkend voor deze 29ste editie van de PAN, waar de oude kunst vaak van hoge kwaliteit is en waar de hedendaagse kunst meestal vrij behoudend is, op het truttige af. Veel nieuw werk draait hier om ambachtelijkheid en realisme. Zo verkoopt Galerie Zerp marmeren Nijntjes van Kim De Ruysscher die akelig echt en zacht lijken, maar bij nader inzien toch echt loodzwaar blijken te zijn. En de Venetiaanse palazzo’s die de Britse kunstenaar Patrick Hughes bij Axel Pairon Gallery laat zien, zijn zo knap geschilderd dat ze net foto’s lijken. De prijzen zijn behoorlijk: een werk uit 1997 kost 118.000 euro. Ter vergelijking: de perziken van Van Aelst halen die vijf nullen niet. Het blijft een vreemd mechanisme, dat veel hedendaagse kunst duurder is dan schilderijen van oude meesters die hun naam al eeuwen geleden gevestigd hebben.

De PAN, waar 125 handelaren hun waar verkopen, is een bric-à-brac voor dure spullen. Je kunt er horloges en zilverwerk kopen, maar ook antieke harnassen en pistolen, glaswerk en sieraden. De Bakker Medieval Art nam twee kolossale houten poorten mee die in de vijftiende eeuw een Spaans landhuis gesierd hebben. Antes Art toont een metershoog glas-in-loodraam van Andries Copier dat een kleine eeuw geleden gemaakt werd voor het gebouw van een Haagse verzekeringsmaatschappij.

Het aanbod moderne schilderkunst is dit jaar opvallend goed. De keuring van de tentoongestelde werken was strenger, zeggen de deelnemers, en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Theo Daatselaar verkoopt een bijzonder schilderij van Jan Sluijters, Bij de couturier, dat een groep deftige dames in het Amsterdamse modehuis Hirsch & Cie voorstelt. Er zijn twee leuke portretten die Picasso op 87-jarige leeftijd maakte op ribkarton (Bruijstens Modern Art). En bij Ivo Bouwman, die na zes jaar afwezigheid weer meedoet aan de PAN, lokt een zwoele dame met zwart omrande ogen, in 1909 geschilderd door Kees van Dongen, je de stand in. Haar prijs: 3,8 miljoen euro.

Ook zijn er mooie doeken van Karel Appel. Met name diens schilderij Nives uit 1962, een vrouwelijk naakt van 1,95 meter hoog, is overdonderend. Kunsthandelaar Tom Okker had haar dertig jaar lang in zijn hal hangen, maar gaat het doek nu toch verkopen. „Zodat weer iemand anders van haar kan gaan genieten.”