De wereld kan wel een jointje gebruiken

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: In de bange tijd na ‘Parijs’ geeft hippie Armand het goede voorbeeld: „Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet.”

Foto ANP/ ORANGE PICTURES / MARTIN HULSMAN

Hippiezanger Armand, icoon van love & peace, had een mooi moment gepakt om de pijp uit te gaan. We hadden nog zo gezegd: niet bang zijn. We hadden nog zoveel kaarsjes aangestoken. Maar een week na die knallen zaten we alsnog klemvast in de blikvernauwende bibbermodus.

Klikte je het nieuws aan, zag je pantserwagens in uitgaansgebieden, profielfoto’s van een voortvluchtige bomgordeljongen. Keek je tv, zag je lege kuipstoeltjes, gesloten cafés, lege straten, wegblijvende toeristen. De bezorgde burger was nu bibberburger.

Het blad Time fluisterde op de voorpagina over een ‘wereldoorlog’. Wesley Sneijder zou zich zelfs tot de Islam hebben bekeerd, was het internetgerucht.

Zó erg was Parijs nou ook weer niet. Ik vermoed dat Armand, de broze babyboomer, uit protest tegen al die bange boosheid van de aarde is opgestegen. Lees een van zijn laatste columns op zijn website, geschreven vlak na de aanslagen tegen tijdschrift Charlie Hebdo, eerder dit jaar: „Lieve tijdgenoten, wat leven we in een fantastisch mooie wereld! Volgens de laatste berichten is er nog nooit zoveel vrede op deze aardkloot geweest als nu. En als er dan eens iets vervelends gebeurt, gaan er miljoenen mensen de straat op om hun verontwaardiging te tonen. Dat is toch ongehoord práchtig!”

Een nuchtere tekst voor een man die zo vaak stoned was. En het klopt ook gewoon: volgens de statistieken is de wereld veiliger dan ooit.

Juist omdat we zo veilig zijn, is er maar een muis nodig om ons de kast op te jagen. Geen peloton Maarten van Rossems kan ons van de kast lullen. Statistieken zijn zinloos tegen doemdenken, het enige redmiddel is dan een joint.

Armand had zijn laatste hit bijna een halve eeuw geleden, maar een paar jaar voor zijn dood had een jongere generatie hem herontdekt. Voor jongelui als Lucky Fonz III en The Kik was Armand een authentieke hippie, die nog zong over het ‘slijk der aarde’ en over ‘omturnen’ en ‘blommenkinders’. Heel retro, heel vinyl. Een knuffelhippie voor hipsters.

Armand werd uitgezwaaid als „Nederlands grootste protestzanger”, maar leek me eerder Neerlands meest onverstoorbare blije eikel, een man die hooguit protesteerde als z’n hasj op was. „Love, peace en happiness is nog steeds wat de maatschappij redt”, zei Armand dit jaar tegen de Volkskrant.

Zelfs zijn grote protestsong Ben ik te min was niet echt laaiend boos. Ik las dat hij de tekst van dat liedje over een jeugdlief zelfs wat had afgezwakt, omdat z’n moeder tijdens het repeteren naar boven riep of het niet fatsoenlijker kon. De oorspronkelijke tekst? ‘Ben ik een beest’. Poeh.

Armand noemde de Unites States ‘You-naait-ze-steeds’, vanwege al die stompzinnige oorlogen. Maar zijn manier om tegen Vietnam-oorlog te protesteren, was speedpilletjes verkopen aan Amerikaanse militairen in Duitsland.

De ‘koning van het protestlied’ heeft volgens mij ook geen opvolgers. Hier en daar heb je een rapper die ‘fuck de koning’ roept of ‘fuck de politie’. En ja, Gerard Joling is natuurlijk een boze zanger, gezien de PVV-columns die hij op zijn website schrijft. Maar Nederland was nooit sterk in protest.

Afgelopen week wijdde The Economist een pagina aan rapper Ali B.. Die heeft net als Armand lang haar. En is eveneens een voormalig drugsdealer (als tiener dealde hij in marihuana in Almere, naar eigens zeggen). Maar Ali B. brak breed door toen hij koningin Beatrix een hug gaf, in plaats van fuck te roepen. Hij zette zich niet af tegen oudere generaties, maar nodigde juist de half-vergeten muzikanten van de secties en seventies uit om samen muziek te maken op tv - onder wie trouwens ook Armand.

Ali B. kreeg vrijdag bij De Wereld Draait Door de nogal pusherige vraag of er ‘in deze bange tijden’ niet een ‘taak’ op zijn schouders rustte. „Ik hoop het niet, eerlijk gezegd”, zei Ali B. En: „Ik wil ook gewoon coach van The Voice of Holland blijven”. Een typisch Nederlands antwoord. En gelijk heeft-ie, laat hem lekker de mainstream schoonzoon zijn en al dat gedoe afdoen met een kwinkslag.

De Nederlandse traditie is meer die van de blije eikel. Armand zelf zong er jaren geleden al gelaten over: „De Nederlander is een meelzak je kunt er op blijven slaan hij gaat toch nooit staan.’

Of toch wel? Armand trad deze zomer nog op bij protesterende studenten in het Maagdenhuis. „Het werd godverdomme weer eens tijd”, zei de zanger, verheugd dat de echt jonge generatie weer boos durfde te zijn, want we waren „een stelletje bange zeikerds” geworden. „En toch zag je ook dat ze hartstikke bang waren. Ze durfden niet eens te roken binnen.”

Niet bang zijn is geestverruimend. Niet bang zijn is in onze veilige, super gezonde tijden een protestdaad. Armand gaf die studenten het goede voorbeeld. Zijn favoriete quote: „Neem het leven niet te serieus, je overleeft het toch niet.”